Droge tijd

Zéro Labour:  oogst en seminar

Nu de regentijd ten einde is, wordt er volop geoogst. De meeste velden die vanaf mei/juni waren ingezaaid, zijn geoogst en over het algemeen is de opbrengst zeer goed te noemen. Roelof heeft ook al zijn eerste zelf veredelde maïs geoogst. Die ligt nu te drogen en kan het volgend seizoen vermenigvuldigd en verder veredeld worden. Ook is er zaad van de groenbemester Mimosa geproduceerd dat vanaf nu kan worden gezaaid.

Vorige week was er een seminar over Zéro Labour voor alle geïnteresseerde boeren, boerinnen, landbouwkundigen, weduwen en andere belangstellenden, georganiseerd door Samaritan’s Purse met een afvaardiging van de minister van Landbouw in deze provincie (Ituri). Er was grote belangstelling. De adviseur van het ministerie van Landbouw legde de wetgeving rond herbiciden uit en Roelof legde het systeem Zéro Labour nog eens heel duidelijk uit met veel dia’s en vele voorbeelden uit de praktijk. De volgende dag was een praktijkexamen voor alle mensen die al ervaring hadden met de rugspuit. Onder aanwezigheid van het ministerie van Landbouw legden ze een examen af. Ongeveer dertig mensen, mannen en vrouwen uit de wijde omtrek behaalden dit certificaat. Zij kunnen nu zelfstandig een groep mensen trainen in het gebruik van de meest toegepaste herbiciden.

 

Stof

De droge tijd is nu echt aangebroken. De laatste bui viel twee weken geleden. Sindsdien werd het steeds warmer, droger en stoffiger. Omdat de meeste straten hier niet verhard zijn, heeft het stof vrij spel. Alles in huis is bedekt met een laagje stof. Daar valt bijna niet tegen te poetsen of dweilen, hoe zeer Neema ook haar best doet. De volgende dag ligt het er weer…Ook de planten in de tuin en aan de kant van de weg zitten onder het stof. Op straat waait het stof ook vrij op, vooral waar het drukke verkeer langsrijdt. Om zich te beschermen dragen veel brommerchauffeurs nu mondkapjes. Wij doen dat ook als we door de stad fietsen.

Fietsen

Ja, je leest het goed: fietsen. Twee weken geleden hebben we tweedehands mountainbikes uit Oeganda laten komen. Dit is een van onze beste aankopen zo lang ik hier woon. Het geeft zoveel vrijheid om lekker op je fiets te stappen en weg te rijden. Geen  eindeloze wandeltochten meer door de stad, geen brommertaxi meer nodig. Heerlijk! En het leukste is nog dat we in het weekend een fietstocht kunnen maken in de omgeving. Wat we eerst met de auto deden, doen we nu op de fiets. Op die manier leren we de omgeving goed kennen en het is ook echt sporten met de vele klimmetjes die hier zijn. De eerste keer was echt een spektakel. De mensen moesten er erg aan wennen. Onderweg werden we door iedereen begroet met uitroepen van verbazing: Ieh, heehMuzungu! Courage! Kijk nou toch: Een blanke op de fiets….   Kinderen riepen hun vriendjes om samen ons te bekijken en toe te roepen. Afgelopen zondag maakten we een mooi rondje buiten Bunia om. Nog steeds verbaasde en vrolijke begroetingen, maar ook een paar (dronken) mannen die boos werden: wat moeten die blanken hier op de fiets!  Vandaag  gingen we naar de Mont Bleu. Op een steile afdaling ging Roelof onderuit door het rulle zand. Dat hoort er allemaal bij. Het plezier van het fietsen weegt ruimschoots op tegen deze ongemakjes.

Kippenhok

Ook ongeveer twee weken geleden heeft Roelof samen met een medewerker een kippenhok gebouwd. Er lag al een cementvloertje van een kinderzwembadje, aangelegd door vorige bewoners. Daaromheen is het hok gebouwd. We hadden al een haan en een kip en sinds kort zijn er tien kippen bijgekocht. Nu maar wachten op de eieren!

 

Aidsconferentie in Oeganda

Reis

Vorige week zaterdag ben ik samen met Angelique naar Oeganda gereisd voor een Aidsconferentie. Angelique is een vriendin van mij hier in Bunia. Ik schreef al eerder over haar (15-10). Ze leeft zelf met HIV en is hier heel open over. Ze is getrouwd met Patrick die geen HIV heeft en het echtpaar heeft drie gezonde kinderen, alle drie zonder HIV.

De reis ging over de weg. Dat was een heel avontuur, eerst met een taxi van Bunia tot aan de grens even voorbij Mahagi: 185 kilometer over een redelijke weg. Het had al twee weken niet meer geregend, dus de zandweg was erg stoffig. Achter de vrachtauto’s ontstonden zulke stofwolken dat er geen zicht meer was op de weg. De chauffeur stond dan bijna stil. De reis is niet zonder gevaren zoals is te zien op de foto met de vrachtwagen hierboven.

Aan de andere kant van de grens stond een auto van Samaritan’s Purse in Oeganda klaar om ons naar Kampala te brengen. Dit was een mooie en comfortabele rit van ongeveer zes uren over geasfalteerde wegen. We reden over de West Nijl en door diverse wildparken en zagen olifanten, antilopen en bavianen.  In Kampala waren we de eerste nacht te gast Anglicaanse  priester, canon, Gideon, die zelf al 25 jaar leeft met HIV. Hij was de eerste Afrikaanse geestelijke leider die openheid gaf over zijn HIV status en is al meer dan twintig jaar actief in de strijd tegen stigmatisering rondom HIV/AIDS. Hij had deze conferentie georganiseerd ter gelegenheid van de Wereld Aids Dag op 1 december.  Angelique kent hem goed en hierdoor was zij uitgenodigd op de conferentie. Via Angelique raakte ik ook geïnteresseerd . Ik wilde er graag aan deelnemen om lessen te leren voor aanpak van HIV en AIDS in Congo.

20171126_153348
Reverend Canon Gideon en Angelique

Het doel van de conferentie was om in vier dagen samen een  een plan te ontwikkelen om via een communautaire aanpak HIV/AIDS in Oeganda in 2030 tot een minimaal niveau te reduceren. Dit plan zal in 2018 worden aangeboden aan de president van Oeganda.

Ik heb deze conferentie veel geleerd over HIV en AIDS. Vooral over de feiten en de situatie  van HIV/AIDS in Oeganda en in Afrika in het algemeen. Helaas is het aantal nieuwe infecties in Oost, Centraal en Zuidelijk Afrika nog steeds te hoog, meer dan 4% van de bevolking. In Congo is dit in sommige gebieden nog veel hoger. En het total aantal mensen dat leeft met HIV in dit deel van Afrika is bijna 20 miljoen, dat is  ruim 50 % van alle mensen die leven met HIV of AIDS in de wereld.  Een van de belangrijkste oorzaken is de onveilige seks die hier nog op grote schaal en vaak ook al op jonge leeftijd plaatsvindt. Een andere hindernis is nog steeds de stigmatisering en schaamte rond HIV/AIDS. Zolang mensen zich niet laten testen en zij die getest zijn er niet open over zijn, gaat de verspreiding van het virus gewoon door. Maar degenen die zich hebben laten testen, open zijn, zich laten behandelen met HIV remmers, bewust leven, zorgen dat de verspreiding stopt. De virusdruk is bij hen zodanig verminderd dat ze zelfs geen virus meer overdragen.  Vandaar dat het ook mogelijk is dat mensen die HIV positief zijn en onder behandeling van HIV remmers, een gezin kunnen stichten, met goede voorzorgmaatregelen, kinderen kunnen krijgen zonder HIV. Zij kunnen positief leven met HIV en zijn een voorbeeld voor al die anderen die niet open zijn over hun status.

Canon Gideon heeft drie kinderen gekregen toen hij al HIV positief was en onder behandeling van HIV remmers. Op de conferentie waren er verschillende van dergelijke voorbeelden. Iemand die mij erg raakte was een jonge vrouw van 24 jaar. Zij was geboren met het HIV virus. Nu is zij getrouwd en zwanger van haar eerste kind. Zij is een vurige activiste tegen HIV en AIDS in Oeganda. Op die manier worden veel jongeren bereikt. In Congo is er nog veel minder openheid. Mensen zoals Angelique zijn hier nog een grote uitzondering. De uitdaging voor Congo is om hier ook deze openheid te creëren en het stigma en de schaamte te doorbreken. Vanaf 2018 willen we graag diverse activiteiten ontwikkelen in de verschillende kerken om meer openheid te krijgen rondom HIV/AIDS en een duidelijke visie te ontwikkelen voor deze en andere kwetsbare groepen zodat de kerk een veilige haven voor hen kan zijn. Tot nu toe is dat helaas vaak niet het geval.

De terugreis ging via de nachtbus uit Kampala tot aan de grens. Vanaf daar de volgende ochtend verder met een zelfde soort taxi als op de heenweg terug naar Bunia. Rond de middag waren we weer thuis en een bijzondere ervaring rijker.

 

Engelse les en meer

Engelse les

Sinds vorige week geef ik het vak Engels op de Universiteit Shalom Bunia (verder afgekort als USB). Dit is een christelijke universiteit die is ontstaan uit een Theologische Hogeschool die hier al heel lang was, gesticht door zendelingen van de Africa Inland Mission. Ik ken de directeur van de theologische faculteit, Ted Witmer en zijn vrouw Dana, die hier al sinds het eind van de jaren 80 in Congo werkzaam zijn. Dana heeft mij gevraagd of ik het vak Engels zou willen geven. Het leek mij een welkome bezigheid in de maanden dat ik nog weinig andere verplichtingen heb.

Vorige week ben ik dus begonnen in een groep eerstejaars studenten van verschillende faculteiten zoals Biologie, Landbouw en Medicijnen. Het is woensdag ochtend van 8-10 uur op de westelijke campus, dat is een eindje buiten de stad. Om half 8 vertrekt er een bus vanaf de centrale campus, helemaal volgestouwd met studenten en een paar docenten waaronder ik. De eerste les kwamen er maar tien studenten opdagen. Ik observeerde het eerste uur de les van de leraar van die groep. Het niveau van deze studenten is ongeveer vergelijkbaar met de eerste klas middelbare school in Nederland. De les verliep erg formeel en statisch, terwijl het doel juist spreekvaardigheid was. Met mijn NT2 ervaring zag ik daar nog wel enige punten ter verbetering. Het tweede uur mocht ik zelf lesgeven.

Ik heb geprobeerd wat meer interactie te brengen en de studenten te stimuleren om meer te spreken met wat speelse werkvormen. Dit vonden ze een beetje raar maar ook wel heel leuk. De tweede week waren er ongeveer veertig studenten in de klas. Dat was wel ineens wat veel van het goede. Een hele uitdaging om daar een leuke les van te maken. Deze keer heb ik de volle twee uur lesgegeven ook weer met veel interactie en spelvormen. Ik heb een redelijk vrije rol. Het is de bedoeling dat ik vooral observeer hoe de lessen nu gaan bij verschillende docenten en kijk wat er te verbeteren valt. Na een paar weken zou ik dan een workshop kunnen geven over activerende werkvormen of differentiëren binnen een groep. Al met al heel leuk om zo toch weer een beetje in het onderwijs te werken.

Komanda

Roelof en ik zijn donderdag naar Komanda geweest. Dat is een knooppunt van wegen naar bijvoorbeeld Beni in het zuiden en naar Kisangani in het westen. Het ligt 75 km ten zuiden van Bunia, twee uur rijden over een goede weg.  Samaritan’s Purse (SP) heeft hier een kantoor voor de programma’s Ondervoeding en Gezondheid en Landbouw. Er is veel ondervoeding in deze streek. Er zijn “care” groepen gevormd van ouders van de ondervoede kinderen. De groepen krijgen voorlichting over gezonde voeding en maken samen velden om groenten te verbouwen. Maar vaak is niet de kennis over voeding de beperkende factor. Meestal zijn het de sociaaleconomische omstandigheden, vaak alleen de moeder in huis die voor het inkomen moet zorgen.

Daarom is Roelof met een aantal landbouwmedewerkers ook hier begonnen met de introductie van de nieuwe methode Zéro Labour. Op deze manier kunnen de kwetsbare gezinnen met veel minder inspanning een groot veld maken. Ze zaaien gewassen zoals soja, mais, bonen en cassave. Allemaal producten die veel  opbrengen. Een deel van de opbrengst kan worden gegeten. Met de rest van de opbrengst kan voldoende voedsel gekocht worden om het gezin te voeden en andere dingen te betalen. We bekeken enkele van deze velden. Op een veld was een groep net bezig met het zaaien van bonen in de bespoten maar niet geploegde grond. Op een ander veld stonden al ingezaaide bonen en ergens anders groeiden soja en mais. De mensen waren erg tevreden.

Komanda ligt dichtbij de rivier Ituri. We namen daar even een kijkje, een indrukwekkende rivier omringd door oerbos. Een chef van een van de groepen heeft naast de rivier een groot stuk grond van bijna twintig hectare. Veel te groot om te bewerken, maar met de nieuwe methode kan hij er aan de slag. SP krijgt enkele hectares in bruikleen. Roelof wil daar eenvoudige veredeling van zaad gaan toepassen.

IMG_0679
Ituri rivier

 

Vrije tijd

Vogels op het veld

In het weekend hebben Roelof en ik meestal wat tijd om samen iets te doen. Op zaterdagochtenden gaan we soms met de verrekijker eropuit in de hoop wat vogels te spotten. Je hoeft maar een klein eindje rijden buiten Bunia en daar vind je de mooiste plekjes in de natuur. Vaak is het in de buurt van een van de velden waar Roelof bezig is met het uitproberen van de nieuwe landbouwmethode. Een poosje geleden waren in Chary, een dorpje aan de gelijknamige rivier, de Chary.

Bij een ander veld (bij Tchere) hebben we een voor ons zeer bijzondere vogelpaar gezien: de gekroonde kraanvogel. Ondertussen kijkt Roelof dan ook hoe de velden erbij liggen. De eerste bonen zijn nu geoogst en de opbrengst lijkt goed.

Sinds kort heeft hij contact met de oud-gouverneur van deze provincie. Een steenrijke man, met heel veel landbouwgrond. Hij wil graag meer leren over de nieuwe landbouwmethode, Zéro Labour. Roelof mag in ruil daarvoor enkele hectares gebruiken om op te experimenteren. Ook op dat terrein konden we weer prachtige vogels waarnemen. Binnenkort is de regentijd afgelopen. Dan houdt het zaaien op. Maar er zijn ook stukken grond die in een dal liggen aan een stroompje (een Bas-fond in het Frans), daar kun je zelfs in de droge tijd zaaien. Roelof kijkt nu waar hij het beste kan beginnen op dit nieuwe terrein.

 

Hondenhok

Ons waakhondje Sherlock kan erg agressief zijn tegen vreemde indringers. ’s Nachts is dat prima maar overdag is het niet fijn. Mensen die ene beetje bang zijn, jaagt hij de stuipen op het lijf. Daarom moest er een hok komen waar Sherlock overdag in kan. Een mooi klusje voor Roelof op zaterdag. Met wat planken, spijkers en gaas heeft hij met twee helpers het hok gebouwd. Sherlock moest er eerst niet veel van hebben, maar nu laat hij  zich gewillig opsluiten als het moet. Zijn etensbakjes staan in het hok… Het volgende project is een kippenhok voor de kip en de haan die we van een oude kennis kregen.

Pindakaas

Die dag had ik ook tijd om eens wat te klussen in huis. Het is hier nu de tijd van de pinda oogst. Pinda’s zijn dan voordelig te koop op de markt. Ik had een handmolen gekocht voor het malen van koffie en pinda’s.  Pindakaas is hier wel te koop in sommige winkels. Het is dan de Amerikaanse soort met veel suiker en erg duur. Ik had twee kilo pinda’s, die werden geroosterd en van de schilletjes ontdaan. Een klein beetje zout erdoor en dan door de molen. Ze gaan twee keer door de molen en daarna nog even met een staafmixer er doorheen om het lekker smeuïg te maken.  Wat is er nu lekkerder dan je eigengemaakte pindakaas op brood? Het volgende project: koffie: ruwe koffiebonen branden en daarna malen.

Dagelijkse beslommeringen

Dagelijkse beslommeringen

Er gebeuren hier niet dagelijks heel opzienbarende dingen. Het leven van elke dag kan soms ook frustrerend zijn. De dingen werken hier niet altijd zoals ik het graag zou willen. Ik schreef eerder al over traag internet. Maar vaak is er ook geen internet. Dat gebeurt natuurlijk altijd net op vrijdagmiddag als ik mijn blog op internet wil zetten. Dan maar weer wachten en hopen dat het de volgende dag beter is.

 Elektriciteit

Iets anders is de elektriciteit. Die kan zomaar wegvallen. Soms op een wel heel bijzondere manier. Op zekere dag verschenen er ineens twee mensen met een ladder in onze tuin, ze sloten de stroom van ons huis af. Ze waren gestuurd door het elektriciteitsbedrijf want de rekening zou niet betaald zijn. Het was een misverstand. De rekening was wel betaald dus ze moesten het een uur later weer aansluiten.  Onregelmatige stroom is heel gewoon in Bunia. Met de steeds groeiende bevolking die gebruik maakt van het elektriciteitsnet, raakt de boel natuurlijk overbelast en kan niet iedereen tegelijk stroom krijgen. Vorige week ontdekten we nog een andere oorzaak: verouderde  stoppen en ook antieke elektrische bedrading! Een deel van de stroomuitval was daar aan te wijten. Gelukkig werd er gauw een elektricien geregeld. Hij pakte alles voortvarend aan, verving de verouderde stoppen. Alles leek geregeld. Helaas, het werk was niet af en hij bleef weg zonder iets te zeggen… Nog steeds problemen dus. Vandaag kwam hij weer opdagen om de klus af te maken. Hopelijk komt het deze week goed.

 

Kleermaker

Tja, soms moet je geduld hebben. Dat geldt zeker ook voor de kleermaker. Gewoon even naar de C&A voor een nieuw setje kleren is er hier niet bij. Er zijn wel wat tweedehands marktkraampjes, maar de keus is daar niet groot. Het zijn kleren uit Europa en Amerika. Voor nieuwe kleren koop je stof en die breng je naar de kleermaker. De tweede week dat ik hier was, heb ik een hoeveelheid mooie stoffen gekocht. De volgende zaterdag naar de kleermaker gegaan met wat voorbeelden van eigen kleding en een jurk van een plaatje. Dat kunnen ze hier geweldig goed! Het zou de volgende zaterdag klaar zijn. Ik kwam daar netjes een week later, maar er was nog niets gebeurd. Ik had al een aanbetaling gedaan. Nee, volgende week zou het echt klaar zijn. Zo ging het nog een paar keer. Uiteindelijk was er steeds iets af, maar nog niet alles en er ontbrak altijd wel iets aan, bijvoorbeeld de rits of de knoop vergeten…Uiteindelijk, 6 weken en zeker 8 bezoekjes later, was alles klaar. Maar dan heb je ook wat: 2 rokken, een broek en een jurk. En het resultaat was uiteindelijk goed. Maar volgende keer zoek ik wel een andere kleermaker.

Tuin

Ik houd erg van tuinieren en zag deze tuin ook weer als een uitdaging om mijn eigen stempel erop te zetten. In de eerste weken had ik geen idee hoe het werkte. Soms stond er opeens de tuinman van Samaritan’s Purse die van alles in de tuin begon te doen, nieuwe (saaie) perkjes maken, e.d. Ik had er niet om gevraagd en dit voelde niet goed.  Na overleg komt de tuinman alleen nog maar als ik erom vraag. Hij komt dan gras maaien, of gras bij planten. Dat is natuurlijk prima. Ik heb zelf een nieuw perk met rozen aangelegd en nog andere bloemetjes. Alle bloemen die ik plant, komen uit andere tuinen van vrienden uit de buurt. Tuincentra hebben we hier niet.

Onze tuin staat niet alleen vol met vruchtbomen maar ook met prachtige sierstruiken met mooie bloemen. Alleen sommige struiken waren wel erg wild gegroeid. Je zag door de struiken de tuin niet meer! Deze week ben ik begonnen die struiken drastisch bij te snoeien. Er komt heel veel licht bij en we zien ineens wat er allemaal nog meer in de tuin staat. En de vogels laten zich beter zien!

 

 

Schoolvelden

 

Deze week bracht ik met Roelof en twee van zijn landbouwmedewerkers een bezoek aan de schoolvelden van vier verschillende basisscholen in de buurt van Bogoro, ongeveer anderhalf uur rijden te zuiden van Bunia over een slechte weg. Samaritans’s Purse heeft een programma bij verschillende scholen in een streek waar veel ondervoeding is. Het programma houdt in dat aan deze scholen voedsel (vooral mais en bonen) wordt uitgedeeld waarvan op school maaltijden worden gekookt voor de leerlingen. Het zou natuurlijk beter zijn als de school zelf deze producten ging verbouwen en nog beter als de ouders zelf meer voedsel kunnen produceren om hun kinderen te voeden.

Daarom is Roelof in mei begonnen met school velden waar de nieuwe landbouwmethode,  Zéro Labour (in het Engels Zero Tillage) wordt toegepast. In mijn vorige blog heb ik hier iets over verteld. Eerst wordt een onkruidverdelger gespoten. Na twee weken als het onkruid is afgestorven, kan er mais en bonen of iets anders worden gezaaid. Door de ouders is een comité gekozen voor het schoolveld. Op dit veld leren Roelof en zijn medewerkers de ouders de technieken en veiligheidsvoorschriften. Ook leren de ouders te zaaien in het afstervend onkruid, zonder te ploegen.

De belangstelling voor deze methode is groot. Men moest er wel even aan wennen: zaaien zonder ploegen ….. is dat echt mogelijk? Maar al gauw zagen ze dat de gewassen prima groeien. Bovendien bespaart men niet alleen op de arbeid voor het ploegen, maar ook voor het wieden. Als de ouders uit het comité meegeholpen hebben met het werk op het schoolveld, krijgen ze zaaizaad en onkruidverdelgers om op hun eigen land te gebruiken. Op deze manier wordt de methode effectief verspreid onder de bevolking. Het kost de mensen veel minder energie dan het traditionele ploegen met de hak. Hierdoor kunnen ze makkelijker een groter oppervlakte bewerken en dus meer voedsel produceren.  Aan het einde van het seizoen worden er al groenbemesters ingezaaid. Zo blijft de bodem bedekt, verrijkt met stikstof en de groei van onkruid voorkomen. Het gebruik van onkruidverdelgers kan dan worden afgebouwd.

 

Samen met de directeur van de school en de vertegenwoordiger van het oudercomité bezochten we de schoolvelden. Het is mooi om te zien hoe blij zij zijn met deze nieuwe methode. Er is ook zichtbaar resultaat. Toen wij op bezoek waren, waren vrouwen bezig met het oogsten van de bonen. Zo te zien was de opbrengst goed. Ze trekken de hele bonenplant uit en nemen dit in een grote bundel mee naar het schoolterrein. Daar wordt het gedroogd en vervolgens worden de bonen er met stokken uitgeslagen (gedorst met de hand). Als de oogst helemaal binnen is, organiseren ze een oogstfeest op school. Er is lekker eten en frisdrank (echt een luxe hier!). De medewerkers van SP zijn daarbij ook uitgenodigd en ’s avonds laten ze de Jezusfilm zien voor het hele dorp.

Er zijn ook scholen met minder succes. Sommige scholen hebben te laat gezaaid omdat de mensen steeds verhinderd zijn door rouwbijeenkomsten. Die nemen enkele dagen in beslag. Andere scholen hadden op het verkeerde moment gespoten, juist voor de regen. Dan wordt de onkruidverdelger direct weer afgespoeld en heeft het geen effect.

De kinderen op school zijn altijd erg enthousiast als er gasten op bezoek komen. Het liefst zouden ze allemaal tegelijk de klas uit rennen om ons te begroeten. Maar de onderwijzers vinden dit natuurlijk niet goed. De leerlingen blijven in de klas maar verdringen zich bij de deur.  Op een van de scholen was een gymnastiekles aan de gang. Ik de brandende zon staan de kinderen keurig in een rij. Naar het voorbeeld van de meester moeten er allerlei oefeningen worden gedaan. Het lijkt meer op een militaire exercitie.  Als het tijd is om te vertrekken met de auto is er grote hilariteit. Zodra de auto start, rennen de kinderen die op het schoolplein zijn er met zijn allen achteraan. Echt een feest!

School Ngasu loko
Enthousiaste kinderen rennen achter de auto aan

Reizen

Doruma

In de krappe twee maanden dat ik hier ben, heb ik al aardig wat afgereisd. De derde week was er een reis naar het hoge noorden van Congo, naar een plaatsje genaamd Doruma. Het ligt tegen de grens met Zuid-Soedan in het gebied dat bekend staat als Zandeland. Vorig jaar zijn veel Zuid-Soedanezen de grens overgestoken om de oorlog in hun land te ontvluchten. Er is nu een groot vluchtelingenkamp en er zijn vluchtelingen gehuisvest bij de lokale bevolking, die in het algemeen tot dezelfde etnische groep (de Zande) behoort. Totaal zijn er ongeveer 10.000 ontheemden. Zij hebben alles achter zich moeten laten en hebben geen landbouwgrond. Samaritan’s Purse (SP) had al een team in Doruma. Dat had als doel om te evangeliseren en gezondheidsvoorlichting te geven in dat gebied. Nu SP er is, kan ze onmiddellijk inspringen op de actuele nood. De VN deelt voedsel uit, maar uiteindelijk  is het de bedoeling dat de vluchtelingen zelf hun voedsel gaan verbouwen. De overheid heeft hun stukken land toegewezen en SP helpt via een verbeterde landbouwmethode Zéro Labour (waarover straks meer) voor een effectieve productie van voedsel. Ook heeft SP geholpen met het opzetten van een “kerkgebouw”  (gemaakt van VN plastic) in het kamp. Veel Zuid-Soedanezen zijn christen. Ik kreeg de kans om met de evangelisten het kamp te bezoeken en voor enkele mensen te bidden. Een bijzondere ervaring.

Roelof en ik zijn daar eind september naartoe gereisd met een vliegtuig van de VN. Het is een prachtige gebied, omringd door bos en zeer vruchtbaar. Het was voor mij ook een soort thuiskomen in het ‘echte’ Congo dat ik me nog herinnerde van ons verblijf in de jaren 90. Een rustig dorp, veel mensen op de fiets, weinig brommers, nauwelijks auto’s, veel groen en weelderige plantengroei. Heerlijk om even bij te komen van het drukke gedoe in Bunia. Op de vlucht naar Doruma en terug naar huis zagen we voornamelijk uitgestrekte bossen onder ons. Af en toe een open plek voor een dorp of een stadje. Wat een rijkdom aan vogels, dieren en planten  is er wel niet te vinden in al die bossen?

Blukwa  

Vanaf 14 oktober had Roelof een week vakantie. We hebben de gelegenheid aangegrepen om wat van de omgeving te zien. Het eerste weekend gingen we naar Blukwa, een dorp in de bergen, ongeveer 70 km ten noorden van Bunia. De kwaliteit van de weg was niet al te best; de reis duurde ruim 3 uur. Onderweg genoten we van de prachtige uitzichten en van de gesprekken met onze reisgenoten. We reisden samen met pasteur Reta en zijn vrouw Sara, die in Blukwa zijn opgegroeid. We kennen Reta nog uit onze tijd in Todro, 1990-1994. In Blukwa zit een vroegere zendingspost van de Africa Inland Mission. Veel van de vroegere glorie is verwoest in het etnische conflict tussen Lendu- en de Hema-groepen tussen 2000 en 2010. In Blukwa heeft Roelof een uitleg van zijn nieuwe landbouwtechniek gegeven.

De eerste stap is het onkruid bestrijden met een onkruidverdelger. Als het onkruid is afgestorven kan er direct gezaaid worden zonder te ploegen, vandaar de naam Zéro Labour. Bij de uitleg hiervan kreeg hij spontaan hulp van Sara en Reta in de lokale taal (Lendu). De mensen luisterden aandachtig. Dit was ongehoord, zou het echt mogelijk zijn? Op de uitleg volgde een demonstratie met de rugspuit.  Het gaf veel bekijks.

Het duurt ongeveer twee weken voordat het onkruid is afgestorven. Ze zien het resultaat dus pas later. Overigens hoeft dit spuiten maar een of twee keer te gebeuren. Het volgende seizoen worden stikstofbindende bodembedekkers gezaaid, die het onkruid verdringen. Daarmee kan het gebruik van onkruidverdelgers worden afgebouwd.

We hebben overnacht op de katholieke missiepost in Drodro, 10 km verderop, gerund door de zusters. Dat gebouw was gespaard gebleven in de oorlog. Zondag hebben we in Blukwa een levendige kerkdienst meegemaakt. De mensen waren heel blij met ons bezoek en sloofden zich uit met het zingen en spelen van allerlei liedjes voor de gasten.

Nyankunde

De rest van onze vakantie hebben we in Nyankunde doorgebracht. Een uur rijden van Bunia. Er is een groot evangelisch ziekenhuis. Dit werd verwoest in de oorlog tussen 2000 en 2005. Gelukkig is het ziekenhuis herbouwd en zijn veel mensen weer teruggekomen. SP heeft een nieuwe operatiekamer gefinancierd. Ook levert SP een bijdrage aan een programma voor het bestrijden van ondervoeding.

20170927_120903
Kinderen van het ondervoedingsprogramma in Nyankunde

Roelof en ik hebben hier echt genoten van de rust, de vogels, wandelingen in de natuur.

Rond huis en tuin

Huis en tuin

In een rustige straat, niet ver van de drukke hoofdweg, staat ons huis . Er is een mooie tuin bij met allerlei vruchtbomen: avocado, papaya, mango, guyave, moerbei… Allemaal geplant door vroegere zendelingen. Wij plukken daar dankbaar de vruchten van. Er is ook een moestuin met kool, spinazie en nog veel meer.

Het huis wordt bewaakt: overdag is er één wacht en ’s nachts zijn er twee. En we hebben een waakhondje met de mooie naam Sherlock. Het beestje was broodmager en ziek toen Roelof hier in mei aankwam. Nu is hij aardig opgeknapt en hij doet zijn werk goed: hard blaffen tegen vreemde gasten. Zo erg dat hij overdag in een hok gestopt moet worden, anders valt hij de onbekende indringers aan!

Voor het werk in huis krijgen we  drie dagen per week hulp van Neema, een dochter van onze oude vriend, pasteur Baraka. Haar familie die destijds bij ons in de buurt woonde, woont nu in Bunia. Ze haalt boodschappen van de markt, maakt het huis schoon en wast de kleren. Er is elektriciteit en stromend water in huis en zelfs een wasmachine. Die doet het helaas niet omdat de stroom te zwak is. Daardoor doet ook de boiler voor de douche het niet. We moeten het doen met koude douches. In de warme tijd is dat niet zo erg maar in de regentijd kan het hier ’s avond aardig afkoelen. Ik maak dan maar een warm badje met een keteltje heet water. De stroom valt ook regelmatig uit. Elke dag of nacht zeker enkele uren, soms een halve dag. Voor noodgevallen hebben we een generator die een hoop lawaai maakt. Ook hebben we een systeem op een accu, waar de laptops, de piano en een paar lampen op zijn aangesloten. Dat is ideaal.  We zijn heel tevreden met dit huis met allemaal op de begane grond drie slaapkamers, twee badkamers en een keukentje met een gasfornuis en een koelkast. Geen gelikte inbouwkeuken maar alles werkt perfect (als er stroom is tenminste).

Swahili in de praktijk

Er is nu een maand voorbij. Wat doe ik nu de hele dag, vragen sommigen zich misschien af. In de ochtend probeer ik mijn Swahili kennis wat op te frissen.

Spreekvaardigheid kan ik direct oefenen in de praktijk. Ik spreek het met Neema, met de wachten, met de taxichauffeurs en verkopers op de markt.

Zondagmiddag gaan Roelof en ik vaak naar het Anglicaanse weeshuis hier in de buurt. Daar wonen zo’n 35 kinderen.  Ze spreken allemaal Swahili. Roelof gaat vaak even met de jongens voetballen en ik doe een balspel met de meisjes. Daarna delen we vaak iets lekkers uit. Ze vinden het erg leuk als we komen.

HIV

Ondertussen probeer ik contacten te leggen met mensen die zich inzetten voor de kwetsbare groepen. Ik kwam in contact met Angelique, die veel doet voor mensen die leven met HIV. Zij heeft een kleine lokale organisatie opgericht: Action Chrétienne Contre le VIH/SIDA http://www.stratshope.org/news/news_item/angelique-and-patrick-a-very-special-congolese-couple

20171006_103510
Angelique voor het ziekenhuis

Ze bezoekt de zieken, bemoedigt hen bidt met ze en geeft praktische ondersteuning en. Ze is zelf HIV+ en weet maar al te goed waar deze mensen doorheen gaan. HIV komt hier nog erg veel voor. Ik ben twee keer met haar mee geweest naar het ziekenhuis. Het is heel bijzonder om te zien hoe de mensen worden opgebeurd. Helaas is een van de vrouwen die we opzochten inmiddels overleden. Angelique geeft ook seminars aan voorgangers en kerkleiders over hoe zij met mensen met Aids kunnen omgaan in de kerk. Veel kerkleiders in Congo zijn, net als zoveel anderen, erg veroordelend en stigmatiserend naar mensen met HIV. Met behulp van Aidsremmers kunnen mensen met HIV nog heel lang en in redelijke gezondheid verder leven. Deze Aidsremmers worden door de overheid (gesponsord door o.a. CordAid)  gratis verstrekt. Angelique heeft me gevraagd haar te helpen in haar organisatie. Ik help haar nu bij fondswerving voor de seminars en de praktische hulp aan mensen die leven met HIV. Ze heeft in Bunia een groep gevormd van mensen met HIV die elkaar bemoedigen om niet in een isolement te leven en trouw hun medicijnen blijven gebruiken. De groep heeft ook een gezamenlijk veld. Op dat veld heeft Roelof hen geholpen om met relatief weinig inspanning boontjes en cassave te planten. Van de opbrengsten hiervan helpen ze mensen met HIV in het ziekenhuis. Ik vind het inspirerend om te zien hoe mensen die zelf zo weinig hebben, zich inzetten voor hun naasten in nood.

Gety en Chyekele

IMG-20170914-WA0005jpg.0
Uitzicht vanaf het huis in Chyekele

Protectie team 

De tweede week had ik direct al een kans om een bezoek te brengen aan de streek waar we tot 1998 hadden gewoond en hals over kop weg moesten vluchten.

Het Protectie team van SP bracht op 13 september een veldbezoek aan Gety en Chyekele.  In Gety, ongeveer 70 km ten zuiden van Bunia, zit een basis van SP. Het protectie team werkt met kwetsbare groepen in de streek van Gety.  Het gaat vooral om vrouwen die verkracht zijn door militairen en rebellen in die streek. Het aantal verkrachtingen is vreselijk hoog. Alleen al dit jaar tot augustus 72 gerapporteerde gevallen in die streek. Waarschijnlijk zijn er dus nog veel meer…

IMG_0296
Bijeenkomst plaatselijke hulpgroep

Er zijn hulpgroepen met vrouwen die zelf slachtoffer waren en nu hulp verlenen aan lotgenoten. Ze helpen met opvang, medische hulp, gebed, bemoediging vanuit de Bijbel en hulp om hun leven weer op te pakken. Heel mooi en belangrijk werk. Vanuit de kerk is er vaak nog veel onbegrip en zelfs veroordeling naar vrouwen die het slachtoffer zijn van verkrachting. Vaak wil de man van haar scheiden en leeft de vrouw verder haar leven in een isolement, vol schaamte. Dit is hartverscheurend en zo onnodig! Door dit werk van SP komt er meer bewustwording voor deze problematiek.

Op de bijeenkomst van die ochtend in Chyekele werd er met de groep besproken wat de belangrijkste oorzaken zijn van al deze verkrachtingen en op welke plekken de vrouwen het grootste risico lopen. Het bleek dat het vooral gebeurt op weg naar de markt, naar waterputten ver weg en op de velden ver weg. Maar ook tijdens roofovervallen door de rebellen. Een oplossing zou zijn dat de vrouwen meer gaan samenwerken op gemeenschappelijke velden, waterputten dichterbij maken en markten in de buurt organiseren.

We brachten ook een bezoekje aan de lagere school. De hulpgroep doet hier ook een project.

IMG-20171006-WA0024
Maandverband gemaakt door meisjes van groep 8

Ze geven seksuele voorlichting gegeven aan kinderen uit de hoogste klas. En meisjes worden geholpen met het maken van maandverband. Dit is heel bijzonder omdat daar in deze streek een groot taboe op rust.

 

 

Oude bekenden

 

 

Oude bekenden voor de kerk in Chyekele, links Irisi

Na de bijeenkomst met de hulpgroep was er tijd om even rond te kijken in het dorp waar we bijna vier jaar hadden gewoond. Het was een warm weerzien met oude vrienden en bekenden die nog steeds in het dorp wonen: vroegere medewerkers van Roelof, voorgangers, het schoolhoofd, onze vroegere hulp, Irisi. Zij was in het gebedshuis aan het bidden! Dat was wel heel bemoedigend.

De gîte

Minder leuk was het om te zien wat er gebeurd was met ons vroegere huis. Het huis op de heuvel. Het wordt gîte (herberg) genoemd en is eigendom van de kerk. Het huis staat er nog steeds en het uitzicht is nog onveranderd mooi.

IMG-20170914-WA0003jpg.0
Ons vroegere huis in Chyekele

De gîte wordt nu bewoond door militairen. Ze stonden mij toe om er een paar foto’s van te maken. Het huis is een ruïne geworden, alle ramen en deuren zijn er uit gesloopt. Het was pijnlijk om te zien hoe een plek waar we die jaren zo gelukkig waren met onze kinderen nu verworden was tot een uitgeleefd hol. Ik heb de kolonel beleefd een hand gegeven en zuinig geglimlacht. Maar van binnen kon ik wel huilen. Het was voor mij een stukje van een genezingsproces van de trauma’s  en het verlies waar wij en de kinderen 19 jaar geleden doorheen zijn gegaan.

Hierna moesten we ons haasten om voor het donker in Bunia terug te zijn. Dat is een veiligheidsvoorschrift van SP. Gelukkig waren er geen problemen onderweg.

Het was zo bijzonder om op het platteland te zijn. Daar waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Alles gebeurt nog met de hand, er is geen elektriciteit, gas of stromend water. Het is er ogenschijnlijk nog zo vredig en rustig. Dat is een bedrieglijke schijn. In deze streek is gewoonlijk de meeste onrust. Achteraf ben ik heel blij dat ik daar zo snel naartoe ben geweest. De week daarna was er allerlei onrust en twee mensen gedood bij plunderingen in Gety!  Het doet me pijn dat er zoveel onrust en geweld is in de streek waar we in rust en vrede hebben gewoond en waar ook veel mooie dingen gebeurd zijn. Toch is er hoop:  er zijn mensen van goede wil, strijdend in gebed en vechtend voor gerechtigheid.

 

 

Leven in Bunia

Het voelt alsof ik hier al  maanden ben. De eerste week was alles nieuw en fantastisch. Dat nieuwe is er nu wel wat af. Nu alles een beetje gewend is, vallen ook de kleine ongemakken meer op: muggen, stof, lawaai, traag internet… Er zijn ook dingen die  me hebben verbaasd en verrast.

Het verrassende: er is eigenlijk heel weinig is veranderd in Congo. Na 19 jaar worden nog steeds dezelfde liedjes gezongen in de kerk en bij de bidstonden. En er wordt nog steeds heel veel gebeden en gezongen. Elke ochtend en avond en vaak ook overdag horen we het geluid van koorzang en bidstonden uit de kerken in de buurt. Bijna op elke hoek van de straat is er wel één!

20170908_155401Vrouwen van SP , hun cadeau: het schilderij aan de muur

De gastvrijheid en de vrolijkheid is nog altijd uitbundig. En bij elk bezoek is er tijd om te bidden. Heerlijk is dat! De eerste week werd ik verwelkomd door de vrouwen van SP (Samaritan’s Purse) met een bezoek aan mijn huis. Ze brachten een cadeau en ik ontving hen met thee en cake. Ook kwamen er regelmatig oude bekenden van vroeger op bezoek die gehoord hadden dat ik in Bunia was. Het was hartverwarmend om deze mensen na 19 jaar weer te zien.

Wat is er veranderd? De stad is veel drukker geworden. Dat komt vooral door de vele motoren die hier als taxi’s rondrijden. Een deel van die taxichauffeurs heeft vroeger als kindsoldaat gevochten. Zij kregen op deze manier een kans aangeboden om te re-integreren in de maatschappij door organisaties zoals Unicef en Pax Christi (http://www.broederlijkdelen.be/nl/re-integratie-van-ex-soldaten-oost-congo). Voor 30 cent brengen ze je naar de markt of een andere bestemming in de stad. Erg handig transport! 20170928_151819Verder is het aantal auto’s flink toegenomen, daarmee ook het lawaai en stof. Er is zelfs een kilometer asfalt op de hoofdweg in Bunia! De mobiele telefoon heeft op grote schaal haar entree gemaakt. Overal zijn standjes van telefoonmaatschappijen die belminuten (unités) en Mb’s (Méga’s) verkopen en waar je je telefoon kunt opladen. De winkeltjes hebben vaak prachtige christelijke namen zoals: Jezus is het antwoord, Grace of Maranatha, zoals op deze foto.

De VN is overal zichtbaar aanwezig in de stad met landrovers, vrachtwagens, vliegtuigen, militairen (voornamelijk afkomstig uit Pakistan).IMG-20170924-WA0036jpg.0 Er is een nieuw zwembad, aangelegd door Indiërs die voor de VN werken. Ik maak hier dankbaar gebruik van. Twee keer per week zwem ik om mijn conditie op peil te houden. Vaak ben ik de enige persoon die echt zwemt. Ik zorg dat ik er vroeg op de middag ben. Tegen de avond zit het er vol met Congolezen en VN medewerkers. Als zwemmer ben je dan hun decor.