Fietsen
De auto staat stil maar het werk van de 4 Pijlers gaat gewoon door. We zullen ons op een andere manier moeten verplaatsen. Voor dichtbij huis is het simpel, daar hebben we brommers en nu ook twee mountainbikes. De fietsen til je zo in een kano. De oversteek van de rivier wordt dan gemakkelijk. En wij houden onze conditie op peil.
Op de brommer
In september staat een reis naar provinciehoofdstad Isiro op het programma. Een follow-up van het werk in april. De bus hebben we al uitgeprobeerd. Dat was geen daverend succes. Denk maar aan die overnachting in een scheefgezakte bus midden in oerwoud. Dan maar op de brommer. Niet één maar vier brommers tegelijk. Er moet veel bagage mee voor het werk. Ik ga bij Roelof achterop.
Onderweg doen we diverse plaatsen aan waar mensen al zijn begonnen met de 4Pijlers. De eerste plaats is Wanga. De dag daarop trekken we verder naar Mungbere, een plaats midden in het oerwoud. De mensen zijn enthousiast. Voorganger Gule heeft zijn akker klaar voor het inzaaien van twee soorten groenbemesters. Alle deelnemers doen mee en zo is het hele terrein als snel ingezaaid. Met de 4Pijlers blijft hun stuk grond vruchtbaar en hoeven ze niet telkens weer nieuw bos te kappen. De mensen maken hun akkers in het bos. Een andere plek voor landbouw is er niet.

Het is prachtig in Mungbere. Vanaf ons verblijf horen we de geluiden uit het bos en we zien Neushoornvogels en Touraco’s rondvliegen. Roelof en ik maken een wandelingetje door het bos. Sommige bomen zijn indrukwekkend hoog en dik. Ook de houthandelaars weten ze te vinden. We zien verschillende plekken waar het hout in planken wordt gezaagd. Het oerwoud is hier al behoorlijk uitgedund.

Onderweg komen we een Pygmeeënfamilie tegen. Ze maken graag een praatje met ons in de streektaal, het Lingala. Een gezellige, vrolijke groep van jong tot oud. Zij zijn de oorspronkelijke bewoners van het Congolese regenwoud. Ze leven van de jacht en het verzamelen van producten uit het bos. Hoe lang zal dit bos nog hun woonplaats zijn?
Dieren onder het bed
De mensen van de kerk ontvangen ons gastvrij met eten, drinken en warm water om ons te wassen. We krijgen een bescheiden slaapplaats, een eenpersoonsbed met muskietennet, prima. Roelof zoekt vlak voor de nacht zijn bril onder het bed. Hij vindt geen bril maar wel iets anders: een gulzige slang die zojuist een ei heeft opgeslokt. Een eindje verderop zit een kip op eieren. Slimme slang, dat is een makkelijke manier om aan een maaltje te komen. Is deze slang gevaarlijk? Geen idee! Voor de zekerheid pakt Roelof toch maar een stok en geeft hem de genadeslag. Voorlopig kan de kip weer rustig verder broeden en wij gaan rustig slapen.

Isiro
De reis gaat verder tot aan Isiro. Deze keer zijn we uitgenodigd door de protestantse kerk. Er is een groepje kerkleden dat al begonnen is met de 4 Pijlers. We frissen hun kennis een beetje op. Voorganger David is enthousiast over de 4 Pijlers. Hij is een echte leraar en gaat met wat beeldmateriaal de methode verder aan de man brengen.
Isiro is de residentie van de provinciale gouverneur. In april hebben we al gesproken met zijn adviseur voor milieu en met de minister van landbouw. De gouverneur heeft het te druk maar de vicegouverneur heeft gelukkig een momentje voor ons bij hem thuis. Hij is al op de hoogte van de nieuwe methode en heeft plannen om een terrein met verbeterde mais in te zaaien zonder te ploegen. We willen dat graag faciliteren. Roelof overhandigt hem de brochures van de 4 Pijlers.
Moe maar dankbaar komen we een week later thuis met ruim 900 km op de teller. Wat fijn dat de 4Pijlers al op al deze plaatsen wordt toegepast en is erkend op provinciaal niveau. Onze reis is echt gezegend. Het is heerlijk om weer thuis te zijn en in ons eigen bed te slapen. De volgende dag worden we begroet met een stralende zonsopkomst. Groot is uw trouw o Heer!



































Een kilometer van ons huis ligt een vrouw op sterven. Ze was in het vuur gevallen. Daar is ze blijven liggen tot het vuur uitdoofde. Hoe kon dit gebeuren.? Het is geen epilepsie. De familie denkt aan een aanval van boze geesten. Na een lijdensweg van zes weken had de familie haar opgegeven en het gebedsteam geroepen om voor haar te bidden. Verder was het wachten op het einde. Iemand van het gebedsteam komt daarna bij mij. Of ik er toch misschien even naar wil kijken?


































































.









