Esther

Esther is twintig jaar en moeder van een dochtertje van bijna een jaar. Ze is een van de vele jonge moeders in Amanipi en omgeving. Haar dochtertje heet Maisha – Swahili voor “leven”. Het is een schattig en levendig meisje. Esther raakte zwanger en verliet de lagere school na de vijfde klas. Ze was toen al negentien jaar. Daarmee kwam er abrupt een einde aan haar schooltijd. Ze trok in bij de vader van haar kind, Eyobo uit Amanipi. Maar de relatie loopt niet goed. Ze hebben vaak onenigheid. Eyobo drinkt regelmatig en gebruikt blaadjes van de Quat-plant, een lokale softdrug. Die combinatie maakt hem agressief en dan slaat hij Esther. Eyobo helpt haar ook niet op het land. Esther voelt zich niet veilig en staat er alleen voor.

Ze heeft vaak baantjes als dagloner, bij anderen of soms bij ons. Zo verdient ze net genoeg om zichzelf en Maisha te onderhouden. Vandaag helpt ze ons met het vullen van plantzakjes, waarin straks boompjes komen van Cassia, Calliandra, Leucaena en koffie. Het is eentonig werk, maar Esther vindt het helemaal niet erg. Werk is werk, en hoe meer ze kan doen, hoe beter.

Esther leeft nu in twee werelden. Ook al gaat het moeizaam, ze wil haar relatie nog een kans geven. Een deel van de tijd verblijft ze op het erf van haar schoonfamilie waar ze een akker heeft om bonen te zaaien. De rest van de tijd woont ze weer bij haar ouders. Om vanaf haar dorp naar Amanipi te komen, loopt ze een uur met Maisha op haar rug. Moeder en dochter zijn onafscheidelijk.

Samen met Esther loop ik naar haar akker. Esther heeft er een deel ervan met de hak omgewerkt. Drie dagen lang heeft ze gezwoegd op dat stukje land. En dan is er nog maar een heel klein stuk gedaan. De grond is keihard en uitgeput en zal maar weinig gaan opleveren. Het is om moedeloos van te worden! Jammer dat ze de 4Pijler methode nog niet kende: zaaien zonder te ploegen. Dat had haar heel veel werk bespaard!

Toch zet Esther door. In juni plantte ze veertig koffiezaailingen op het land van haar ouders. Twaalf zijn inmiddels gestorven; die wil ze vervangen zodra dat weer kan. Binnenkort start ze samen met jongeren en jonge moeders in haar dorp een klein kwekerijtje. Daar zaaien ze koffie en andere bomen die ze nodig hebben. Daarnaast krijgen ze training in de 4Pijler-methode. Esther wil dat graag leren, zodat haar akker straks meer kan opleveren.

Haar dromen zijn eenvoudig, maar krachtig. Ze wil Maisha goed opvoeden, genoeg eten op tafel en later goede scholing voor haar dochter. Maar voorlopig draait alles nog om de dagelijkse strijd: zorgen voor voedsel, kleding en veiligheid. Met de opbrengst van de koffie en de 4Pijler-methode hoopt Esther op een beter inkomen. Ze verlangt naar zekerheid en bidt dat Eyobo toch weer een steun voor haar en Maisha zal worden. Pas dan, zegt Esther, kan ze echt aan de toekomst denken.

En dat is ook ons gebed – voor Esther en voor Maisha. Want dit is toch geen leven!

Koffie planten en zelf kweken in Amanipi

Alio deelt koffiezaailingen uit

Trainer Alio heeft het druk

Alio, onze trainer heeft het de laatste tijd erg druk. Hij coördineert het bomenplantprogramma in Amanipi. Steeds meer jongeren in deze regio willen graag koffieboompjes planten. In het kleine dorp zijn er inmiddels al meer dan vijftig kandidaten: jongens, alleenstaande (tiener)moeders en weduwen. Alio haalt de jonge boompjes op bij een boomkweker en zorgt ervoor dat ze eerlijk verdeeld worden. Hij houdt nauwkeurig bij wie er al planten heeft ontvangen, en hoeveel. Daarnaast bezoekt hij regelmatig de deelnemers om te kijken hoe het werk vordert.

Ik rijd een stukje met hem mee op de brommer om enkele van de kersverse koffieplanters te bezoeken. We bekijken de plantages van onder anderen Dieudonné, Aleni, Adroa. Ze hebben allemaal veertig gaten gegraven en hun boompjes netjes geplant. Ik vind het bemoedigend om te zien hoe enthousiast de jongeren zijn. Ze tonen dat ze vertrouwen hebben in hun toekomst op het platteland.

Training op het 4Pijler-centrum

Vandaag organiseren we op het 4Pijler-centrum een speciale training voor deze groep. We beginnen met een Bijbeloverdenking van Roelof over de liefde voor God en Zijn Woord, aan de hand van Psalm 1.

“Wie houdt er van God?” vraagt hij. Alle handen gaan omhoog. “En wie houdt er van Zijn Woord?” Opnieuw: alle handen in de lucht. “En wie leest er elke dag in de Bijbel?” Dan volgen slechts één of twee aarzelende vingers… Het blijft een feit: dit is geen leescultuur. Zelfs wie kan lezen, leest zelden persoonlijk in de Bijbel. Die wordt vrijwel alleen geopend tijdens de kerkdiensten.

Daarna legt Alio in het Lugbarati de 4Pijler-landbouwmethode uit. Vervolgens wandelen we samen over de akkers om praktijkvoorbeelden te laten zien. In het bonenveld van onze buurman is heel mooi te zien we hoe je kunt zaaien zonder te ploegen. Deze methode kunnen de jongeren straks toepassen op het deel van hun akker waar geen koffie- of andere bomen staan.

Op weg naar eigen kwekerijen

De fase van het uitdelen van zaailingen loopt op zijn einde. Vanaf nu is het de bedoeling dat de jongeren zelf hun boompjes gaan kweken.

Roelof vraagt wie graag zelf zijn koffie en andere bomen wil kweken. Geen moment van twijfel: dat willen ze allemaal! En wie wil er een kweekkas maken? Ook dat willen ze graag. Dat werk gaat plaatsvinden in groepen van ongeveer twintig personen.

We helpen hen op weg met wat materiaal om een eenvoudige kweekkas te maken. Zelf hebben we alvast een voorbeeld gemaakt.  Het hout moeten ze zelf verzamelen maar wij zorgen voor hamers, spijkers, schaduwdoek en zaaizaad. In zo’n kas kun je minstens 4000 boompjes kweken. Goed voor 200 (koffie)planten per persoon.

De deelnemers oefenen met het planten van een andere boom: de Calliandra. Dat is en schaduwboom voor in de koffieplantages, maar ook erg nuttig als constructiehout en brandhout. De deelnemers vullen plantzakjes met aarde. Ik demonstreer hoe je daarin de Calliandra kunt zaaien.

De trainsters

Vandaag zijn ook de nieuwe vrouwelijke trainers in actie gekomen. We hebben drie kandidates geselecteerd: Nyakuru, Ange en Neema. Alle drie zijn ze erg gemotiveerd en hebben zin om aan de slag te gaan. Twee van hen zijn alleenstaande moeders. Ange is een tienermoeder. Ze moest haar middelbare school vlak voor haar eindexamen verlaten vanwege haar zwangerschap. Helaas heeft de vader van het kind haar sindsdien in de steek gelaten. Nyakuru zorgt alleen voor haar zes kinderen. Neema is getrouwd en heeft ook zes kinderen.

De komende tijd zullen ze eerst nog onder begeleiding van een van de ervaren trainers gaan werken want ze hebben nauwelijks of geen ervaring in het begeleiden van groepen.

We hopen dat er een goede samenwerking komt tussen de trainers en de trainsters en dat ze samen een sterk team zullen vormen voor de 4Pijlers.

Nyakuru, Ange en Neema met haar jongste kind

Bomen planten voor een betere toekomst

Al vanaf het begin dat wij in Congo wonen, heb ik een passie voor bomen. In dit land worden dagelijks veel bomen gekapt: voor palen, planken, brandhout en houtskool, of gewoon om plaats te maken voor een stuk landbouwgrond. Er zijn echter maar weinig mensen die visie hebben voor het planten van bomen.

In Amanipi waar we nu wonen, is het oorspronkelijke bos helemaal verdwenen. Dat komt voor een groot deel door de tabaksteelt. Vanaf de jaren ’70 vorige eeuw tot begin deze eeuw was een grote tabaksonderneming actief in deze streek van Congo en over de grens in Oeganda. Tabaksbladen moeten gedurende drie dagen en drie nachten worden gedroogd in een soort rookoven. Daarvoor is veel hout nodig. Alle bomen van het bos werden zonder onderscheid gekapt. Wat overbleef was een kale savanne. Daarna plantten de boeren bomen voor brandhout, vooral de Eucalyptus. Dus de meeste bomen die we om ons heen zien zijn aangeplante bomen. Dat is in elk geval beter dan niks.

Ik probeer mijn steentje, of liever gezegd boompje bij te dragen door zelf zoveel mogelijk bomen te zaaien: Teak, Calliandra, Leucaena en zelfs de oorspronkelijke bomen zoals de Afrikaanse Mahonie en andere soorten. Calliandra en Leucaena zijn belangrijke schaduwbomen in koffie- en bananenplantages.

We planten deze bomen op het terrein van de kerk dat wij voor de 4Pijlers gebruiken of we delen ze uit. Kortgeleden hebben we een geïmproviseerde kas voor de boompjes gebouwd. Niet van glas maar van plastic gaas. Ik vind het heerlijk om daar te werken, mijn werkplek!

Veel jongeren in deze streek hebben geen duidelijke toekomst: jongens en meisjes vanaf een jaar of zestien die hun middelbare school niet konden afmaken om allerlei redenen: geen geld, zwangerschap of gewoon geen zin meer in school. Ze wonen nog bij hun ouders thuis en proberen wat bij te verdienen als dagloners op de akkers van rijkere boeren. Het stukje grond dat ze ter beschikking hebben is vaak uitgeput. Daar kun je geen droge foefoe mee verdienen.

Maar als je bomen plant, kun je die per boom goed bemesten met compost of andere mest. Bomen zoals Eucalyptus en koffie geven binnen een paar jaar een goed rendement. Eucalyptus levert goed constructiehout op en koffie is een goed betaald product op de plaatselijke markten. Op het resterende perceel kunnen ze de 4Pijlers toepassen zodat die grond ook nog wat meer gaat opleveren. Op deze manier kunnen deze kwetsbare jongeren, alleenstaande (tiener)moeders toch een toekomst opbouwen.

Vanaf april dit jaar begeleiden we deze jongeren en alleenstaande moeders bij het planten van koffie- en/of Eucalyptus boompjes. De meesten kiezen koffie. Iedereen kan maximaal 40 boompjes gratis krijgen, onder de voorwaarde dat de plantgaten zijn gegraven. We kopen de koffieboompjes bij een boomkweker. Deze specialist begeleidt hen bij het planten en onderhouden van de boompjes gedurende een jaar. We zijn al begonnen in Amanipi en verschillende andere plaatsen verderop.

Op een informatiebijeenkomst in de kerk komen veel jongeren maar ook alleenstaande moeders en zelfs ouderen. We leggen de bedoeling van het project uit en na afloop kunnen de belangstellenden zich inschrijven voor een gekozen aantal koffie/eucalyptus boompjes. Het is dringen geblazen want deze kans laten ze niet zomaar voorbijgaan!

Aleni is een alleenstaande moeder in Amanipi. Ze laat ons weten dat ze klaar is met het graven van haar gaten. Anguezu en ik komen kijken. En ja, ze heeft er al zevenendertig af, nog even doorzetten tot de veertig! Aleni heeft drie kinderen. De oudste twee zijn naar school. Haar jongste zoontje is thuis en speelt met een buurmeisje. Ze woont op het erf van haar oom. De grond is eigendom van de familie. Dat is mooi want anders zou ze hier geen koffie kunnen planten.

Dido en zijn broer zijn nog ambitieuzer, ze hebben al over de honderd gaten gegraven. Het ziet er heel professioneel uit. We wijzen er wel op dat ze veertig planten gratis krijgen, de rest moeten ze zelf betalen. Oh haha, nou geen probleem, lachen ze. Een jonge koffieplant kost hier ongeveer vijftien eurocent.

We staan nog aan het begin van dit project en er zijn al meer dan honderd deelnemers maar we verwachten dat dit aantal snel kan oplopen tot over de duizend. Ik ben heel blij dat we mogen bijdragen aan de toekomst van zoveel kwetsbare mensen.

Living in Amanipi: A Journey into the Heart of Northeastern Congo

Since March this year, Roelof and I have been living in Amanipi, a small village located in the far northeastern corner of the Democratic Republic of Congo. It’s close to Uganda, just 40 kilometers from the Sudanese border, and lies on the edge of the Lugbara people’s territory. A major road connects the border to larger cities in Congo, and Amanipi is situated about three kilometers from this main road.

But what exactly is Amanipi? At first glance, the village appears modest — just an Evangelical church and two simple brick houses with corrugated iron roofs. As we explore further, we discover that Amanipi extends over several square kilometers of savannah, with homes scattered across the landscape. There’s even a small center with a Catholic church and school. Finding the people, however, requires some effort. You really have to venture out to meet them.

A Stroll Around the Village

I take a short walk around the area, starting from our house. It’s a pleasure to greet the neighbors and get to know them better. A narrow path leads about 50 meters toward the church grounds. Turning right takes me to the church, but I turn left toward the pastor’s house. He and his visitor are sitting outside and greet me warmly in Lugbarati, and I respond in kind. I’ve now mastered the basics of greetings and small talk. His wife and daughter are busy in the kitchen, and the children are playing outside. The pastor smiles at me. Despite the challenging circumstances, he remains upbeat — a joy that runs deep, rooted in his faith in Jesus.

A little further, I reach another cluster of homes, built in the local style. Here, Anguezu and Sorry live with their family. I walk into their yard, where there is always a lively atmosphere, usually filled with small children. As soon as I arrive, they set up a few chairs for me. You don’t just pass through here; sitting down is part of the Congolese hospitality. You always feel welcomed, and it’s a heartwarming experience. I sit down, and Sorry and I chat for a while before I continue my walk.

Next, I visit Alio and Ayikuru’s home, a family with five children. Alio is busy repairing his old motorcycle. He’s taken the engine apart and is patiently reassembling it. I watch in awe — his tools are minimal, yet he handles the work with ease. Alio is very skilled and often helps us with various tasks around the house.

Daily Life

On the compound, cassava is drying after being soaked in water. Once dried, it can be stored for a long time. The people here make fufu from cassava, a staple food they absolutely love.

Ayikuru is also there with her two youngest children, Manzedri and Jeremy. The children are quite shy around me, often hiding behind their mother. Ayikuru helps me three mornings a week with household tasks: handwashing clothes, cleaning the house, and baking bread. I’m incredibly grateful for her assistance — without her, I’d be doing everything myself, as all the work here is done by hand.

Together, we inspect the peanut field Ayikuru has planted using the 4Pillar method, which doesn’t require plowing. She’s delighted with the method as it saves her time and money and is much less physically demanding. While we chat, the neighbor’s children climb a palm tree to pick oil palm fruit. I ask, “Are you making palm oil?” (That’s what they used to do in Lanza). “No,” they reply, “we don’t have enough fruit for oil, we just eat them, they’re delicious!”

Market Day

On Wednesdays, there’s a market in Orya, a village four kilometers away. Ayikuru and I cycle there together. Along the way, we encounter various acquaintances and stop for quick chats. We pass through the center of Amanipi, where there are motorcycle repair shops, and where gasoline and spirits are sold. In the evenings, loud music often blasts from large speakers. The first people we see are Alio and Anguezu, who are attending a meeting at the center. Next, we encounter a pastor from the Evangelical church who is selling gasoline.

We finally reach the market, which is buzzing with the vibrant colors and energy that Congo is known for. Goods are laid out directly on the ground, with women sitting on small stools beside them. Peanuts, freshly harvested, are in abundance, and the entire market is filled with them, selling for a pittance.

I’m only looking for some vegetables and fruit. There’s plenty of cabbage. For just 13 cents, I buy a cabbage and a papaya — truly inexpensive! It’s clear that the vendors’ earnings are minimal.

A “mundú” (white person) at the market is quite the spectacle! I’m stared at from all sides. Many women and children seem shy and look at me with some suspicion. I definitely feel like an outsider. Thankfully, I can now speak a bit of Lugbarati, and greeting people in their own language often helps break the ice. A few older men greet me in French, perhaps to impress me.

After looking around, we head back to our bikes. One of the bike repairmen adds some air to my tire, and then we begin the ride home. I feel fortunate to have a comfortable mountain bike. I think about all the women who must walk this distance or further, carrying heavy loads on their heads. I feel deeply blessed to live and work among these people, but I also recognize that there is still a long way to go before the community can escape poverty

Amanipi

Amanipi

Sinds maart van dit jaar wonen Roelof en ik in Amanipi, een klein dorp in het uiterste noordoosten van Congo. Het ligt dichtbij Oeganda en 40 kilometer van de grens met Soedan en aan de rand van het leefgebied van de bevolkingsgroep Lugbara. Een belangrijke hoofdweg verbindt de grens met grotere steden in Congo, en Amanipi ligt zo’n drie kilometer van die weg.

Maar wat is Amanipi nu precies? Op het eerste gezicht zien we alleen het kerkgebouw van de evangelische en twee eenvoudige bakstenen huizen met golfplaten daken. Later ontdekken we dat Amanipi zich uitstrekt over een savanne van meerdere vierkante kilometers met her en der verspreide huizen. Er is zelfs een echt centrum met een katholieke kerk en school. Het duurt even voordat je de mensen vindt, daarvoor moet je echt eropuit trekken.

Rondwandeling

Ik maak een korte rondwandeling door de omgeving, beginnend bij ons huis. Het is fijn om de buren te zien en ze beter te leren kennen. Er loopt een pad van vijftig meter richting het kerkterrein. Rechtsaf gaat naar de kerk maar ik sla linksaf naar het huis van de voorganger. Hij en zijn bezoeker zitten buiten en begroeten me vriendelijk in het Lugbarati, en ik groet terug. De basisgroeten en smalltalk beheers ik inmiddels. Zijn vrouw en dochter zijn druk in de keuken, de kinderen spelen op het erf. De voorganger lacht me toe. Ondanks de armoedige omstandigheden is hij altijd opgewekt. Dat is geen oppervlakkigheid, maar het zit diepgeworteld in zijn geloof in Jezus.

Even verderop kom ik bij een ander groepje huizen, gebouwd in lokale stijl. Hier wonen Anguezu en Sorry met hun gezin. Ik loop het erf op. Er is altijd wel gezellige drukte daar en meestal veel kleine kinderen. Als ik aankom, worden er direct een paar stoelen klaargezet. Je loopt niet zomaar door. Even zitten, dat is Congolese gastvrijheid. Je voelt je altijd welkom en dat doet goed. Ik ga zitten en Sorry en ik maken een praatje .Na een tijdje vervolg ik mijn wandeling.

Het volgende erf is van Alio en Ayikuru, een gezin met vijf kinderen. Alio is bezig met de reparatie van zijn oude motor. Hij heeft het hele motorblok uit elkaar gehaald en zet met veel geduld het hele ding weer in elkaar. Alio is erg handig. Ik sta er met verwondering naar te kijken. Het gereedschap lijkt minimaal, maar het lijkt hem allemaal gemakkelijk af te gaan Hij helpt ons thuis ook vaak met allerlei klussen.

Ayikuru

Op het erf ligt de cassave te drogen die eerst in het water is geweekt. Na het drogen kan het lang worden bewaard. De mensen hier maken er fufu van, ze zijn er helemaal dol op. Ayikuru is er ook met de twee jongste kinderen: Manzedri en Jeremy. De kinderen zijn behoorlijk verlegen tegenover mij. Ze kruipen het liefst weg achter de rug van hun moeder.  Ayikuru helpt mij drie ochtenden in de week bij het huishouden: de was doen met de hand, het huis schoonmaken en broodbakken. Ik ben blij met Ayikuru. Zonder haar zou ik de hele dagen zelf in huis bezig zijn omdat al het werk hier met de hand gebeurt.

Samen bekijken we het pindaveld dat Ayikuru heeft aangelegd zonder te ploegen. Ze is heel blij met de 4Pijler-methode. Het bespaart haar veel tijd en geld en ze wordt er veel minder moe van.. Terwijl we zitten te praten, halen de buurkinderen oliepalmvruchten uit de boom. “Maken jullie er palmolie van?” (Dat deden ze altijd in Lanza) “Nee hoor, daarvoor zijn dit te weinig vruchten, we eten ze gewoon op, heerlijk!”

Markt

Woensdag is het markt in Orya, een dorpje dat vier kilometer verderop ligt.  Ayikuru en ik gaan er op de fiets naartoe. Onderweg komen we allerlei bekenden tegen en overal maken we even een praatje. We komen langs het centrum van Amanipi. Er zijn motorreparateurs, en er is benzine en sterke drank te koop. ’s Avonds schalt er vaak luide muziek uit grote boxen. De eerste bekenden die we tegenkomen zijn Alio en Anguezu, ze hebben een vergadering in dit centrum. Vervolgens zien we een voorganger van de evangelische kerk. Hij verkoopt benzine.

Uiteindelijk bereiken we de markt. Het is er een drukte van belang met de vrolijkheid en veelkleurigheid die Congo zo kenmerkt. De waren liggen gewoon op de grond uitgestald en de vrouwen zitten er op krukjes naast. Op dit moment zijn de pinda’s pas geoogst. Dus de hele markt ligt er vol mee. Die gaan voor een prikkie weg.

Ik heb alleen wat groente en fruit nodig. Er is veel witte kool. Voor ongeveer 13 cent bemachtig ik een kooltje en voor hetzelfde bedrag een papaja, Dat kost echt helemaal niks! Het is duidelijk, de verdiensten zijn hier minimaal.

Een mundú (blanke) op de markt, dat is een hele bezienswaardigheid! Ik word van alle kanten aangestaard. Veel vrouwen en kinderen zijn erg verlegen en staren me wat argwanend aan. Ik voel me echt een vreemde eend in de bijt. Gelukkig kan ik nu met mijn Lugbarati wat contact maken Een groet in hun eigen taal breekt vaak het ijs. Een paar oudere mannen willen me juist graag even groeten, het liefst in het Frans. Misschien om indruk op mij te maken?

Na wat rondkijken zoeken we onze fietsen weer op. Mijn band krijgt wat extra lucht van een van de fietsenmakers en dan gaan we weer op huis aan. Voor mij is het gemakkelijk op een comfortabele mountainbike. Ik denk aan al die vrouwen die de hele afstand of nog verder te voet moeten afleggen met zware lasten op hun hoofd!

Ik voel me rijk gezegend dat ik hier tussen de mensen mag wonen en werken maar ik besef ook dat er nog een lange weg te gaan is voordat de mensen aan de armoede zullen ontkomen.

Taabo

The Resilience of Taabo: A Young Mother’s Journey

Taabo, a 25-year-old woman living in Amanipi, is our neighbor and the daughter of a local pastor. Despite her challenges, she has become an inspiration in the community. Occasionally, she helps me in the kitchen, roasting coffee and making peanut butter. Her name, derived from Swahili, means “sorrow” or “suffering,” which resonates with her life story.

At just 15, Taabo became a mother, dropping out of school in her second year of high school. She married her daughter’s father, and together they had three more boys. However, Taabo never returned to her studies; her responsibilities included caring for her children and managing agricultural work. Though the young family struggled financially, they found ways to survive—until things took a turn for the worse.

Her husband developed a drinking problem, leading to a tumultuous marriage filled with arguments. Eventually, he took a second wife, leaving Taabo with no choice but to leave. He returned her to her parents on a motorcycle, accompanied by her eight-year-old daughter and their youngest son.

Later, Taabo met another man and became pregnant again, giving birth to another daughter. Unfortunately, this relationship also unraveled when she discovered that he had another wife, whom he had kept hidden. Taabo’s father could not accept the situation and brought her back home, where she now lives with three of her five children: Sifa, Opi, and Bondela. Her two older sons live with their father, and the heartbreak of rarely seeing them weighs heavily on her.

Now, as a single mother, Taabo must support her three children through farming—an almost impossible task for a woman alone in her community.

Her story is a poignant reminder of the struggles faced by many young people in the area, often without the opportunity to finish their education. Many leave rural life seeking better prospects in cities, only to find even harsher conditions and temptations.

To support young people like Taabo, we have formed a new group in Amanipi, focusing on the “4Pillars” initiative. This program provides guidance for two years, helping participants cultivate a piece of land—approximately half a hectare—for their own use. Members will assist those with physical disabilities, and the farming will include both seasonal and permanent crops like coffee, bananas, and eucalyptus. Spiritual guidance will also be a key aspect, featuring prayer meetings and Bible readings.

Taabo is excited about the 4Pillars program. Even without a partner, she can now grow enough food for her family while also saving money for her children’s education. She’s currently weeding her peanut crop, which she planted without plowing the field. Looking ahead, she hopes to plant maize, beans, peanuts, and cassava, and she dreams of cultivating coffee and eucalyptus on her family’s land, secure in the knowledge it will always be hers.

Taabo is thrilled to be part of this new initiative, aimed specifically at young people like her. She hopes to unlock all the secrets of the 4Pillars and dreams of a brighter future. Her aspirations include earning enough from farming to buy a motorcycle for easier product sales and, most importantly, being a good mother. She wants her children to never experience hunger and to have ample opportunities for education while nurturing their faith in Christ.

When asked if she would consider remarrying, her answer is a resolute “no.” She believes that marriage would mean losing her children, and she is determined to protect her family.

Taabo’s courage is admirable, and we pray that the 4Pillar method will support her in providing for her family and realizing her dreams. We extend those prayers to all members of the new 4Pillars group in Amanipi.

Sorry

Het is geen vraag om excuses, maar de naam van een opmerkelijke vrouw in Amanipi.  Wie Sorry zegt, denkt aan evangelisatie, gebedswerk, kinderkoor, zingen en dansen in de kerk.

Sinds kort is ze ook onze buurvrouw. En ze is een vurig verdedigster van de 4 Pijlers in deze streek. Sorry en haar man Anguezu hebben al verschillende akkers bewerkt met de 4 Pijlers methode, ze zijn er vanaf het begin volop voor gegaan. Vorige week was Sorry als enige vrouw aanwezig op een belangrijke 4Pijler seminar. Het hinderde haar niet. Ze is gewend het voortouw te nemen en ver voor de troepen uit te lopen.

Ik ga vandaag met haar mee naar hun rijst akker, ongeveer 2 km lopen vanaf hun huis. Ik vraag Sorry waarom ze begonnen is met de 4Pijlers. Veel mensen in deze streek hebben immers nog wat twijfel, ze kijken de kat uit de boom. Ze wijst mij op de verschraalde akkers die we onderweg tegenkomen. “Kijk, daar kunnen de mensen geen pinda’s of mais meer verbouwen, alleen nog maar cassave. Het groeit zelfs nog op verarmde grond, maar brengt dan weinig meer op”. Cassave is het basisvoedsel hier, de markt ligt er helemaal vol mee, daarom zijn de prijzen erg laag. Het betekent bittere armoede en ondervoeding voor de kinderen.

Sorry: “We leerden hoe je met de 4Pijlers meer kunt produceren en langer op hetzelfde perceel kunt telen. Daarom zijn we direct met deze methode begonnen. En we hebben al een prachtige pinda oogst gehad”. Dat klinkt veelbelovend.

We komen aan op de rijstakker, die ligt in een dal naast een smalle kreek. De eerste rijst is al ingezaaid zonder te ploegen en komt al mooi op. Vandaag gaat Sorry de rest inzaaien. Ze zaait uit de losse hand, dat is hier de gebruikelijke methode, daarna werkt ze de zaden er lichtjes in met een hak, makkelijk licht werk.

Ik vraag Sorry wat haar toekomstvisie is. Allereerst wil ze dat haar vier kinderen worden onderwezen in de Bijbel en opgroeien als discipelen van Jezus. Mensen die zich onderscheiden door hun geloof en gehoorzaamheid. Verder wil ze dat de kinderen een goede opleiding ontvangen. De oudste zoon, Prospère, gaat na de vakantie naar de vijfde klas basisschool. De jongste zoon Moise is twee jaar. Daartussenin zitten nog Daniel en Charité.

Gisteren was het even schrikken: Moise zat bij zijn broer achterop de fiets en kreeg zijn voetje tussen de spaken. Sorry neemt hem mee naar mij. Zijn hele hiel is ontveld. Maar Moise is dapper en geeft geen kik. Ik ontsmet de wond en leg er een verbandje om. Moise is weer helemaal blij!

Sorry heeft veel visie voor evangelisatie. In de vijf jaar dat ze in Amanipi woont, heeft ze aan velen het evangelie verteld en verscheidene jongeren weer tot levend geloof zien komen, waaronder haar eigen man! Verder is ze zangleider voor de gemeente, ze leidt ook het kinderkoor. Dit jaar wordt ze voor het eerst diacones. Dat betekent veel dienende en tegelijk leidinggevende taken. Wanneer er gasten komen, is zij verantwoordelijk hun ontvangst.  Verder is ze actief in het gebedswerk en gaat ze na de vakantie een bijbelleesgroep leiden. Ze is onderwijzeres van beroep en heeft echt een hart voor de jeugd.

Sorry en Anguezu voor hum nieuwe huis met hun vier zoontjes en twee neefjes

We zijn heel blij met onze nieuwe buren, Sorry en Anguezu en hopen nog jaren vruchtbaar met hen te mogen samenwerken!

Amanipi-Nederland en weer terug

Op het laatste nippertje werd mijn paspoort vrijgegeven en opgestuurd naar de grensplaats Aru. Zo kon ik op 9 mei ik hals over kop Amanipi verlaten om naar Nederland te reizen voor de begrafenis van schoonmoeder van Til. De landbouwtraining die ik die week had geleid, was bijna afgerond. Terwijl de deelnemers nog aan hun laatste maaltijd zaten, reed ik al weg richting de grens. In minder dan twee dagen stond ik op Nederlandse bodem op zaterdagochtend 11 mei. Op Schiphol stonden broer en schoonzus Tjalling en Bea al klaar om mij op te halen en zo konden wij nog precies op tijd op de begrafenis zijn in Uithuizermeeden. Wat een wonder!

Het was een dienst van dankbaar terugkijken op een rijk en gezegend leven in geloof en vast vertrouwen in haar Redder en Heer Jezus Christus en de zekerheid dat ze haar Heer zou ontmoeten.

Daarnaast was het ook een ontmoeting met alle zwagers en schoonzussen, neven en nichten en bredere familie en met onze kinderen. Zes kleindochters die naar oma genoemd waren, waaronder onze dochter Margreet, droegen oma in de kist de kerk in en uit. Dat was heel ontroerend. Ook de begrafenis zelf was indrukwekkend zoals we als familie ( vooral de kleinzoons) samen het graf mochten dichten.

In de weken daarop, volgden vele ontmoetingen met de familie, vrienden, onze thuisgemeente en met onze kinderen en kleinkinderen. Ook de jongste kleindochter Saskia uit Engeland mochten we in onze armen sluiten. Het was niet gepland en het voelde daarom als een bonus om zoveel bij de (klein)kinderen te kunnen zijn. We genoten ook van de zomer met al het groen en de vogels en van de rust. Zus en zwager Trees en Linus hadden weer een perfect huis voor ons in orde gemaakt in het bos bij Beekbergen waar we iedereen goed konden ontvangen. En zo vloog de tijd weer om. We kijken dankbaar terug op deze tijd. Een tijd van afscheid nemen, verdriet, maar ook blijdschap om het weerzien van familie, van kinderen en kleinkinderen.

Na vijf weken in Nederland, keken we ernaar uit om weer naar Congo terug te reizen. Het eerste groeiseizoen is bijna klaar en enkele gewassen kunnen al geoogst worden. En ondertussen kunnen we de akkers voorbereiden voor het tweede groeiseizoen van juli tot november. Vanaf dinsdag 11 juni kregen we al ongeduldige sms-jes van onze vrienden waar we toch bleven, 10 juni was immers de terugreis? Ja maar zo snel konden wij niet! Onze reis duurde ruim vier dagen inclusief een rustpauze van anderhalve dag in Kampala.

Vrijdagmiddag 14 juni was het zo ver: we reden ons dorp binnen en daar onder de mangoboom zat iedereen al klaar. Ze hadden een gebedsdienst voorbereid met de voorganger, oudsten en onze naaste medewerkers. Aansluitend was er een maaltijd.  Wat een warm onthaal. Alsof dat nog niet genoeg was, was er de dag erop een officiële herdenkingsdienst georganiseerd voor de hele kerkelijke regio ter nagedachtenis aan moeder van Til. Hier kwamen de voorgangers en kerkelijke medewerkers, vertegenwoordigers van de vrouwen met ons samen. Het werd een dienst van bijna twee uur. Er was gebed, veel zingen, begeleid door koperblazers, Roelof gaf een in memoriam, er was een schriftoverdenking, weer zingen, een collecte en ten slotte weer een gezamenlijke maaltijd. Na afloop van de dienst werd de collecte: een geldbedrag en veel goede gaven in natura zoals cassave, verse maiskolven, pinda’s eieren en drie kippen, in optocht naar ons huis gebracht. Roelof en ik waren diep onder de indruk van zoveel warmte. We voelden ons hier al thuis, maar nu nog veel meer!

Afscheid en nieuwe start

Het varken, de geit en de haan die waren geslacht voor ons afscheidsfeest in Lanza, gingen schoon op. Het was een feest met een zwart randje. Voor mij was het moeilijk om de mensen met wie we vijf jaar hebben opgetrokken achter ons te laten. Maar het feest was een vrolijk gebeuren met samen zingen, korte overdenkingen, toespraakjes en muziek en lekker eten tot slot. Het eten was open voor het hele dorp en de kinderen kwamen ook massaal hun bordje volladen. De dinsdag daarop waren we klaar voor vertrek met onze laatste bagage. Het afscheid van enkele trouwe vrienden was emotioneel. We sloten af met gebed. En in gebed zullen we met elkaar verbonden blijven.

En nu op naar Amanipi met een auto vol spullen, de kippen en de poes. Honderdtwintig kilometer naar het noorden en ruim zes uur later wachtten de mensen in Amanipi ons op. We werden met open armen ontvangen. De voorganger Ferdinand met zijn dochter en twee diakenen verwelkomden ons op het terrein van de kerk. We dankten God voor de veilige reis.

We zijn nu al ruim 6 weken in Amanipi en voelen ons er steeds meer thuis. De opslagplaats die we gebouwd hebben is af, er zitten twee kamers in, het kantoor en een gastenkamer. Hier kunnen we voorlopig goed in wonen. Op 9 maart is het huis officieel ingewijd met gebed door de voorganger, oudsten en diakenen en de mensen die aan het huis gebouwd hebben. De officiële opening bestond uit een gebed en het plakken van het 4Pijlers logo op de deur.

Op dit moment wordt er volop gebouwd aan een keuken en daarna is het woonhuis aan de beurt. Altijd bedrijvigheid in en om huis. Ook komen geregeld groepjes vrouwen of kinderen naar ons kijken. Hoe zien die blanken er nou eigenlijk uit? En wat doen ze daar?? Af en toe verlang ik naar de rust van Lanza en wens ik dat al deze bouwprojecten allemaal af zijn!

Ondertussen werken we hard aan de nieuwe taal, het Lugbarati. Elke dag krijgen we les van voorganger Ferdinand. We merken dat we steeds meer verstaan en zelfs al hele zinnetjes kunnen zeggen. Elke ochtend genieten we van de prachtige zonsopkomst die we vanaf onze veranda kunnen zien, als we tenminste op tijd opstaan.  Wat heerlijk om zo de dag te beginnen!

Half maart zijn de regens begonnen en kan er overal gezaaid worden. Ook wij hebben onze eerste gewassen gezaaid: mais en bonen. Tegelijkertijd doen we ook zoveel mogelijk landbouwtrainingen. We worden uitgenodigd in verschillende dorpen. We geven eerst een presentatie met foto’s en wat theorie en de dag erop is er een praktijktraining. De mensen in deze streek zijn zeer geïnteresseerd omdat ze merken dat hun terreinen niet meer zoveel opleveren als vroeger. We vertrouwen erop dat met het toepassen van de 4Pijlers hun gronden weer meer gaan opleveren.

Verhuis perikelen

Open armen

Nederland lijkt alweer heel ver weg. Na onze terugreis naar Congo zijn we direct naar onze nieuwe woonplaats, Amanipi, gegaan. We waren blij te zien dat de bouw van ons nieuwe huis al mooi was gevorderd. De bouwers hebben de muren opgevuld met leem, het wordt zo een echt huis. We zijn nu ruim een maand verder en de muren en vloeren zijn afgewerkt met cement. Wat een luxe. Vanuit Lanza hebben we al drie keer een rit gemaakt naar Amanipi. Urenlange ritten, met slechte wegen, extreme hitte en veel stof. Iedere keer nemen we een vracht huisraad mee achterop de pick-up.

De mensen in Amanipi wachten ons altijd met open armen op en zijn heel behulpzaam bij alles. We voelen ons gewaardeerd en geliefd. Wat een zegen. We worden ondergedompeld in het Lugbara-ti, de taal die we al sinds november ijverig aan het leren zijn. Maar dat was veel droogzwemmen. Nu horen we in het echt hoe je de woorden uitspreekt met de goede toonhoogte, sverbonden spraak en de specifieke uitdrukkingen van de streek. Vaak vragen we voorganger Ferdinand om ons een les te geven. Hij doet dat graag en spreekt het Lugbara-ti heel duidelijk uit. Gelukkig is hij erg geduldig met ons en wordt hij nooit moe om iets te herhalen.

Schrik

Op onze eerste reis naar Amanipi verloren we plotseling het linker achterwiel van de pick-up. De achterkant van de auto viel met een harde klap op de weg. We schrokken hevig. “Oooh”, riep Roelof, “de as is gebroken!”  Maar nee, het was een wiel dat los was geraakt. We vonden het wiel een heel eind achter de auto terug, met enkele bouten. Als een wonder werden de ontbrekende bouten later nog veel verder weg gevonden door een man op de fiets. Zou er niets ernstig beschadigd zijn? We krikten de auto op en plaatsten het wiel terug. En zowaar, we konden gewoon weer verder rijden met onze zware vracht. Sindsdien controleert Roelof voor iedere reis alle wielbouten. Bij onze tweede reis had de pick-up een probleem met de remmen. Gelukkig kwamen we langs een groot centrum met een autogarage op zijn Congolees.  Alles in de buitenlucht met alle instrumenten en onderdelen verspreid in het zand. Maar na een dag werken kwam het toch weer in orde. We zijn God dankbaar dat we ondanks deze pech veilig op onze bestemming zijn aangekomen.

Klussen en relaties

De afgelopen tien dagen waren we in Amanipi. Het huis is nog niet helemaal af, dus we sliepen in ons tentje. De mensen vonden het maar niks dat wij ‘buiten’ moeten slapen terwijl zijn zelf in een echt huis slapen. Maar we hebben ze verzekerd dat dit voor ons heel normaal is en dat we het zelfs leuk vinden. En de voordelen zijn dat er geen muizen of muskieten binnen kunnen komen!

Er was veel werk te doen. Roelof maakte deuren en luikjes terwijl de metselaars de muren en vloeren afwerkten. Ik heb al twee kamers gesaust. Ook op de akkers naast het huis is er voldoende werk. Een paar medewerkers hebben de braakliggende stukken dichtbij het huis afgemaaid en daarna heb ik de planten- en bomenresten op rijen gelegd. Dat is een warm werkje in de brandende zon! Maar ik heb het er graag voor over. De vier Pijlers zijn van start gegaan in Amanipi!

Veel mensen uit de streek kwamen kijken. Blanke mensen in Amanipi, dat is de attractie van de eeuw. Roelof amuseerde zich prima met de mannen en de jongens, half in Lugbara-ti, half half met gebaren. Ik communiceerde volop met de vrouwen en meisjes. Fijn om zo op spontane wijze veel mensen te leren kennen.

Honderd jaar evangelie

Het weekend maakten we een heel bijzonder evenement mee: het honderdjarig bestaan van het kerkelijke district Adi, waar ook Amanipi onder valt. Dat is een klein uur rijden vanaf Amanipi. In 1924 kwamen de eerste Amerikaanse zendelingen naar Adi om het evangelie van Jezus te brengen. Tijdens vier generaties is de kerk enorm gegroeid en is het geloof nog steeds zuiver en levend. Het was een groot feest in de vorm van een conferentie van 4 dagen. Wij waren er alleen op zondag bij. De feestelijke dienst, met meer dan duizend christenen, werd afgesloten met de viering van het avondmaal. Het is prachtig om op deze manier de eenheid met onze medechristenen in deze streek te ervaren.