Een nieuw jaar

Iedereen een Gelukkig Nieuwjaar!  Wij hebben het gevierd met oliebollen die ik op oudjaarsdag had gebakken. Vlak voor het nieuwe jaar wachtte nog een mooie verrassing: het kindje van Kabibi werd geboren op 2e Kerstdag. Zij noemde hem: VanTil Emmanuel. Roelof heeft nu een naamgenoot in Lanza!!

Gasten

Ons gastenhuis is nog niet klaar, toch hebben we onze eerste gasten ontvangen. Twee jongeren van de Duitse zendingsorganisatie DIGUNA, gebaseerd in Aru, kwamen ons vanuit Aru een bezoek brengen. Ze moesten genoegen nemen met een slaapplaats in het gastenhuis (‘gite’) van de kerk, verrijkt met onze muskietennetten. We hebben een gezellig weekend gehad met Dennis en Franziska. Dennis is een fotograaf en heeft prachtige foto’s en filmpjes gemaakt van ons werk. Heel fijn, deze kunnen we weer gebruiken in ons werk. De jongelui hebben zich goed vermaakt.

Samen naar het demonstratieveld, met de kano de rivier oversteken en een bezoek brengen aan de gezondheidspost aan de overkant in het dorp Kakira. Voor het eerst was daar ook een consultatie voor kinderen onder 5 jaar! Verder hebben we gewandeld in de omgeving en een toeristisch bezoekje gebracht aan de rotspartijen bij de rivier. Ze moesten even wennen aan de primitieve omstandigheden waarin wij leven, maar pasten zich goed aan.

Bouw

De bouw van ons gastenhuis gaat ondertussen gewoon door. Nadat het vlechtwerk van bamboe op de muren is bevestigd, zijn ruimtes voor de ramen uitgezaagd. Vervolgens heeft Roelof raamkozijnen en de deurposten gemaakt. Er zijn geen echte timmermannen hier. We hebben het meeste gereedschap daarvoor in Aru aangeschaft en nu leren mensen on the spot om te schaven en timmeren. Roelof timmert zelf de kaders en is begonnen met het maken van de deuren met hulp van een Congolese assistent. Al doende leert men.

Zodra alle kaders erin zitten, kunnen de muren opgevuld worden met leem. En dan resten nog de vloeren, muren en plafonds. Het werktempo is iets opgevoerd. We zijn er zo langzamerhand wel echt aan toe om ons op onze nieuwe plek te installeren. Ik kan niet wachten om te beginnen aan het aanleggen van een tuin eromheen. Het lijkt me ook heerlijk om een badkamer te hebben in je eigen huis en een cementen vloer waar niet alles direct vies en stoffig is 😉! Hopelijk is het eind februari zo ver.

Landbouw

Die tuin zal nog even moeten wachten want inmiddels is het droge tijd. Al drie weken lang is er bijna geen drup regen gevallen. Voor ons demonstratieveld is dat geen probleem, daar loopt een stroompje en hebben we een irrigatiepomp geinstalleerd. Elke drie dagen worden alle groeiende gewassen besproeid. Zo kunnen we gewoon doorgaan met het planten van rijst, mais, bonen. Dat is nodig voor de productie van goed zaaizaad.

Roelof heeft een speciaal mais veredelingsveldje aangelegd, waar het beste maiszaad van de vorige oogst is gezaaid. De zieke planten worden direct verwijderd en mannelijke bloeiwijzen van de vroege planten worden verwijderd om zelfbestuiving, dus inteelt te voorkomen. Het verbeterde zaad kunnen we weer uitdelen aan de 4Pijler groepen. Zo komt er beter maiszaad beschikbaar voor de bevolking.

Ook het werk in  mijn groentetuin gaat gewoon door. Aan de paprika’s en aubergines groeien nog steeds vruchten. Er is nog een rest over van de witte kool. Na onze terugkeer in oktober heb ik tomaten gezaaid, die nu in bloei staan. Ook kool, paprika en andere groenten zijn weer ingezaaid. Heerlijk om midden in de droge tijd verse zelf geteelde groenten te kunnen eten!

Bosbouw

Verder zijn we bezig met het zaaien en planten van bomen. We hebben zaailingen laten zoeken van twee belangrijke bedreigde tropische regenwoud-bomen: Mahonie en een soort Afrikaanse Teak. Beide zijn hier erg geliefd voor meubelmakerij en bouw van huizen en worden dus veel gekapt. Deze planten we nu in aan de rand van het demonstratievelden. Ook hebben we Teak en Eucalyptus gezaaid in zaaibedden die we gaan uitplanten als kapbos. De palen hiervan worden gebruikt voor de constructie van huizen. Dan kunnen de originele bomen worden gespaard. Zo dragen we ons steentje bij aan de bescherming van het regenwoud.

Einde van het jaar

Regen

Het is half december en het regent pijpenstelen! Roelof waagt zich nog naar buiten. Nu komt zijn Nederlandse regenpak goed van pas. Zoveel regen is hier niet normaal voor deze tijd van het jaar. Voor zover je van normaal kunt spreken want ieder jaar is weer anders. Gewoonlijk is de maand december het begin van de droge tijd en valt er nog af en toe een buitje. Maar op dit moment loopt onze regenton van 500 liter over plus alle emmers en bakken die we kunnen vinden. Op zich is al die regen niet erg. Maar de bonen en de rijst die nog op de velden staan dreigen te verrotten. Heel jammer voor al die mensen die nog moeten oogsten.

Wij hebben onze bonenoogst binnen. We zijn heel tevreden met het resultaat. De rijstoogst gaat nog steeds door. Dat komt omdat er verschillende rijstrassen zijn, elk met een andere groeicyclus. De snelle rassen zijn geoogst en de tragere rassen zijn nu zo ongeveer klaar om te oogsten. Op ons eigen veld zijn we daar deze week mee bezig.

Palmolie

Een belangrijke bron van inkomsten voor veel mensen is de oliepalm. Bijna iedereen heeft er wel een paar op zijn erf staan en nog een aantal andere bomen verderop. Voor ons is het een raadsel maar iedereen weet precies welke palmboom van hem of haar is, het is familiebezit. Zodra er een tros palmvruchten rijp is, klimt een handige jongeman in de boom, met een trapje, gemaakt van bamboe. De tros wordt er uitgehakt en de vrouwen gaan aan de slag met het bijeenrapen van de oranje vruchten.

Deze worden verwerkt met de traditionele oliepers, hier noemt men dat ‘Rocó’. Eerst worden de vruchten in een halve oliedrum of een grote pan op het vuur gezet. De verhitte vruchten worden uitgeperst in de handpers. Het resultaat is een troebele oranjekleurige vloeistof, de ruwe palmolie die wordt opgevangen in het opvangreservoir. Hier wordt de vloeistof uitgeschept en nogmaals verhit om de olie te zuiveren. Nu is het klaar voor consumptie.

In deze streek is dit de enige olie die geconsumeerd en op de markten verkocht wordt. Geraffineerde palmolie of andere plantaardige olie is te koop in de stad. Veel te ver en veel te duur. Ook niet nodig, want iedereen vindt palmolie lekker. Het bevat o.a. vitamine A, E en K. De smaak is zeer uitgesproken. Over hoe gezond het is, zijn de meningen verdeeld. Wij eten het alleen in bepaalde traditionele gerechten, zoals in gestampt en gekookt casssaveblad waar de palmolie in wordt meegekookt, pondu, heerlijk!

Huis

Ons droomhuis in Lanza is nog niet klaar, sterker nog, er is nog niet eens met de bouw begonnen. Alleen het fundament ligt klaar, al sinds de maand april. De bakstenen zijn geperst en zullen binnenkort gebakken worden. Hiervoor wachten we ook de droge tijd af. Er zijn al enkele oude mangobomen gekapt (die later weer zullen uitlopen en vrucht dragen) voor het brandhout van de steenoven.

Ondertussen zijn we begonnen met de  bouw van een gastenhuis van gedeeltelijk lokaal materiaal, een zogenaamd ‘semi-durable’. Dat gastenhuis wilden we toch gaan bouwen (voor de gasten die ons project komen bezoeken, collega-zendelingen, bezoekers uit Bunia. En uit Nederland, zoals jullie 😉). Nu hebben we het voorrang gegeven omdat het sneller klaar is dan het stenen huis. Hier hopen we te gaan wonen totdat het stenen huis af is.

Een stukje grond op het terrein van het toekomstige stenen huis is schoongemaakt. Hier hebben we het vloerplan uitgezet en op regelmatige afstanden gaten gegraven op de plaats waar de muren komen. Er zijn palen gezocht, deze worden van onderen ingesmeerd met gebruikte olie (tegen de termieten), in de gaten geplaatst en vastgezet. Nu is het tijd voor het dak. Er wordt een dakstructuur gemaakt van eucalyptusbalken, hier uit de buurt. Deze wordt op de palen gezet. Dat is zwaar werk waarvoor een groepje van 7 mannen is komen opdraven.

De balken worden vastgezet en nu kan de dakbedekking erop: bordeauxrode golfplaten, gekocht in Aru. Aan iedere kant worden dakgoten bevestigd voor onze watervoorziening. De volgende stap is het aanbrengen van een bamboe vlechtwerk aan beide kanten van de palen. Hierdoor ontstaat een holle ruimte die later opgevuld wordt een mengsel van leem en water, oftewel blubber. Dan staan de muren overeind en kunnen de vensters en deuren worden aangebracht. En nog later de vloeren van stenen, afgewerkt met cement, ook de muren worden afgestreken met cement.

Zo ver is het nog niet. We hopen dat de muren zo rond kerst overeind staan. De feestdagen brengen we nog door in ons tijdelijke onderkomen, het gastenhuis van de kerk.

Bedrijvigheid in Lanza

Landbouw

Het is midden in de grote vakantie maar in Lanza en omgeving gonst het van de bedrijvigheid. Je ziet maar zelden iemand de hele dag thuis zitten. Een deel van het gezin is altijd op het veld te vinden. Men is bezig met het inzaaien van de laatste rijst of het wieden erin of planten van andere gewassen zoals cassave. Dat is een hele klus, vaak dagen werk voor een groepje mensen. De pinda’s zijn bijna rijp en erg gewild bij allerlei dieren (muizen, ratten, eekhoorns en apen). Overdag moet men de wacht houden tegen deze rovers. Vaak leven hele gezinnen overdag en soms ook ‘s nachts op hun veld. Er is een huisje om te schuilen tegen zon en regen met een plek om te koken.

Op ons eigen veld is de mais bijna rijp, de rijst groeit flink, er zijn bonen ingezaaid en we zijn nog druk bezig met het voorbereiden van meer terrein voor het zaaien van pinda’s, nieuwe mais en een rijst-ras dat snel groeit. Het regenseizoen is hier heel lang, van april t/m november en er kan dus over een lange periode gezaaid en minstens twee keer geoogst worden.

Tuinbouw

Zelf houd ik me vooral bezig met het kweken groentes: uien, kool, tomaten, paprika’s en aubergines. Het is in de eerste plaats voor onze eigen consumptie. Voor de tomaten is het helaas te nat, de meeste planten lijden aan wortelrot. De paprika’s doen het gelukkig wel goed. Uien heb ik wat grootschaliger aangepakt.  Als de productie goed is kunnen we daar wat van gaan verkopen.

Workshop

De traditionele Chef van het gebied van de Dhongo wil graag het werk van de 4 Pijlers breed bekend maken op zijn grondgebied. Daarvoor heeft hij een workshop georganiseerd voor alle dorpschefs en leidinggevende personen uit de community zoals schoolhoofden, verplegers en voorgangers. Roelof liet een PowerPoint zien met veel uitleg in het Frans en Lingala, dat van tijd tot tijd weer vertaald werd in de lokale taal, het Dhongo-ko. Er waren ook enkele discussievragen om de mensen aan het denken te zetten. De chef en de deelnemers waren erg onder de indruk en na afloop zijn er enkele mensen aangewezen die de 4 Pijler landbouwmethode verder moeten verspreiden in het hele gebied. Uiteraard krijgen deze mensen eerst zelf een training in de 4Pijler methode.

Goudkoorts

De rivier de Kibali, die op een halve kilometer van ons huis stroomt, is rijk aan goud. Dat weten de goudzoekers uit heel Congo inmiddels: van Kisangani en Bunia tot aan Kinshasa toe komen er goud-bedrijfjes naar Lanza. Ze hebben zware pompen waarmee het zand van de bodem wordt opgepompt. Ik sprak met Mabè, een van de goudzoekers, en vroeg hem hoe het werkt. Om de goede plek te zoeken zijn er de zogenaamde “plongeurs”, duikers die elk twee uur achterelkaar met een soort detector de bodem van de rivier afspeuren naar goud. Op die plek gaat de machine dus pompen. Het opgepompte zand wordt gezeefd totdat het goud overblijft. Op één dag kan men op deze manier wel 5 gram goud per team ophalen. Een team bestaat uit ongeveer 6 duikers en 4 machinisten en een kookploeg. Samen ongeveer 15 mensen die een kampement opslaan aan de oever van de rivier. Mensen uit Lanza interesseren zich in het algemeen niet erg voor dit goud. Het zijn vooral de jonge mannen uit de wijde omgeving die, bevangen door goudkoorts, de duik in de rivier wagen. Een team kan hier enkele weken tot maanden zitten. Iedere keer schuiven ze een klein stukje op met de pomp totdat ze het hele stuk afgezocht hebben. Daarna vertrekken ze weer en kan er een poosje later opeens weer een nieuw team komen.

De grote goudondernemingen zitten 150 km verderop aan dezelfde rivier in de stad Durba. Daar worden door Canadezen en Zuid-Afrikanen grote goudmijnen geëxploiteerd onder de naam Kibali. Een  miljoenen business! Dit goud wordt voor het grootste deel met vliegtuigen het land uitgevlogen….

Settling in Lanza

We’ve chosen to settle in Lanza, so we want to make it our home as quickly as possible. After the first night here, we went to Aru, the biggest place nearby which sells necessities of daily life as well as things we need to advance our work. That day, we bought a mattress, a bed, solar panels, a battery, wires, lamps, and farming supplies.  We also needed pots, pans, and other kitchen equipment such as charcoal burners, gas burners, 20-liter jerrycans and kettles. In Lanza, there is no electricity or running water, so we have to be creative. Solar-energy is a solution to lights and charging phones or laptops. Water is being pumped out of a single well in the village and carried in our 20-liter jerrycans by girls from the church. The toilet a short walk from our house, a small hut with a hole in the ground. The shower is also a walk away and consists of a simple hut with a drain where you can wash out of a bucket. Shortly, we’re back to basic! Living life just like we were 30 years ago, it appears as if Congo has stood still in time.

After a few days in Aru, buying the things we needed to survive in Lanza, we drove back. It took about three hours, but it was worth it for the welcome we received on our return. Everyone helped us to unpack our car and we were greeted by the Women of the Good News with their white flag.

We have been offered to temporarily live in the guesthouse which was built by the initiative of these women. It is a humble abode, with earth floors and a small storage space which I use as a kitchen. All day, we busied ourselves with unpacking, organizing our things and assembling furniture. All the whilst being watched by a great number of children peeking through the windows and doors. Privacy is not a known concept here! Roelof makes chit chat in Bangala with occasional unintended Swahili words, a cause for great entertainment. At the end of that day, we were brought food by the women of the church which was such a relief as I was exhausted. The next day I was the chef, a chance to try out our new charcoal oven. It was harder to light than I imagined, but the large body of children who were still following our every move; offered their assistance.  Cooking on charcoal and gas can begin! That night, I made curry with local mushrooms with rice. It took a while, but it worked.

After we sorted the house, we had time to explore the beautiful surroundings of Lanza. There are still so many trees, a lovely river, and interesting flowers and birds. Hopefully, it will remain this way for a long time. People here seem to treat the forest carelessly, implementing a slash and burn agricultural method. Farmers can see short term gain with this method, but unfortunately slash and burn exhausts the soil, always asking for more forest land to be destroyed. With the 4 Pillar method, none of that is necessary, keeping the soil fertile and sparing the forest.

On the way back we danced with the children in the village. The next day we had a formal introductory visit to the highest traditional chief (a kind of king of the ethnic group in the area, the Dongo), accompanied by the pastor of the church. He greeted us warmly and expressed his contentment with our arrival in his district. He also allocated us tens of hectares of land, which we can use for our project to progress our work. Last week we made a careful start with this work.

Inburgeren in Lanza

Lanza is nu onze woonplaats en we willen ons daar graag zo snel mogelijk thuis voelen. We logeren er een nacht en de volgende dag gaan we naar Aru, de dichtstbijzijnde grote plaats met winkels, om de benodigde inkopen te doen voor ons leven en werk in Lanza. We kopen onder andere een matras en een bed. Roelof koopt zonnepanelen, een accu, snoeren en lampen voor onze lichtvoorziening en allerlei landbouwmaterialen. Verder hebben we natuurlijk pannen en alle mogelijke keukenuitrusting nodig. Daar horen ook houtskoolbranders bij, een gasbrander, jerrycans van 20 liter en grote ketels. Er is in Lanza geen elektriciteit of stromend water. In dit alles zullen we dus creatief moeten zijn. Zonne-energie is de uitkomst voor licht en het opladen van de telefoons en laptops. Water wordt geput in de enige bron van het dorp en in jerrycans van 20 liter naar ons toegedragen door meisjes van de kerk. Het toilet is een eindje van ons huis, een klein huisje met een gat in de grond. De douche, ook buiten, is een eenvoudig hokje met een waterafvoer, waar je je vanuit een emmer water kunt wassen. We gaan weer helemaal terug naar de basis. Net zoals 30 jaar geleden in Congo. Er lijkt op dat gebied nog helemaal niets veranderd te zijn!

Na een paar dagen hebben we alle spullen aangeschaft om in Lanza te kunnen overleven. Met drie uur rijden zijn we in Lanza. Daar worden we weer hartelijk onthaald, iedereen helpt mee om de spullen uit onze auto te halen. We worden opgewacht door de Vrouwen van het Goede Nieuws met hun witte vlag.

We mogen tijdelijk in het huis wonen dat op initiatief van deze vrouwen daar is gebouwd. Het is een eenvoudig onderkomen, met aarden vloeren, een opslagkamertje en een kamertje dat ik gebruik als keuken. De hele dag zijn we bezig met het uitpakken en ordenen van onze spullen, het opzetten van een stalen kast en van ons bed. Dit alles wordt met grote belangstelling gevolgd door een grote hoeveelheid kinderen die ons door alle ramen en deuren van het huis aanstaren. Privacy is een begrip dat de mensen hier niet kennen. Roelof knoopt gesprekjes aan in het Bangala met af en toe een (onbedoeld) Swahili woord ertussen en dat vinden ze erg grappig. Aan het eind van die dag wordt ons eten gebracht door de vrouwen van de kerk. Gelukkig, want ik ben echt doodop. De volgende dag mag ik zelf koken. Ik probeer een houtskoolbrander aan te steken. Dat valt niet mee! De kinderen die weer met een grote groep onze bewegingen volgen, helpen me gelukkig. Dan kan het koken beginnen half op gas half op houtskool. Op het menu staat een curry van lokale paddenstoelen met rijst. Het is wat behelpen maar het lukt.

Als het huis wat op orde is hebben we tijd om te wandelen en van de omgeving te genieten. Het is hier echt schitterend, er staan nog veel bomen, er is een rivier op vlakbij, er zijn veel vogels en mooie bloemen. Het is te hopen dat dit nog lang zo blijft. De mensen gaan vrij achteloos met het bos om. De landbouwmethode is hier nog vooral een stukje bos kappen en branden, een paar jaar rijst erop telen. Dan is de grond uitgeput en gaat men naar het volgende stuk. Met de 4 Pijler methode is dat niet meer nodig. Dan blijft de grond vruchtbaar en kan het bos gespaard blijven.

Op de terugweg doen we een dansje met de jeugd van het dorp. We gaan ook samen met de kerkelijke leiders van Lanza op kennismakingsbezoek bij de hoogste traditionele chef, een soort koning van deze etnische groep, de Dongo, in dit gebied . Hij ontvangt ons hartelijk en zegt heel blij te zijn met onze komst in zijn gebied. Hij stelt ook enkele tientallen hectares tot onze beschikking, waar we voor het project op kunnen werken. En vorige week hebben we hier een voorzichtige start mee gemaakt.

Op bezoek bij de hoogste locale chef (Chef de Chefferie) rechts de pasteur van de CECA kerk

De tweede etappe: naar de bestemming

Dinsdag 5 februari zijn we klaar voor onze grote reis door het noordoosten van Congo. Het doel van de reis: een plek uitzoeken, in het district Faradje, waar we ons gaan vestigen om het landbouwprogramma de 4 Pijlers op te starten. We hebben keus uit drie plaatsen: Faradje, Todro of Lanza. Welke van de drie wordt het? We gaan een afstand van meer dan duizend kilometer afleggen over niet al te beste wegen. Daar doen we totaal 6 dagen over. We reizen samen met onze vriend, pastor Reta, en Alio, het hoofd van het ontwikkelingsdepartement van de kerk, de CECA. Onder dit departement gaan we werken als zendelingen van de CECA

De eerste dag gaat naar Aru, 290 km van Bunia naar het noorden. De weg is in het begin redelijk goed, maar wordt steeds slechter. We doen er tien uur over en komen in het donker aan. Onderweg is er van alles te zien. We komen door landbouwgebieden, plekken met lokale goudgravers en lokale markten. Af en toe staat zomaar ergens een politiepost of militaire post. Gelukkig hebben we christelijke brochures bij ons, die deze mensen gretig aannemen. Als je de hele dag langs de weg zit, is zo’n brochure een welkome afleiding. En ze zijn oprecht geïnteresseerd. Veel van hen vragen ook om een Bijbel. Die hebben we helaas niet bij ons. Wel flesjes water, die de meesten ook graag aannemen.

In Aru worden we goed opgevangen in het gastenhuis van de kerk. Er is een maaltijd en direct daarna gaan we slapen, moe van de lange autorit. Woensdag reizen we verder naar het noorden. Het reisdoel van deze dag is Faradje, de hoofdstad van het district en de eerste optie. Het eerste deel weg is heel goed onderhouden door een grote Zuid Afrikaanse goudonderneming, die de weg nodig heeft voor hun transporten naar de grens met Oeganda. Daarna wordt de weg beduidend minder. De reis van 250 km duurt ongeveer zeven uur. In Faradje worden we door de vrouwen van de kerk toegezongen en verwelkomd met takken en een geïmproviseerde vlag. Het is fantastisch! Ook hier weer een goed ontvangst met een maaltijd en thee, schone bedden met een muskietennet in een huisje van klei met strooien dak. Een buiten-douche met een emmer warm water en een  buiten-toilet, allemaal keurig netjes. Na het eten  praten met de afgevaardigden van de kerk over landbouw en andere zaken. Sommigen zijn erg geïnteresseerd in onze nieuwe methode, anderen zijn afwachtend.

De volgende dag gaan we ons voorstellen aan de grote baas van het district; l’Administrateur. Hij heet ons hartelijk welkom en is blij met het werk dat we willen gaan doen. Ook schrijven we ons in als nieuwe inwoners van het district bij de immigratiedienst. Een belangrijke formaliteit. Deze dag gaat onze reis naar Todro, de plek waar we van 1990-1994 hebben gewoond met onze kinderen. De weg gaat dwars door de bush en is niet best. We doen zes uur over 110 km. Vlak voor Todro gaat het nog bijna mis. Er is een bruggetje waar een balk van mist. Gelukkig staat het stroompje bijna droog en kunnen we er na wat graafwerk en met de Toyota in de tractie doorheen rijden. We worden ontvangen door enkele vrienden die we 25 jaar niet meer hebben gezien. Een emotioneel weerzien! Ook heel apart, want iedereen is natuurlijk 25 jaar ouder geworden, dus zien ze er ouder uit, maar dat zullen ze van ons ook wel gedacht hebben. Ook hier is er na de maaltijd weer een bijeenkomst met alle leiders uit de kerk om over onze plannen te praten. In Todro staat in principe een huis voor ons klaar, er is voldoende landbouwgrond en de meerderheid van de bevolking leeft van de landbouw. Dat zijn voordelen boven Faradje. Het probleem is hier de slechte bereikbaarheid over de weg.

Vrijdag reizen we eerst weer terug naar Faradje en overnachten daar. Daar komt ook een belangrijke pastor ons gezelschap versterken: het hoofd  van de regio. Met hem en de districtspastor bezoeken we ons laatste reisdoel: Lanza. Dat is weer terug richting Aru, ongeveer 110 km rijden ten westen van Aru. Hoe dichter we bij Lanza komen, hoe meer we omringd worden door natuur. Het is daar echt prachtig: een boomrijke savanne met heel veel landbouwgrond. Veertien km vanaf de hoofdweg ligt Lanza, vlakbij de rivier Kibale. Ook hier weer een fantastisch ontvangst met zingende vrouwen, een spandoek met een welkomst-tekst erop. De mensen zijn helemaal uitgelaten.

Weer wordt hetzelfde patroon gevolgd: een maaltijd, thee en dan praten met de dorpsoudsten en vertegenwoordigers van de kerk. Ook hier zijn de mensen zeer geïnteresseerd in onze plannen. We hebben nog geen beslissing genomen maar onze begeleiders willen nu wel graag duidelijkheid. Roelof en ik hoeven er niet heel lang over te praten. We hebben hier allebei het goede gevoel: er is voldoende landbouwgrond, de mensen leven hier 100% van de landbouw en zijn zeer bereid nieuwe methodes aan te leren die de productie kunnen verbeteren. En het is goed bereikbaar over de weg. We kunnen in het gastenhuis van de kerk gaan wonen terwijl we zelf een eenvoudig nieuw huis bouwen. Het internet is niet goed, maar dat kan hopelijk met een extra antenne worden verbeterd. De volgende dag is er de kerkdienst. Hier wordt onze beslissing direct bekend gemaakt en de mensen zijn zeer blij. Wij zullen de eerste zendelingen zijn die in hun dorp komen wonen.

De eerste etappe

Van Bukavu via Goma naar Bunia

Op 21 januari waren we er klaar voor: de grote reis naar het verre noordoosten van Congo. Onze reis begon in Bukavu. De dag ervoor was ik vanuit Schiphol via Rwanda in Congo aangekomen, Roelof was daar al een week. De  meeste bagage had hij vooruitgestuurd per boot en bus, helemaal naar Bunia. Het leek me een grote gok, als je bedenkt dat die reis gaat via Butembo en Beni. Dat is nu net het gebied waar rebellie en wanorde heerst en bovendien ook nog eens een Ebola epidemie. Maar we waagden het erop. Voor onszelf en de dierbare elektrische piano hadden we een veiliger reisplan bedacht: ook eerst met de boot naar Goma, maar daarna verder met het vliegtuig naar Bunia. Zo konden we simpelweg over het gevaarlijke gebied heen vliegen.

De reis verloopt bijna geheel volgens plan. Maandagochtend zitten we keurig om half elf klaar in de haven voor de boot van elf uur. Maar die gaat helaas niet (meer). De eerstvolgende gaat om drie uur in de middag. Geen nood, er is een wachtlokaal waar je ook een frisdrankje kunt bestellen. Met onze mobiele telefoon en laptop komen we de tijd wel door. Onze twee koffers worden meteen ingeladen.  Maar de piano, verpakt in een stevige kist, blijft nog een hele poos op de kade staan. Verdacht pakket? Moet de kist open? Moeten we tax betalen? Het begint ondertussen te regenen. Ineens wordt de kist toch ingeladen en we horen er verder niets meer over. Bij een bezoekje aan de dames-wc zie ik daar de pianokist rechtop in de hoek staan…

Eiland Idjwi in het Kivumeer

Het is altijd weer een mooie tocht van Bukavu naar Goma over het Kivumeer, met prachtige vergezichten. Hier en daar passeer je een eiland met dichtbegroeide oevers. Binnen draait een luidruchtige film. De speedboot legt de afstand van bijna 100 km in 3 uur af. Een hele prestatie. In Goma is het schemerdonker als we daar aankomen en per taxi bereiken we ons hotel. Na een te korte nacht staan we de volgende ochtend om half 7 alweer op het vliegveld van Goma. Een chaotisch gebeuren, met veel gesleep en overpakken van de tassen en koffers. Uiteindelijk zijn alle koffers plus de piano ingecheckt en kunnen ook wij instappen.

In Bunia wacht ons een warm onthaal van onze vriend pastor Reta. Hij haalt ons met zijn eigen auto van het vliegveld en zijn vrouw wacht ons op met een heerlijke maaltijd. Het voelt echt als thuiskomen in Bunia. Vanaf de eerste dag tot nu toe zien we elke dag oude vrienden en bekenden. Om de andere dag worden we ergens voor het eten uitgenodigd. En tot onze grote opluchting komt de bagage die week ook in Bunia aan!

Landbouw

Onze vrienden willen graag vertellen hoe ze ons gemist hebben, maar ook welke vorderingen ze hebben gemaakt met de nieuwe landbouwmethode die Roelof ze heeft aangeleerd. We brengen bezoekjes aan verschillende velden. Ook aan de velden van de christelijke universiteit Shalom Bunia. De praktijkdocent heeft daar een goed stukje werk verricht. De opbrengsten van die velden zijn heel goed, een vooruitgang met het jaar daarvoor. Op zaterdag bezoeken we Mandro, een dorp dat ongeveer 10 km ten Noorden van Bunia ligt. We gaan elk achterop een motorfiets. Een pastor uit Bunia is hier een jaar geleden ook begonnen met de nieuwe landbouwmethode. In dit geval betekent het dat ze niet geploegd hebben, en direct geplant in het afgestorven onkruid. Bijna het hele dorp heeft het toegepast. In een kleine dorpsmeeting leggen de mensen uit welk voordeel deze methode hun heeft gebracht. Voor iedereen geldt: de opbrengsten zijn merkbaar omhoog gegaan. En de pastor van de kerk geeft aan dat ook de kerk ervan profiteert: de kerk heeft meer inkomsten ontvangen via de collectes en giften in natura!

En nu verder

Het is natuurlijk niet de bedoeling dat we in Bunia blijven. De volgende etappe is onze reis naar Faradje. Voor deze reis en voor ons werk daar hebben we een auto nodig. Er waren enkele opties voor tweedehands auto’s in Bunia. De beste voor ons was een Toyota pick up, die slechts 18000 km had gereden. Na wat onderhandelen werd een aantrekkelijke prijs vastgesteld. Wel graag contant betalen. Dit geld hadden we tussen oktober en december grotendeels via (jullie) giften ontvangen. Nu moesten we het overmaken naar een lokale bank. Dinsdag kon het geld worden opgehaald. Met een envelop vol dollars gingen we naar de handelaar en werd deze Toyota ons eigendom! Vervolgens moeten alle documenten in orde worden gemaakt, dat duurt ook weer een paar dagen. En dan kan de reis naar Faradje beginnen. We zijn dankbaar dat we al zover zijn en vertrouwen God ook voor de volgende etappe.

Kamanyola tot ziens

Afronding Hiv Campagne

Op 1 december, de Wereld Aids-dag, is de campagne tegen Hiv en Aids afgerond met een vriendschappelijke voetbalwedstrijd tussen de Motards (brommertaxi chauffeurs) en de Veteranen.  Na de wedstrijd zou er een bijeenkomst zijn op de rotonde van Kamanyola maar door de regen viel dit onderdeel in het water. We hebben ten slotte samen met alle deelnemers nog wat gedronken en heb ik daarbij een paar  woorden gesproken over het thema van de Wereld Aids-dag van dit jaar: Ken je status met betrekking tot HIV

De laatste weken van de campagne verliepen zoals de eerste week: veel enthousiaste reacties, veel vragen, veel onwetendheid,  vooral op het gebied van de Aidsremmers. De meeste mensen hebben wel voldoende kennis over de overdracht en preventie van Hiv. Maar de meesten weten niet wat het effect is van Aidsremmers: dat hierdoor een echtpaar waarbij een van de partners Hiv-positief is en de ander  negatief, er geen overdracht plaatsvindt en dat een moeder die seropositief is met Aidsremmers kan bevallen van een gezonde baby. Deze dingen verbazen de meeste mensen zeer. Toch is dit een realiteit waarvan ik meerdere voorbeelden heb gezien. 

Ik kreeg van twee kerken toestemming om na de dienst voor de jeugd te spreken over Hiv en Aids. Ook hier was weer grote belangstelling. In het algemeen is er een grotere bewustwording gekomen onder de doelgroep om zich te laten testen en zijn/haar Hiv status te kennen. Het resultaat van de testen bewijst dit: tijdens de drie weken van de campagne hebben ruim 300 mensen zich vrijwillig laten testen op HIV. Dat is ongeveer 10 keer zoveel als normaal. 

Landbouwwerk

De gewassen groeien hier snel. De mais die we eind oktober hadden gezaaid staat nu al op schouderhoogte. De onkruiden groeien natuurlijk net zo hard en je ziet dan ook overal mensen die aan het wieden zijn op de velden om ons heen. Vaak zijn dat vrouwen uit Rwanda. Zijn komen de grens over om een lange ochtend te gaan wieden voor een loon van 1,25 dollar.

Ook op ons eigen veld groeit het onkruid. We zijn daar dan ook regelmatig aan het werk om de onkruiden te lijf te gaan. De mensen kijken verbaasd naar ons veld: in rijen gezaaide mais en bonen in een niet-geploegde grond? Dat is even iets anders dan ze gewend zijn. Zelf planten ze alle gewassen door elkaar heen: cassave, mais en bonen. Ze vinden het erg interessant hoe wij het doen en sommigen willen het zelf ook graag eens zo proberen.

Vertrek uit Kamanyola

We zijn begonnen aan onze laatste week in Kamanyola. We hebben hier negen maanden gewoond, soms met veel soms met iets minder plezier. Wat we hier vooral gemist hebben, is het contact met de arme bevolking, voor wie we er zijn. Vanaf januari is Roelof landbouwconsulent op afstand voor de projecten van ZOA. Hij zal dan nog wel regelmatig in de provincie Zuid Kivu reizen. Ons plan is om dan tussen de allerarmsten te gaan wonen en werken in de noordoostelijke provincie Haut Uele, in het district Faradje. We gaan daar aan de slag met ons nieuwe landbouw programma, de 4 Pijlers. Meer informatie is te vinden op de website: http://www.4pillars.nl

Eerst gaan we nog naar Nederland in de kerstvakantie. Daar zullen we onze plannen aan zoveel mogelijk mensen bekend maken. We organiseren een aantal informatie avonden hierover. Let op de aankondigingen op Facebook. 

Kamanyola tot ziens

HIV campagne in actie

Van start

Na enkele weken van voorbereiding is het zover, de campagne is van start gegaan. Het voorbereidende werk bestond uit het bezoeken van de lokale autoriteiten, de pastors van de verschillende kerken in Kamanyola, het trainen van de vrijwilligers, het printen van de folders. Van de kant van het ziekenhuis en de overkoepelende gezondheidsstructuren werd er gewerkt aan het inkopen van voldoende Hiv testen en andere noodzakelijke materialen. De mensen betalen zelf niet voor deze testen maar ze kosten natuurlijk wel geld. Dit komt grotendeels uit het budget van het ziekenhuis zelf. Er komt dus heel wat bij kijken en het is voor mij een erg leerzame ervaring om dit eens te organiseren. Het was fijn dat het ziekenhuis zo goed meewerkte in de organisatie.

 

Deze week zijn we begonnen met de motards, dat zijn de brommertaxi chauffeurs. Zij hebben hier een associatie van wel 200 man. Maandagochtend is hun wekelijkse bijeenkomst en daar hebben we kort het verhaal gedaan en de folders uitgedeeld. Ze waren erg enthousiast. En zo ging het verder, het volgende bezoek was aan de taxichauffeurs.

dav
In gesprek met de laders bij de grens

De dag daarop gingen de vrijwilligers naar de grens, waar allerlei groepen  zijn te vinden. Ik leer een boel nieuwe Franse woorden: vrachtwagenchauffeurs (camionneurs), laders (debardeurs), geldwisselaars (cambistes), restauranthouders (restaurateurs) en hun gasten, fruitverkoopsters, tomatenverkoopsters. Al deze groepen hebben hun eigen associatie. Overal waar de vrijwilligers komen, worden ze enthousiast ontvangen, er worden veel vragen gesteld. Kortom een groot succes! Donderdag was het rondpoint aan de beurt. Dit is het kruispunt waar de weg naar Bukavu begint. Ook daar zijn weer veel restaurants, geldwisselaars en winkeltjes. Hier ook weer bemoedigende reacties.

 

We brachten ook een bezoek aan de vrouwen die met hun kind op het consultatiecentrum waren. De dames waren iets gereserveerder. Bang voor de reacties van de andere moeders misschien?

 

Het wordt me meer en meer duidelijk dat er nog steeds veel angst, onwetendheid en misverstanden zijn rondom Hiv en Aids. Het is fijn dat we via deze campagne daar iets tegen kunnen doen. En ook dat we kunnen waarschuwen tegen roekeloos seksueel gedrag. De vrijwilligers die in een restaurant waren, kregen bedankjes van de meisjes die daar werken. “Jullie moeten vaker komen, dan stoppen we met dit soort werk, want nu snappen we hoe gevaarlijk het is”.  Het uiteindelijke effect van de campagne is hopelijk, dat veel mensen zich gaan laten testen en zich beschermen. En dat er meer openheid en minder veroordeling komt rond Hiv en Aids.

Veldwerk

’s Middags zijn we regelmatig op ons veld tussen 4 en 6. We schoffelen tussen de mais- en bonenplantjes. Onlangs hebben we ook een groenbemester ertussen gezaaid. Voor ons is dit een leuke hobby en een soort proefveld. Het is leuk om te zien hoe het zich ontwikkelt en we leren ook van de foutjes die we maken, of dingen die beter zouden kunnen.

 

Ook Roelofs landbouwactiviteiten gaan door. Hij is weer een paar dagen naar het andere projectgebied geweest bij Minova. De trainingen die waren gegeven zijn goed opgepakt en de mensen zijn bijzonder enthousiast over de nieuwe methode zonder ploegen. Ook hier in de vlakte van de Ruzizi geeft hij veel trainingen.

 

Tegen HIV en AIDS

Verkeer

Ons stadje Kamanyola is een kruispunt van wegen en een grenspost met Rwanda. Er komt hier veel vrachtverkeer langs en veel chauffeurs brengen hier ook de nacht door. Voor al die passanten zijn er hotelletjes en bars om zich in de avond te vermaken en de nacht door te komen. Lokale (jonge) dames brengen ook graag bezoekjes aan die plekken. Het is duidelijk: de kans op verspreiding van HIV is hier ruim aanwezig.

Taboe

Er is nog steeds veel taboe rondom het onderwerp HIV en AIDS. Dat zorgt er weer voor dat mensen met HIV/AIDS worden gestigmatiseerd en gediscrimineerd. Vanwege het taboe is de bevolking zich er weinig van bewust dat het heel belangrijk is om zich te laten testen op het HIV virus. Zolang dit niet gebeurt, kan het virus zich ongebreideld verder verspreiden! Als iemand seropositief wordt getest, zijn er gratis AIDS-remmers beschikbaar in het testcentrum van het  ziekenhuis. De persoon de leeft met HIV  kan een keer per maand de medicijnen halen en moet ze dagelijks innemen. Als iemand goed is ingesteld op de medicijnen is de virusdruk in het bloed verminderd en is de kans op verspreiding van het virus vrijwel nul geworden.

Campagne

In het ziekenhuis (St Joseph) van Kamanyola is een centrum en twee klinieken waar mensen zich vrijwillig kunnen laten testen. Dit doen gemiddeld 10 mensen per maand. Van de 10 geteste mensen is er gemiddeld 1 persoon seropositief. Dat is vrij veel. Over al die anderen die seksueel actief zijn en zich nooit laten testen zijn er uiteraard geen cijfers. Het een en ander met elkaar combinerend, kwam ik op het idee om een bescheiden campagne op te starten in Kamanyola en omgeving (met in totaal ongeveer 60.000 inwoners). Ik heb met hulp van mijn vriendin Angelique en de arts in St Joseph een simpele brochure geschreven in het Frans en Swahili. De bedoeling is om mensen te overtuigen van het belang om zich te laten testen op HIV. De folder spreekt heel duidelijk tegen iedere vorm van discriminatie en stigmatisering en brengt de boodschap van de Gods liefde. God houdt van alle mensen ongeacht hun status. Ieder mens is waardevol en kostbaar en God heeft een doel met ons allemaal!

Vrijwilligers

Deze folder zal worden aangeboden aan zoveel mogelijk mensen, maar vooral aan de specifieke doelgroepen, zoals de truckers, motortaxi-chauffeurs, de hotel- en bar bezoek(st)er, de jeugd in de kerken. Deze week is de folder geprint en volgende week zal de campagne worden geïntroduceerd bij de lokale overheid. De tweede week van november zal de eigenlijke campagne van start gaan. Er zijn inmiddels zes vrijwilligers (onder wie ook mensen die zelf leven met HIV) geselecteerd. Zij gaan in teams van twee op stap. Ze gaan gesprekken aan met mensen uit de doelgroepen en bieden de folder aan. Ik hoop regelmatig met een van de teams op stap te gaan. De verpleegkundigen in de klinieken voeren de testen uit en houden de statistieken bij. In de volgende blog bericht ik jullie graag hoe de campagne verder verloopt. De afsluiting vindt plaats op de World Aids Day, 1 december.

Veld

Het veld achter ons huis hebben we eind vorige week helemaal ingezaaid. Het was toen nog erg droog. Gelukkig heeft het deze week veel geregend en zijn de gewassen mooi opgekomen: mais en bonen staan nu als kiemplantjes op het veld waar niet is geploegd. We hopen op meer regen zodat alles goed gaat groeien.