Zéro Labour: oogst en seminar
Nu de regentijd ten einde is, wordt er volop geoogst. De meeste velden die vanaf mei/juni waren ingezaaid, zijn geoogst en over het algemeen is de opbrengst zeer goed te noemen. Roelof heeft ook al zijn eerste zelf veredelde maïs geoogst. Die ligt nu te drogen en kan het volgend seizoen vermenigvuldigd en verder veredeld worden. Ook is er zaad van de groenbemester Mimosa geproduceerd dat vanaf nu kan worden gezaaid.
Vorige week was er een seminar over Zéro Labour voor alle geïnteresseerde boeren, boerinnen, landbouwkundigen, weduwen en andere belangstellenden, georganiseerd door Samaritan’s Purse met een afvaardiging van de minister van Landbouw in deze provincie (Ituri). Er was grote belangstelling. De adviseur van het ministerie van Landbouw legde de wetgeving rond herbiciden uit en Roelof legde het systeem Zéro Labour nog eens heel duidelijk uit met veel dia’s en vele voorbeelden uit de praktijk. De volgende dag was een praktijkexamen voor alle mensen die al ervaring hadden met de rugspuit. Onder aanwezigheid van het ministerie van Landbouw legden ze een examen af. Ongeveer dertig mensen, mannen en vrouwen uit de wijde omtrek behaalden dit certificaat. Zij kunnen nu zelfstandig een groep mensen trainen in het gebruik van de meest toegepaste herbiciden.
Stof
De droge tijd is nu echt aangebroken. De laatste bui viel twee weken geleden. Sindsdien werd het steeds warmer, droger en stoffiger. Omdat de meeste straten hier niet verhard zijn, heeft het stof vrij spel. Alles in huis is bedekt met een laagje stof. Daar valt bijna niet tegen te poetsen of dweilen, hoe zeer Neema ook haar best doet. De volgende dag ligt het er weer…Ook de planten in de tuin en aan de kant van de weg zitten onder het stof. Op straat waait het stof ook vrij op, vooral waar het drukke verkeer langsrijdt. Om zich te beschermen dragen veel brommerchauffeurs nu mondkapjes. Wij doen dat ook als we door de stad fietsen.
Fietsen
Ja, je leest het goed: fietsen. Twee weken geleden hebben we tweedehands mountainbikes uit Oeganda laten komen. Dit is een van onze beste aankopen zo lang ik hier woon. Het geeft zoveel vrijheid om lekker op je fiets te stappen en weg te rijden. Geen eindeloze wandeltochten meer door de stad, geen brommertaxi meer nodig. Heerlijk! En het leukste is nog dat we in het weekend een fietstocht kunnen maken in de omgeving. Wat we eerst met de auto deden, doen we nu op de fiets. Op die manier leren we de omgeving goed kennen en het is ook echt sporten met de vele klimmetjes die hier zijn. De eerste keer was echt een spektakel. De mensen moesten er erg aan wennen. Onderweg werden we door iedereen begroet met uitroepen van verbazing: Ieh, heeh…Muzungu! Courage! Kijk nou toch: Een blanke op de fiets…. Kinderen riepen hun vriendjes om samen ons te bekijken en toe te roepen. Afgelopen zondag maakten we een mooi rondje buiten Bunia om. Nog steeds verbaasde en vrolijke begroetingen, maar ook een paar (dronken) mannen die boos werden: wat moeten die blanken hier op de fiets! Vandaag gingen we naar de Mont Bleu. Op een steile afdaling ging Roelof onderuit door het rulle zand. Dat hoort er allemaal bij. Het plezier van het fietsen weegt ruimschoots op tegen deze ongemakjes.
Kippenhok
Ook ongeveer twee weken geleden heeft Roelof samen met een medewerker een kippenhok gebouwd. Er lag al een cementvloertje van een kinderzwembadje, aangelegd door vorige bewoners. Daaromheen is het hok gebouwd. We hadden al een haan en een kip en sinds kort zijn er tien kippen bijgekocht. Nu maar wachten op de eieren!


















Vrouwen van SP , hun cadeau: het schilderij aan de muur
Verder is het aantal auto’s flink toegenomen, daarmee ook het lawaai en stof. Er is zelfs een kilometer asfalt op de hoofdweg in Bunia! De mobiele telefoon heeft op grote schaal haar entree gemaakt. Overal zijn standjes van telefoonmaatschappijen die belminuten (unités) en Mb’s (Méga’s) verkopen en waar je je telefoon kunt opladen. De winkeltjes hebben vaak prachtige christelijke namen zoals: Jezus is het antwoord, Grace of Maranatha, zoals op deze foto.
Er is een nieuw zwembad, aangelegd door Indiërs die voor de VN werken. Ik maak hier dankbaar gebruik van. Twee keer per week zwem ik om mijn conditie op peil te houden. Vaak ben ik de enige persoon die echt zwemt. Ik zorg dat ik er vroeg op de middag ben. Tegen de avond zit het er vol met Congolezen en VN medewerkers. Als zwemmer ben je dan hun decor.