Op twee wielen door Congo

Fietsen
De auto staat stil maar het werk van de 4 Pijlers gaat gewoon door. We zullen ons op een andere manier moeten verplaatsen. Voor dichtbij huis is het simpel, daar hebben we brommers en nu ook twee mountainbikes. De fietsen til je zo in een kano. De oversteek van de rivier wordt dan gemakkelijk. En wij houden onze conditie op peil.

Op de brommer

In september staat een reis naar provinciehoofdstad Isiro op het programma. Een follow-up van het werk in april. De bus hebben we al uitgeprobeerd. Dat was geen daverend succes. Denk maar aan die overnachting in een scheefgezakte bus midden in oerwoud. Dan maar op de brommer. Niet één maar vier brommers tegelijk. Er moet veel bagage mee voor het werk. Ik ga bij Roelof achterop.

Onderweg doen we diverse plaatsen aan waar mensen al zijn begonnen met de 4Pijlers. De eerste plaats is Wanga. De dag daarop trekken we verder naar Mungbere, een plaats midden in het oerwoud. De mensen zijn enthousiast. Voorganger Gule heeft zijn akker klaar voor het inzaaien van twee soorten groenbemesters. Alle deelnemers doen mee en zo is het hele terrein als snel ingezaaid. Met de 4Pijlers blijft hun stuk grond vruchtbaar en hoeven ze niet telkens weer nieuw bos te kappen. De mensen maken hun akkers in het bos. Een andere plek voor landbouw is er niet.

Het is prachtig in Mungbere. Vanaf ons verblijf horen we de geluiden uit het bos en we zien Neushoornvogels en Touraco’s rondvliegen. Roelof en ik maken een wandelingetje door het bos. Sommige bomen zijn indrukwekkend hoog en dik. Ook de houthandelaars weten ze te vinden. We zien verschillende plekken waar het hout in planken wordt gezaagd. Het oerwoud is hier al behoorlijk uitgedund.

Onderweg komen we een Pygmeeënfamilie tegen. Ze maken graag een praatje met ons in de streektaal, het Lingala. Een gezellige, vrolijke groep van jong tot oud. Zij zijn de oorspronkelijke bewoners van het Congolese regenwoud. Ze leven van de jacht en het verzamelen van producten uit het bos. Hoe lang zal dit bos nog hun woonplaats zijn?

Dieren onder het bed
De mensen van de kerk ontvangen ons gastvrij met eten, drinken en warm water om ons te wassen. We krijgen een bescheiden slaapplaats, een eenpersoonsbed met muskietennet, prima. Roelof zoekt vlak voor de nacht zijn bril onder het bed. Hij vindt geen bril maar wel iets anders: een gulzige slang die zojuist een ei heeft opgeslokt. Een eindje verderop zit een kip op eieren. Slimme slang, dat is een makkelijke manier om aan een maaltje te komen. Is deze slang gevaarlijk? Geen idee! Voor de zekerheid pakt Roelof toch maar een stok en geeft hem de genadeslag. Voorlopig kan de kip weer rustig verder broeden en wij gaan rustig slapen.

Isiro
De reis gaat verder tot aan Isiro. Deze keer zijn we uitgenodigd door de protestantse kerk. Er is een groepje kerkleden dat al begonnen is met de 4 Pijlers. We frissen hun kennis een beetje op. Voorganger David is enthousiast over de 4 Pijlers. Hij is een echte leraar en gaat met wat beeldmateriaal de methode verder aan de man brengen.

Isiro is de residentie van de provinciale gouverneur. In april hebben we al gesproken met zijn adviseur voor milieu en met de minister van landbouw. De gouverneur heeft het te druk maar de vicegouverneur heeft gelukkig een momentje voor ons bij hem thuis. Hij is al op de hoogte van de nieuwe methode en heeft plannen om een terrein met verbeterde mais in te zaaien zonder te ploegen. We willen dat graag faciliteren. Roelof overhandigt hem de brochures van de 4 Pijlers.

Moe maar dankbaar komen we een week later thuis met ruim 900 km op de teller. Wat fijn dat de 4Pijlers al op al deze plaatsen wordt toegepast en is erkend op provinciaal niveau. Onze reis is echt gezegend. Het is heerlijk om weer thuis te zijn en in ons eigen bed te slapen. De volgende dag worden we begroet met een stralende zonsopkomst. Groot is uw trouw o Heer!

Actief op het veld

MatesocCcC====Covid is weer verleden tijd

Moseka en ik op het rijstveld, het hele gezin, Mateso en Roelof met de kleine Roelof

Mateso is een echte landbouwer. Als hij niet op stap is voor de 4 Pijlers, is hij meestal op zijn veld te vinden, samen met zijn vrouw, Moseka, en de kinderen. Hun jongste kindje heet Roelof, genoemd naar zijn peet-opa. En Roelof is heel trots op zijn peet-kleinkind. Het hele gezin bivakkeert overdag op het veld. Er staat een schuilhut waar de familie eten kookt, uitrust en schuilt voor de regen. Op die manier hebben ze alle tijd voor het veldwerk en houden ze de wilde dieren op afstand. De velden van Mateso en Moseka liggen er mooi bij. De rijst is pas ingezaaid op akkers waar niet is geploegd. Ook laten ze alle gewasresten op de akkers liggen en deze worden niet verbrand. En de mais van een verbeterd ras, is bijna rijp. Zo zien we pijler 1,3 en 4 in de praktijk. Mateso zegt dat hij door de 4Pijlers minder last heeft van droogte. De gewassen kunnen er beter tegen omdat de grond bedekt is.

We doen samen met de trainers van de groepen een rondje langs verschillende velden van andere boerengezinnen in Lanza. Zo komen we bij Walumi en een aantal voorgangers van de kerk. Ook zij leven van de landbouw. Walumi maakt een veld klaar om pinda’s te zaaien. Hij heeft niet geploegd, heeft de gewasresten in stroken gelegd en verbrandt niets. Voorganger Lalu heeft rijst gezaaid zonder te ploegen en ook de gewasresten laten liggen en niet verbrand. Voorganger Liandema heeft verbeterde cassavestekken geplant. We bemoedigen de boeren en geven adviezen waar ze verder mee kunnen. Ze zijn blij en trots dat we hun veld komen bekijken. Het geeft ze weer nieuwe inspiratie om met de 4Pijler methode door te gaan.

Boven: Walumi, re. Onder voorganger Liandema in de Cassave, re. voorganger Lalu in de rijst

Tot slot bezoek ik het veld van Samuel en zijn vrouw Neema. Ze toont me trots hoe hun rijst opkomt in niet-geploegde grond met daartussen stroken gewasresten. Als een van de eersten in Lanza hebben ze bovendien de groenbemester Mimosa gezaaid in stroken, daartussen gaat ze pinda’s zaaien. Met haar kinderen heeft ze verbeterde mais gezaaid in niet-geploegde grond. Hier zijn alle 4 pijlers in praktijk gebracht.

Neema op het familieveld: linksboven rijst, rechtsboven: mimosa. Onder: mais zaaien met de kinderen, rechts: de verbeterde mais komt op

We gaan met de brommer op stap om plaatsen te bezoeken waar het 4Pijlerwerk nog in de kinderschoenen staat. Het is aan de overkant van de rivier. Dat betekent een oversteek in een kano een avontuurlijke rit van 15 km over slechte weggetjes en uitdagende bruggetjes. In het eerste dorp laten we ’s avonds de Jezusfilm zien. De mensen zijn erg blij met onze komst en met de film. Voor sommigen is dit het moment om hun leven opnieuw aan God toe te wijden. De volgende dag is er aandacht voor het 4Pijlerwerk. We bezoeken de nieuwe groep in het buurdorp. We maken afspraken voor praktijktrainingen en verdere begeleiding. Nieuwsgierig worden we aangestaard door de kinderen van het dorp. Deze “Mondeles”(blanken) zijn een echte bezienswaardigheid.

Oversteek van de rivier, moeilijke bruggetjes. De kinderen in het dorp, Roelof en Samuel ontmoeten de leiders


Moeder-overste Celestine

Moederoverste links op de foto

Zuster Celestine woont in Isiro, de provinciehoofdstad, ongeveer 450 km verder naar het westen. Ze heeft gehoord over de 4Pijler methode bij ons in de buurt. Celestine bekijkt de akkers die zijn beplant volgens de nieuwe methode en is direct dolenthousiast. Een week later stuurt ze haar neefje om een praktijktraining te volgen bij ons in de buurt. In Isiro wil ze nu graag ook werken met de 4Pijler methode. Dit is voor ons een mooie aanleiding om naar de provinciehoofdstad te reizen. De katholieke zusters ontvangen ons royaal in hun gastenhuis met drie flinke maaltijden per dag. Drie dagen zijn we bij hen te gast. Celestine is een ontwikkelde vrouw. Ze doceert recht aan de universiteit en spreekt onberispelijk Frans. Als moeder-verste en leider van het nonnenconvent is ze verantwoordelijk voor de landbouwprojecten van haar katholieke parochie in Isiro. Dit is een terrein van 65 hectare in de bosrijke omgeving van Isiro. Op heel dit terrein wil ze nu de 4Pijler methode toe gaan passen

Het veldbezoek

In Isiro kunnen we het 4Pijler werk breder gaan uitrollen in de verschillende kerken met een seminar en praktijktrainingen. We bezoeken daar ook de provinciale minister van landbouw. De 4Pijler methode valt bij hem in goede aarde. Zo zeer dat hij die middag meegaat op het veldbezoek op het terrein van de nonnen. Ook de adviseur van de gouverneur is erbij. Vol belangstelling volgen ze de uitleg die Roelof geeft. Celestine is erbij met een aantal van de nonnen en belangstellenden uit verschillende kerken. Roelof laat zien hoe je kunt in niet-geploegde grond. En doet een klein testje voor de pH en de samenstelling van de bodem. De minister en de adviseur staan erop deneus bij. Zuster Celestine houdt de sfeer erin met een spontaan liedje over de 4Pijlers.

This image has an empty alt attribute; its file name is IMG_7131-1024x755.jpg
Direct planten zonder te ploegen

 

De bodemtest

Celestine schudt de aarde voor de test. Links de bewaker en rechts de minister van landbouw

Op de route naar Isiro ligt Mungbere. De mensen hier hebben al eerder gevraagd naar de 4Pijler methode. We blijven op de heenweg een paar dagen bij de leiders van de -kerk en geven seminars en praktijktrainingen. Mungbere ligt middenin het tropische regenwoud. We slapen er in het huis van de diaken, een hutje met een bladerdak. De vrouw van de diaken is heel trots dat we in haar huis komen slapen. In de avond zet een emmer warm water voor ons neer om ons mee te wassen.

De vrouw van de diaken voor haar huisje

Het seminar in Mungbere

De mensen kunnen maar hele kleine stukjes grond bewerken. Het is heel veel werk om een stuk oerwoud te kappen voor de landbouw. Het eerste jaar kun je er dan goed op telen maar daarna beginnen de onkruiden te woekeren. Dat is dan weer een reden om een volgend stukje bos te ontginnen en zo gaat het maar door. Met de 4Pijler methode kunnen mensen op een stuk grond blijven telen en wordt het oerwoud gespaard. Er is veel belangstelling voor het seminar met vertegenwoordigers uit alle verschillende kerken.

De reis naar Isiro en terug is een avontuur op zich. Omdat onze auto nog steeds niet rijdt, gaan we met het Congolese OV. Op de heenweg tot Mungbere hebben we geen problemen. Daarna begint het. Na twee nachten in Mungbere moeten we door naar Isiro. We zoeken een bus of een taxi maar die rijden niet, het wordt uiteindelijk de motortaxi. Roelof en ik en onze reisgenoot elk achterop een brommer over 140 kilometer. Na 5 uren rijden, veel stof, hitte en vermoeidheid komen we bij de zusters in Isiro aan.

Onze bus staat klaar

Na drie nachten in Isiro is het tijd om terug te reizen. Nu hebben we meer geluk: er gaat een bus tot dichtbij Lanza! De hele ochtend gaat alles op rolletjes. Dan staat de bus ineens stil, midden in het oerwoud. Wat is er aan de hand? We nemen een kijkje en zien het al, de brug is beschadigd. Wat nu? Iemand heeft al een boom uit het bos gekapt met een kettingzaag. Nu moet de boomstam naar de brug gesleept worden. Met man en macht wordt er gewerkt door alle passagiers van de bus. De hele middag zijn ze er mee bezig. Stukje bij beetje komt hij dichterbij. Uiteindelijk wordt het gat gedicht.

We kunnen weer rijden. Ik stap optimistisch alvast in de bus terwijl de meeste mensen nog buiten staan te kijken hoe het gaat. De vreugde duurt niet lang, na enkele meters gaat het mis. De bus wijkt iets te veel uit naar rechts, glijdt in de greppel en kapseist. Daar hangt hij dan, vast in de modder. Verschillende pogingen om hem eruit te trekken, mislukken. Het is inmiddels donker. We zullen hier moeten overnachten, kondigt de chauffeur aan. Dit is een nacht die we niet gauw zullen vergeten. Scheef zittend, 10 lange uren, wachten op de morgen. De Congolezen aanvaarden het allemaal gelaten. Dit hoort er gewoon bij als je op reis bent… De sfeer in de bus blijft goed, er worden zelfs grappen gemaakt. Dan wordt het eindelijk toch licht en komt er hulp. De bus komt los en daar gaan we weer. Zonder verder oponthoud naar huis.

 

Trainers in opleiding

Atefe en Ayikoli

Onderhoud van de bananenplant

Het is traingingstijd! In Lanza is het droog en heet. Op de velden is het meeste werk gedaan nu de rijst, pinda’s en mais zijn geoogst. Veel tijd dus voor training en opleiding van nieuwe mensen. We zoeken nieuwe 4Pijler trainers voor de plaatsen die te ver weg liggen voor de trainers uit Lanza. In februari maken we een rondreis in het noorden van de provincie. Daar dienen zich twee nieuwe kandidaten aan: Atefe en Ayikoli. Beide mannen zijn hoog gemotiveerd voor de opleiding voor trainers. Op hun eigen veld zijn ze al begonnen met het toepassen van de 4Pijlers, vooral pijler 1 en 3. En ze merken dat dit hun meer opbrengst levert tegen minder werk. Ze komen een weekje naar Lanza. Hier leren ze alle verschillende technieken van de 4Pijlers toepassen en ze verdiepen zich in de theorie erover. Ik geef training in het presenteren voor een zaal. Met deze nieuwe kennis en vaardigheden kunnen zij op hun beurt groepen boeren gaan trainen in hun eigen dorp en omgeving. Fijn dat er nu twee nieuwe trainers zijn. Maar we willen heel graag dat er meer en vooral ook vrouwelijke trainers bijkomen. Dat is altijd lastig op het platteland. Vrouwen zijn vaak de spil waar het gezin om draait. Ze kunnen niet makkelijk van huis zijn en dat is wel nodig in dit werk.

Cassavestekken worden geplant zonder te ploegen na het afsterven van de groenbemester

Suruleko

Tot onze verrassing komt Suruleko twee weken later. Zij wil graag een trainster worden in de 4Pijlers. Ze komt uit een dorpje 40 km naar het noorden. Mateso, de trainer uit Lanza, heeft vorig jaar 4Pijler trainingen gegeven in een buurdorp. Twee broers van Suruleko hebben deze trainingen gevolgd en het direct toegepast op hun eigen rijstveld. Ze zijn tevreden met het resultaat. De opbrengst is heel redelijk en het werk is een stuk lichter geworden. Dit jaar komt Mateso in haar eigen dorp een training geven. Na afloop vraagt hij wie 4Pijler trainer zou willen worden. Suruleko meldt zich als enige aan. Ze blijft een week in Lanza. In deze week leert ze alle technieken van de 4 Pijlers van Mateso en Roelof. Verder gaat ze met ons mee naar een dorp voor een 4Pijlers seminar om de kunst van het presenteren af te kijken. En van mij leert ze de achtergronden en theorie van de 4 Pijlers. Suruleko is slim en leergierig. Ze slaagt met vlag en wimpel voor de theorie test. En ook het praktijkwerk heet ze gauw onder de knie.

Steriliseren van het kapmes voor het snijden van cassavestekken

Afsnijden van de cassavestengel om te stekken

Zaaien van de groenbemester tussen bananenplanten

Ik vraag Suruleko over haar achtergrond en waarom ze graag 4Pijler trainster wil worden. Ze is 25 jaar, moeder van twee zoontjes en gescheiden. Op haar 14e wordt ze zwanger van haar oudste kind. Ze zit dan in de derde klas van de middelbare school. Ze moet direct van school en gaat samenwonen met de vader van het kind die op dezelfde school zit. Op haar 15e is ze moeder van een zoon. Na twee jaar krijgt ze haar tweede zoon. Ze leven van de landbouw in het dorp van haar ouders en zijn ze allebei lid van de evangelische kerk. Suruleko is actief in de zondagschool. Na verloop van tijd raakt haar man aan de drank. Hij helpt niet meer mee op het land, doet alleen loonwerk per dag. Het geld dat hij daarmee verdient gaat direct op aan drank. Het gezin wordt verwaarloosd en er zijn regelmatig conflicten tussen Suruleko en haar man. Ten slotte is de maat vol, ze gaan uit elkaar. Volgens de traditie moeten de kinderen dan naar de vader. Omdat de vader niet voor hen kan zorgen worden de kinderen ondergebracht bij de ouders en broer van de vader. Die wonen in een stad ver weg. Nu is Suruleko helemaal alleen; ze woont weer bij haar ouders en kan haar kinderen nooit zien. Haar taak is nu om voor haar ouders te zorgen.

Waarom trainster in de 4Pijlers? Met de 4Pijlers kan ze met minder moeite meer opbrengsten krijgen. Ze kan nu makkelijker in haar levensonderhoud voorzien. Ook kan ze er haar ouders mee helpen die al wat ouder zijn en soms ziek. Het gezin krijgt hierdoor meer inkomsten. Suruleko wil dit ook graag aan andere mensen in hun dorp leren. En ze wil graag iets om handen hebben nu de zorg voor haar kinderen is weggevallen. Mist ze haar kinderen niet? Ja heel erg! Af en toe krijgt ze nieuws van de kinderen via de telefoon. Maar ze hoopt ooit haar kinderen weer bij zich te krijgen. Dat kan misschien ooit wel maar het is een lang proces waarbij de families het met elkaar eens moeten worden.

Wij zijn heel dankbaar voor Suruleko en we hopen dat er meer vrouwen de moed hebben om 4Pijler trainster te worden!

Zorgen in Lanza

Een kilometer van ons huis ligt een vrouw op sterven. Ze was in het vuur gevallen. Daar is ze blijven liggen tot het vuur uitdoofde. Hoe kon dit gebeuren.? Het is geen epilepsie. De familie denkt aan een aanval van boze geesten. Na een lijdensweg van zes weken had de familie haar opgegeven en het gebedsteam geroepen om voor haar te bidden. Verder was het wachten op het einde. Iemand van het gebedsteam komt daarna bij mij. Of ik er toch misschien even naar wil kijken?

Noela’s moeder

De volgende dag ga ik bij haar op bezoek. De vrouw heet Noëla. Ze ligt op een rieten mat met allerlei doeken in haar hutje. Het ziet er inderdaad niet zo best uit: op haar buik en bovenbeen zitten grote zwerende brandwonden en haar linkerarm en hand zijn er nog erger aan toe. Maar op sterven ligt ze niet. Ze is bij haar volle bewustzijn en lijdt hevige pijn. Ze ligt de hele dag in dezelfde houding op bed. Er is een groot risico op verstijving van haar gewrichten en doorligwonden. De stank in het vertrek is bijna ondraaglijk. Noëla is al die weken verzorgd door haar moeder. Zij probeert de wonden te wassen en strooit er talkpoeder op. Noëla is 30 jaar en moeder van 5 kinderen. De jongste is een baby van 3 maanden. Dit meisje heet Neema en is gelukkig ongedeerd. Noëla heeft sinds het ongeluk geen borstvoeding meer. De familie maakt nu sojamelk en Neema groeit er goed op.

Neema met haar oudere zus

In dezelfde tijd bevalt het 18-jarige nichtje van Noëla van een tweeling. Helaas sterft het eerste kind direct na de geboorte. Een week later sterft ook het tweede kind. Wat een drama! Dit speelt zich allemaal af op hetzelfde erf waar Noëla in haar hutje ligt. Hoeveel ellende kan een familie aan?

Tja, wat te doen in deze situatie? Mijn eerste gedachte is: Noëla moet naar een goed ziekenhuis. Dat stel ik de familie voor maar ze denken dat Noëla dan te veel pijn zou lijden. Of vinden ze het te duur? Mijn tweede gedachte: ik vraag raad bij een arts. Via whatsapp heb ik contact met een Nederlands artsenechtpaar in Congo. Van hen krijg ik hele praktische en uitvoerbare adviezen waar ik mee aan de slag kan: geef pijnstillers, spoel de wond met gekookt water, maak de wondranden schoon, en smeer er honing op. Honing werkt ontsmettend. Zo ga ik vanaf 1 december dagelijks, gewapend met watten, gaasjes en honing, naar Noëla’s huis om haar wonden te verzorgen. Het is een secuur werkje dat veel tijd kost, minstens twee uren. Na een poosje knappen de wonden op. Ze worden schoner en kleiner! Dat geeft hoop en moed. De verplegers in Lanza bemoeien zich er niet mee. Wat is dat toch? Zijn ze bang, willen ze hun handen niet ‘branden’ aan dit geval?

Verhuizing van haar hut
naar de gezondheidspost

We verhuizen Noëla naar de gezondheidspost in Lanza. Ze krijgt daar een geïsoleerd kamertje, een bed met een goed matras en een muskietennet. Haar moeder en jongste kinderen trekken erbij in. Noëla is wekenlang de enige patiënt. Ik zie Noëla stukje bij beetje opknappen. Ze krijgt ook weer hoop, hoewel de wonden nog steeds pijnlijk zijn. Voorzichtig begint ze haar baby weer borstvoeding te geven. Ze gaat wat bewegen en loopt zelfs af en toe een klein stukje. Ik praat veel met haar en kom er steeds meer achter dat ze behalve deze brandwonden ook een grote geestelijke nood heeft. Ze heeft veel angsten voor boze geesten. Ik bid regelmatig met haar. Er komt een pastor die haar het evangelie uitlegt. Noëla luistert en maakt een keus voor Jezus. Daarna komt er regelmatig iemand met haar bidden.

This image has an empty alt attribute; its file name is 012421_1830_ZorgeninLan4.jpg
in de gezondheidspost

Voor volledig herstel van de brandwonden heeft Noëla huidtransplantaties nodig. Dat kan natuurlijk niet in Lanza. We zoeken een goede plek waar dit wel kan. We komen uit op Adi. Daar is een goed ziekenhuis en er werken Duitse vrienden van ons. Ook is er een goede chirurg die huidtransplantaties kan doen.

Op 4 januari is het zover, we vertrekken naar Adi. De familie van Noëla staat bezorgd toe te kijken. Er worden een paar zakken voedsel op de auto geladen. Het is een rit van ongeveer 7 uren, waarvan het laatste stuk over een heel slechte weg.

Voor Noëla is dat gehobbel erg pijnlijk. Naast haar dochter van 7 en de baby gaan er twee begeleidsters mee. Laat in de middag komen we bij het ziekenhuis aan. Noëla krijgt alle nodige medische verzorging. Nu moet ik ‘mijn patiënte’ uit handen geven. Gelukkig blijf ik een beetje op de hoogte via de whatsapp van onze Duitse vrienden daar. Een week later wordt Noëla geopereerd, ze krijgt huidtransplantaties op alle wonden. En verder is het maar afwachten. De eerste berichten zijn goed. Goddank! Maar er is nog een lange weg te gaan!

Terug van weggeweest

Met een warm welkom worden we op 20 november onthaald in Lanza. Bijna 3 maanden zijn we weg geweest. De mensen wachten vol spanning: “Zouden ze wel terugkomen? Ah daar zijn ze dan eindelijk!” Het geluid van de auto in de verte heeft het hele dorp al gealarmeerd, kleine kinderen zwaaien naar ons en roepen de begroeting: “Mbote, mbote!!” Onder de mangoboom staat een klein ontvangstcomité klaar. De vrouwen maken en dansje van blijdschap. Er wordt gebeden en gedankt: couple VanTil is er weer!

We zijn heel blij om iedereen weer te zien, de buren, onze medewerkers, het huis, de tuin, de hond. De daaropvolgende dagen krijgen we regelmatig bezoekers die ons komen begroeten en samen God willen danken voor onze veilige thuiskomst.

De eerste kerkdienst is een feest. Corona bestaat hier in Lanza niet meer. Of is het hier nooit geweest? Alle activiteiten draaien weer op volle toeren: de koren, de vrouwengroep, de zondagschool, het jeugdwerk en de scholen. Er is geen enkele beperking, geen mondkapjes en niet voortdurend handenwassen. We zijn weer in Congo!

Al gauw gaat het leven weer door als voorheen. We bezoeken boeren op hun velden, we organiseren nieuwe seminars. Het is bemoedigend om te zien hoe goed bij sommige groepen de 4Pijler methode wordt opgepikt. We zien prachtige maisvelden waar niet geploegd is en groenbemester tussen is gezaaid. Deze mais is gekweekt voor het zaaizaad om weer door te geven aan andere boeren. Het is een verbeterde soort, die de boeren zelf verder kunnen kweken.

We gaan naar de overkant van de rivier om ook daar boeren op te zoeken. Ook hier plannen we seminars over de 4 Pijler landbouw. We praten een tijdje met de dorpschef daar. Na een poosje praten over de nieuwe landbouwmethode heeft hij een belangrijke vraag voor Roelof: “Heeft u niet een middel om het bos te doden? Het bos is erg lastig, dat bemoeilijkt de landbouw”! Oeps, hij heeft het nog niet helemaal begrepen. Ons doel is nou juist om het bos te beschermen. Doordat de mensen op een vast stuk grond blijven telen, wordt de rest van het bos gespaard. We doen ons best om de voordelen van het bos te beschrijven: het zorgt voor zuurstof en voor een goed klimaat met genoeg regen en het is een woonplaats voor vogels en allerlei planten en dieren en voor de Pygmeeën, de originele bevolking van het Congolese oerwoud. Zo had de chef het nog niet bekeken.

Onderweg ontmoeten we een groepje Pygmeeën uit de buurt. Ze vinden het leuk om met ons op de foto te gaan.

Op het veld van de 4 Pijlers is ook van alles te doen. De rijstoogst is in volle gang. De koffieplanten en bananenbomen worden onderhouden en bemest met compost.

Mijn groentetuin is een beetje verdroogd en veel van de kolen zijn bedorven door de overvloedige regen in oktober. Maar er is wel veel gember geoogst en wortels, paprika, rettich, boomaardappelen, pompoenen, rijst, soja, witte en bruine bonen en mais. Zo kunnen we weer allerlei verse producten uit onze eigen tuin eten. Heerlijk!

 

Gasten, mais en groenbemesters

Verre gasten

Deze maand konden we de eerste stagiair ontvangen in de 4 Pijlers. Hij heet Don Beni en studeert aan de universiteit in Bukavu. Via onze website had hij interesse gekregen voor onze landbouwmethode. Hij wil zich hier zelf praktisch in bekwamen. Vier weken lang is Don Beni elke dag op het onderzoeksveld van de 4Pijlers te vinden en oefent er alle technieken. Later kan hij deze in zijn eigen omgeving toepassen. Dat zijn de 4 pijlers: 1. zaaien zonder ploegen, 2. groenbemesters, 3. verschillende mestsoorten op grond van eenvoudige bodemtesten en 4. verbeterd zaaizaad.

 Eenvoudige bodemtesten

  Oogsten van groenbemester zaad

We zijn uiteraard heel blij met deze interesse en hopen dat er nog velen zullen volgen. Tijdens zijn verblijf kregen we een week lang nog een andere gast: de nieuwe directeur van het Ontwikkelingsdepartement van de CECA-20 kerk, uit Bunia. Hij bezocht de verschillende plekken waar mensen actief bezig zijn met de 4 Pijlers en sprak met de bevolking. De mensen in Lanza zijn heel trots dat er nu mensen van ver weg op bezoek komen in hun dorp. Lanza telt mee!

De directeur Ontwikkelingswerk (midden) bezoekt 4PIjler groepen op hun velden
en praat met de vevolking

Mais
De afgelopen maand zijn we verder bezig geweest met het oogsten van mais. Deze mais hebben we geteeld om goed zaaizaad te kweken. Roelof heeft het zaad verbeterd op twee manieren: hij heeft de zieke planten verwijderd en inteelt voorkomen. Voor het zaaizaad worden de mooiste en grootste kolven geselecteerd. Vervolgens worden de zaden er met een eenvoudig machientje vanaf gehaald en daarna te drogen gelegd.

Mais tussen de Mimosa wordt geoogst

Met dit machientje worden de korrels van de kolven gehaald
De maiskorrels liggen te drogen

Groenbemesters

Bij de maisvelden hebben we twee soorten groenbemester ingezaaid: Mimosa en Mucuna. Groenbemesters verbeteren de bodemstructuur, verhogen de bodemvruchtbaarheid en het organische stofgehalte. En ze bedekken de bodem waardoor de onkruiden geen kans meer krijgen. Elk van de groenbemesters heeft zijn specifieke eigenschappen.

Mimosa (Kruidje roer-me-niet) groeit in het begin vrij traag en wordt ingezaaid bij de eerste keer wieden in de mais. Tegen de tijd dat de oogst bijna rijp is, bedekt hij de hele oppervlakte en groeit zelfs boven de maisplanten uit. De onkruiden zijn bijna verdwenen. De soort die wij hebben is met stekeltjes. Hierdoor beschermt hij de mais tegen vraat door wilde dieren zoals apen. Tijdens een praktische workshop voor 4Pijler-trainers nemen we een kijkje op het maisveld waar mimosa tussen groeit. Het is even wat werk om de mimosa naar beneden te slaan. Je moet je wel kleden met en lange broek en laarzen. Met een hak duwt Roelof wat mimosa aan de kant. Dan komt de grote verrassing: de grond eronder is helemaal schoon en zacht! “Het lijkt wel een bosgrond!”, roept een van de deelneemsters uit.

Nadat de mais is geoogst en afgemaaid, worden de resten van mais en Mimosa in rijen gelegd. Daar kan het verder composteren en dienst doen als organische mest. Daartussen is de grond nu mooi schoon en direct klaar voor het inzaaien van nieuwe mais. Er worden plantgaten gemaakt en daarin wordt de mais gezaaid zonder de grond te ploegen. Roelof en ik zijn erg blij met deze succesvolle groenbemester.

Zaaien zonder te ploegen…

tussen de plantresten van mais en mimosa

Mucuna groeit sneller en wordt ingezaaid als de mais op kniehoogte is. Als een klimplant groeit hij tegen de maisplanten op en bedekt ook het grootste deel van de bodem, maar niet helemaal. Tijdens de workshop bekijken we ook het Mucuna-maisveld. De bodem eronder ziet er mooi uit, maar er staan ook nog de nodige onkruiden. Ook met deze groenbemester zijn we heel blij maar er blijven nog punten over voor verdere studie.

Mucuna tussen de geoogste mais wordt afgemaaid

De rijpe Mucuna wordt geoogst

Na bijna drie seizoenen maisteelt op het zelfde perceel, zien we de opbrengst steeds toenemen dankzij deze groenbemesters. Prachtig om te zien!

Vanuit de bevolking komt er steeds meer belangstelling voor. De trainers op de workshop krijgen elk een handvol Mucuna zaad mee naar huis om ze te vermenigvuldigen en later zelf te gebruiken en uit te delen.

Deelnemers met een zakje Mucuna zaad

Aardnoten en bomen

Aardnoten

De pinda’s, oftewel aardnoten, zijn rijp voor de oogst! Het is een wonderlijke plant. Je ziet de bloempjes boven de grond, maar op een raadselachtige manier kruipen de vruchtjes na de bloei de grond in. Daarnaast is het een heel bewerkelijk gewas. Om de pinda’s te oogsten trekt men de hele planten de grond uit en tussen de wortels hangen daar de rijpe aardnoten. Deze worden er met de hand een voor een vanaf geplukt.

De vrouwen van de kerk hebben hun eigen pindaveld. Van de oogst maken ze een heus feestje. Een van de dames zorgt voor de koffie en kookt het eten. Er zijn een paar van ver gekomen, die blijven slapen in de gîte, het gastenverblijf. En nu maar aan de slag. Een groepje gaat het veld op en trekt de planten uit de grond. Een andere groep breekt de noten van de planten. Na een poosje is er al een hele bak vol! Het pinda loof wordt teruggegooid op het land, een prima organische bemesting voor het volgende seizoen.

De volgende stap is het drogen van de pinda’s. Als de zon schijnt, worden ze uitgelegd op een zeil. Na een paar dagen zijn ze droog genoeg en klaar voor de opslag. Ook op ons veld is de pindaoogst in volle gang. Mevrouw Suruyo helpt ons met de oogst.

Wat doen we met pinda’s? Je kunt ze direct rouw opeten, of gekookt in zout water. Wij roosteren ze met wat zout en eten ze als tussendoortje. Van de rest maken we pindakaas. Uiteraard zonder suiker en zonder conserveringsmiddelen. Heerlijk! Ze worden door Kabibi, zeer ambachtelijk, gemalen op een steen. Pindakaas wordt hier veel gebruikt als smaakmaker in bladgroentes. Dat is bijzonder lekker en een goede eiwitbron.

Bomen

Sinds een poosje ben ik bezig met het kweken van een aantal boomsoorten voor constructiehout en voor herbebossing. Zo heb ik Teak en Calliandra gezaaid. Beide zijn uitstekend geschikt voor constructie. De gedachte is dat mensen de bomen gaan planten op hun terrein. Als er iets gebouwd moet worden hebben ze het hout direct bij de hand. Als je de stammetjes kapt, groeien er weer nieuwe voor in de plaats. Zo hoeven de mensen minder moeite te doen om aan geschikt hout te komen. En het natuurlijke bos wordt gespaard. Voor herbebossing planten we onder meer de Afrikaanse mahonie maar ook met Calliandra kun je een mooi bos aanleggen.

Teakboompjes oppotten en vervoeren naar de uiteindelijke plek

Teak is zeer geliefd maar het is een lastige boom om te kweken. Als je het zaad gewoon uitstrooit, ontkiemt er bijna niks. We hebben na allerlei experimenten een methode ontwikkeld waarbij ongeveer 20% van het zaad ontkiemt. Als het plantje 5 à 10 cm hoog is, plant ik het over in een plastic potje. Daar kan het een poosje in groeien. Ten slotte planten we het vanuit het potje op de definitieve plek, vrijwel zonder shock. Zo hebben we de afgelopen maand ongeveer 100 teakboompjes kunnen planten op een terrein van de kerk. Teak groeit vrij snel. Binnen ongeveer 3 jaar kun je er palen vanaf hakken.

De jonge teakboompjes worden begoten en onderhouden

Roelof heeft een houtwal aangelegd van Calliandra rondom ons erf en een aanplant van 80 planten op het demonstratieveld. Deze boom kiemt makkelijk en groeit snel. Over anderhalf jaar kunnen we er palen vanaf hakken en binnen 3 jaar is het al een hele boom. Verder is Calliandra een groenbemester. Via de wortels wordt het stikstofgehalte in de grond verhoogd en de afgevallen bladeren zorgen voor organische bemesting.

Er is nu al veel vraag naar zowel Teak als Calliandra. Het is mooi dat mensen graag bomen willen planten. Maar uiteindelijk is ons doel dat ze zelf de technieken van het zaaien leren en toepassen bij hen thuis.

De Afrikaanse mahonie wordt hier “Bois rouge” (rood hout) genoemd. Deze boomsoort is zeer geliefd in de meubelmakerij en voor planken en balken in de bouw vanwege zijn uitstekende eigenschappen. Het wordt daarom helaas op grote schaal gekapt, gezaagd en afgevoerd. Veel van dit hout gaat met vrachtwagens vol de grens over naar Oeganda. Wij willen graag ons steentje bijdragen aan het opnieuw planten van deze prachtige boom. Het zaad hebben we van een boom uit Todro. De jonge boompjes staan in de potjes te wachten totdat we er een geschikte plek voor hebben gevonden. De zaaitechniek is op zich niet zo moeilijk. Enkele medewerkers van de 4Pijlers zijn ook al bezig met het zaaien en planten van deze boom. Dat is heel mooi. Het is een langzame groeier: het duurt ruim 30 jaar voordat de boom volwassen is. Een investering voor de volgende generatie.

Volwassen Afrikaanse mahonie


Op het veld

Cassave

Cassave is het basisvoedsel in deze streek. Het is een heel proces voordat je cassave meel hebt. Eerst gaan de knollen ongeveer twee dagen het water in. Zo worden ze zacht en kunnen ze makkelijk worden geschild. Na het schillen worden ze uitgespreid om te drogen. Het drogen duurt gemiddeld ook twee dagen. Daarna zijn het harde brokken die tot meel vermalen kunnen worden. Van dit meel wordt een stevige brij gekookt, dat is cassave fufu. Je kunt het cassave meel ook mengen met millet of sorgum meel. Daardoor wordt het voedzamer en smaakvoller. Je eet het samen met een saus of een bladgroente, bijvoorbeeld cassave blad. Wij eten dit gemiddeld een keer per week. Het is heel voedzaam en lekker.

Hoe gezonder de cassave plant is, hoe groter de knollen die hij produceert. In deze streek van Congo wordt de cassave veel geplaagd door het mozaïekvirus.  De opbrengst wordt daardoor sterk verminderd. Het is belangrijk dat de zieke planten direct worden verwijderd.

Om virusziektes te voorkomen, moet je goede planten selecteren, waaruit de stekken worden gesneden. Planten die op het oog gezond zijn, kunnen nog steeds het virus bevatten. Daarom wordt ook het mes waarmee men de stengels snijdt gesteriliseerd met een vlammetje. Bij iedere volgende plant wordt dit herhaald. Met dergelijke stekken hebben we een veld vol gezonde cassave geplant. Na 9 maanden zijn de knollen volgroeid. De knollen worden verwerkt tot meel, de stekken kunnen we nu weer uitdelen aan andere boeren.

Rondreis

Vorige week maakten we een rondreis van 6 dagen door ons district, als follow-up van de reis in januari. In de tussentijd hebben zich op verschillende plaatsen nieuwe 4Pijler groepen gevormd. Het waren lange dagen in de auto over vaak slechte wegen en we sliepen onder basale omstandigheden. Maar het is de moeite waard:  van de vroege ochtend tot het slapen gaan, trekken we met de mensen op en horen hun verhalen. Op de verschillende plaatsen bekeken we de velden en maakten er foto’s van.  Het is heel bemoedigend om te zien hoe goed mensen de principes van de eerste pijler (niet ploegen), al op vrij grote schaal toepassen. Dat betekent voor hen veel minder werk en grotere opbrengsten. Vervolgens hielden we in elke plek een workshop voor de 4Pijler groepen met maximaal 20 mensen. Aan de hand van foto’s uit de praktijk, vaak van hun eigen veld,  konden we de 4Pijler principes goed uitleggen en waar nodig verbeterpunten aangeven op hun praktijk.

Na de eerste pijler komt nu de tweede pijler in beeld: werken met groenbemesters. Een van de groenbemesters is Mucuna, een soort boon, die tussen de mais gezaaid kan worden en na de oogst het hele veld bedekt. Vervolgens sterft het af en kan er het volgende seizoen direct een nieuw gewas in worden gezaaid, zonder te ploegen. Bovendien wordt de bodem rijker aan stikstof. Tijdens de workshops hebben we Mucuna zaad uitgedeeld en veel mensen waren erg gretig om dit op hun velden uit te proberen.

Met pinksterzondag waren we in Todro, de laatste plek van onze rondreis. Onze vroegere hulp, Ruta woont daar na 30 jaar nog steeds. Ze helpt nu in het gastenhuis van de kerk, waar wij waren gelogeerd. We vierden we het Pinksterfeest met een kleine groep in het gastenhuis. Het was voor mij heel bijzonder om dit samen met Ruta te kunnen vieren.

Thuis op het veld

Zaterdagochtend is voor ons altijd heel speciaal. Als we thuis zijn, gaan we samen naar het demonstratieveld Payi, genoemd naar het stroompje ernaast. Roelof is bezig met wieden in de mais, rijst of bonen of hij verwijdert zieke planten uit de mais. Ik ben te vinden in de groentetuin waar momenteel vooral aubergine en kool groeien. We nemen een thermosfles met koffie mee en drinken die op het veld. Omdat het weekend is, zijn wij de enigen op het veld. Heerlijk om vogels te kunnen spotten en te genieten van de rust. Soms spotten we ook andere dieren, zoals een mini-kikkertje dat ik vond op een aubergine blad.

Ons hondje Sembo nemen we ook mee. Hij mag dan los rondlopen. Sembo betekent zoiets als heilige. Nou zo heilig is hij niet. Het is een echte jachthond en jaagt graag achter vogels en andere dieren aan. Om te voorkomen dat hij kuikentjes van een van de buren rooft,  zit hij thuis aan de ketting.

Werk aan de winkel

Eigen plek

Het is heerlijk om een eigen plek te hebben! Na ruim een jaar wonen in het gastenhuis van de kerk, werd het tijd voor iets nieuws. Het was een goede tijdelijke oplossing maar het voelde nooit als ons eigen huis. Vanuit ons nieuwe huis hebben we een prachtig vrij uitzicht.

Op onze eigen stek kan ik nu mijn eigen tuin inrichten. Bijna een jaar geleden was ik al begonnen met het verzamelen van stekjes van heesters en bloemenzaad. Een deel had ik bij het andere huis geplant. Dat kan ik nu op zijn plek zetten, ook het bloemenzaad heb ik gezaaid. Inmiddels staan er onder andere citrus-, avocado-, moerbei- en papaya-boompjes. Om het helemaal af te maken, hebben we ook direct graszoden laten inplanten. Die zijn uitgestoken aan de rand van het plaatselijke voetbalveld. We kijken uit naar het resultaat van al dit plantwerk over een paar maanden. Met de flinke regenbuien van de afgelopen week kunnen de planten mooi aanslaan.

.

Ik kan zelf voorzichtig weer van alles gaan doen als ik mijn rechterarm maar niet te veel belast. Het is nu ruim 6 weken na de val en het bot lijkt in elk geval vast gegroeid te zijn, ook al is het niet helemaal recht

Roelof is volop bezig op de rest van het terrein, ruim een halve hectare. Daar heeft hij gaten gemaakt voor bananenstekken. Die gaten worden vol gegooid met compost en plantenresten. Als de grond wat is ingeklonken worden de stekken erin gezet.

Verder hebben we bonen, pinda’s, sojabonen en mais ingezaaid en ten slotte cassave-stekken geplant. Deze cassave hadden we ongeveer 9 maanden geleden geplant en zijn nu rijp. De stekken worden met veel zorg gesneden met een goed schoon gebrand mes, om de verspreiding van eventuele virussen te voorkomen. De kans dat er virussen in zitten is trouwens minimaal. Het zijn prachtige gezonde planten met een formidabele opbrengst, grote knollen zoete cassave. We hebben er al een paar keer van gegeten en veel weggegeven. Alleen kunnen we het nooit op. Iedereen is dolblij met deze cassave. Een goed cassave-ras kan de voedselvoorziening en ook de economie hier flink verbeteren.

Accessoires

Naast ons huis is een buitenkeuken gebouwd. Hier kan met houtskool of op hout gekookt worden. Kabibi zwaait hier weer de scepter. Ze is terug van zwangerschapsverlof en haar zoontje, genaamd Vantil, is nu bijna 4 maanden oud. Een schattig jongetje dat we dagelijks zien als het zijn tijd is voor een volgende voeding. Hij wordt dan gebracht door een zusje of broertje. Als Kabibi de handen vrij wil hebben, zet ze hem soms in een wasteil met doeken om hem heen Daar zit hij dan heel parmantig te kijken. Mijn naamgenootje, Remke, zien we soms ook met haar moeder. Er zijn ook vaak jonge meisjes bij, die de baby’s moeten dragen als de moeders aan het werk zijn.

En tot slot krijgen ook nog drinkwater dicht bij huis. Er is een put gegraven helemaal onderaan het terrein. De put is netjes afgewerkt met wanden van bakstenen met cement. Voor al ons andere water gebruiken we regenwater dat we opvangen via dakgoten in een paar grote tonnen.

Van Corona merken we hier nog steeds weinig tot niets. Er zijn in onze provincie nog geen gevallen van Corona bekend, wel enkele verdachte gevallen in de buurprovincie. De scholen blijven voorlopig gesloten en we komen samen in kleine groepen van minder dan 20. De hygiënische maatregelen bestaan vooral in theorie. Want groeten zonder handenschudden, nee, dat kan toch echt niet! Alleen als wij erbij zijn, houd men de handen thuis