Kamanyola perikelen

Muizen

Ongeveer de tweede week dat we in Kamaniola waren, kwam ik helaas tot de ontdekking dat er waarschijnlijk muizen in ons huis rondliepen. Dat is geen fijn idee. Waar zaten ze? Ik vond de muizenkeuteltjes tot in onze slaapkamer. Toen ik wat ritselende geluidjes hoorde schrikte ik op met het idee dat er een muis over het bed liep. Zo ver ging het gelukkig niet. De volgende dag bleek dat ze in de keuken een feestmaaltje hadden aangericht.

20180417_073721
De aangevreten bananen

Twee bananen waren voor de helft opgesnoept. Ik kon er nu niet meer omheen: ze liepen ’s nachts gewoon rond. De bananen zijn nu veilig opgeborgen in de koelkast. Nu is een aardappel aan de beurt. Elke nacht wordt er een stukje afgeknabbeld. Vorige week vond ik een muizenhol in aanbouw onder onze oven. Wat te doen? Ik houd niet zo van muizen- of rattengif. Dan maar een muizenval kopen? Ook dat was niet een echt aanlokkelijk idee. Dat je de volgende ochtend een dode muis zou moeten verwijderen. De Congolezen hadden het antwoord: neem gewoon een poes, dan zijn ze zo verdwenen. Vanaf dat moment zochten we een poes. En ja, vorige week kwam ze, we noemen haar Minoes en ze is schattig en klein. Zo klein dat de muizen voorlopig nog even doorgaan met hun feestjes.  Nu maar hopen dat Minoes snel groeit en de muizen de baas kan.

 

Opfrissing

Vorige week was er een soort opfrissingscursus voor de leiders en begeleiders van de spaar-en kredietgroepen voor vrouwen in het project van ZOA. Er waren tien leiders en vier begeleiders die deze cursus volgden. Ik ben daar dankbaar bij aangeschoven. Op die manier kreeg ik hele praktische informatie over hoe zo’n groep werkt en over de hiaten in kennis die er nog is bij de vrouwen. Vier dagen lang werden we bijgeschoold door een enthousiaste trainer in een bloedheet zaaltje met nauwelijks ventilatie. Maar de stemming zat er goed in en er viel nog heel wat te leren en op te frissen. Ik hoop de volgende maand echt te kunnen beginnen met het coördineren van deze groepen. Er komt namelijk een vacature voor deze functie waar ik op heb gesolliciteerd. Het wordt dus nog even spannend.

 

Spuiten

Naast het vrouwenwerk zijn er nog veel andere dingen te doen. Zo kan ik altijd mee het veld in met het landbouwwerk van Roelof. En zelf wil ik ook graag leren omgaan met de rugspuit. Dus afgelopen zaterdag heb ik een soort stoomcursus gekregen. Het was op een stuk land even buiten Kamanyola, van een kennis van Roelof. Hij wil graag het veld ontginnen en er cassave op planten. De les begon met het hanteren van de spuit, op de goede hoogte houden en rechte lijnen maken. De eerste keer zit er alleen water in de spuit om veilig te kunnen oefenen. Toen bleek dat ik de techniek redelijk onder de knie had, werd er de herbicide (glyfosaat) door het water gemengd. Ik werd voorzien van handschoenen (plastic zakjes) en een mondkap en uiteraard had ik een lange broek en lange mouwen aan ter bescherming. Nu mocht ik echt een stuk land bespuiten.

Over een week of twee kunnen we zien wat het resultaat van mijn werk is. Het is fantastisch dat je in korte tijd zo’n groot oppervlakte kunt bewerken. Wat anders hele dagen kost en rugpijn en andere lichamelijk ongemak veroorzaakt, doe je nu in een paar uurtjes. Zo kunnen mensen een groter stuk grond bewerken en dus meer produceren.

 

 

Mugule en Mutarule

In het veld

Sinds we verhuisd zijn naar Kamaniola (en ook al daarvoor) is Roelof volop bezig de nieuwe landbouwmethoden in praktijk te brengen in het projectgebied. Vorige week gingen we samen naar een dorp in de bergen, dat in het stroomgebied van de rivier Luberizi ligt. Het dorp heet Mugule. Drie week geleden waren we daar voor het eerst geweest. Roelof had toen met een groep een training gedaan in het spuiten met herbiciden. Nu zou het veld klaar moeten zijn om in te planten. De eerste regentijd van dit jaar is bijna voorbij. Tussen mei en juli wordt een korte droge tijd verwacht. Dat betekent dat er nu geen mais of bonen meer geplant kunnen worden maar nog wel cassave dat beter tegen de droogte kan. We hadden een grote hoeveelheid cassave stekken bij ons.

Cassave is nog altijd het populairste en meest rendabele gewas in deze streek en het wordt vermeerderd door stekken. Het probleem is alleen dat men in deze streek last heeft van een virusziekte in de cassave, de zogenaamde Brown streak disease Het gevolg is dat de knol niet meer te eten is. In vrijwel alle lokale planten zit het virus al. Dus heeft Roelof uit een ander gebied  stekken laten halen die voor zover men kan zien nog virus-vrij zijn. Het geprepareerde terrein was helemaal klaar om te worden ingeplant. De mensen waren erg blij en gingen enthousiast en gemotiveerd aan het werk. De vrouwen voorop. Ook ik heb die dag mijn steentje aan het werk bijgedragen.

Er werd voorzichtig te werk gegaan om te zorgen dat eventuele ziektes niet verspreid zouden worden. De stekken van iedere moederplant zijn apart van elkaar bewaard in zakjes en ze mogen niet aan de uiteinden worden aangeraakt. De eventuele ziektes worden meestal via handen verspreid via de afgebroken stengels. Dat gebeurt ook met de bladmozaïekziekte bij het plukken van de bladeren die als groente worden gegeten. De volgende dag werd het werk afgemaakt en was er een bespreking in de kerk met de drie Farmer Field Schools, groepen van ongeveer 20 mensen. De groepen krijgen elk een rugspuit en wat herbicide. Als ze een goed veld klaar hebben, van een van de leden, krijgen ze de cassave stekken van ZOA.

Mutarule

Ook in het dorp Mutarule, dat ligt in de vlakte van de Rusizi, waren we enkele weken geleden geweest en nog wel een paar keer daarna. Er was een mooi veldje klaargemaakt om cassave in te planten. Hier duurde het iets langer voordat de mensen in actie kwamen.  De houding van de mensen in de vlakte is iets meer  afwachtend. Toen ze evenwel zagen wat het effect was van het spuiten en hoe makkelijk er nu geplant kan worden raakten ze ook enthousiast. Ook hier kwamen vooral vrouwen maar ook een aantal mannen in actie om plantgaten te hakken en de goede cassave stekken te planten. Het is bemoedigend om te zien dat  het werk zo goed wordt opgepakt. Het geeft hoop op een betere productie en bestrijding van armoede in de nabije toekomst.

 

 

Kamanyola

Verhuizing

Vorige week donderdag heb ik de zoveelste verhuizing in mijn leven meegemaakt.  Onze 170 kg plus een beetje en enkele meubels werden in en op een ZOA landrover geladen. Na veel passen en meten zat het eindelijk goed en konden we rijden. Het was van Bukavu naar Kamanyola over de bergketens langs de grens met Rwanda.

De reis ging over scherpe haarspeldbochten en en  lang geen vlakke weg, zo’n 60 km verder naar het zuiden. Een prachtige route met fantastische uitzichten over de bergpassen, hellingen en rivierdalen van de grensrivier  met Rwanda, de Rusizi. De rit duurt zo’n twee en een half uur. Roelof was op dat moment al in Kamanyola voor het landbouwwerk.

20180323_124955
Huis in Kamanyola

In Kamanyola staat het veldkantoor van ZOA. We hebben nu weer een eigen plekje om te wonen en te leven. Ook al ontbreekt er nog van alles, we zijn hier heel blij mee.

Werk

Het contract met ZOA is rond: van 1 april tot 1 oktober gaat Roelof als landbouw-consulent werken in het landbouwprogramma van ZOA dat hij zelf heeft geschreven voor het irrigatiegebied van de rivier Luberizi.  Het totale project omvat ook het herstel van het irrigatiesysteem met een oppervlakte van meer dan 1000 vierkante kilometer. Dit systeem is in de jaren vijftig door de Belgen gebouwd met een enorme stuwdam in de rivier. Helaas heeft de dam het in 1982 begeven en sindsdien werkt het irrigatiesysteem niet meer naar behoren.

IMG_1230
Plaats van de vroegere dam

Een consortium van drie organisaties, waaronder ZOA, heeft nu een 5-jaren project om de dam en de irrigatiekanalen te herstellen. Een enorm project, met grote gevolgen. In dit gebied is al jaren lang veel strijd om de landbouwgrond tussen de verschillende etnische groepen. Een belangrijk deel van het voorbereidende werk is om alle grond in kaart te brengen en tegelijkertijd de dialoog met de strijdende partijen in gang te zetten. Het programma draait nu ruim een jaar en er is op dat laatste punt gelukkig al veel bereikt. De chefs van de verschillende groepen zitten samen om de tafel en spreken met elkaar over de verdeling van de grond.

Ondertussen is Roelof van start gegaan met de landbouwactiviteiten in het irrigatie gebied en in het stroomgebied in de bergen. De benadering van Zéro Labour wordt nu ook hier op grote schaal toegepast.  Er zijn al tientallen zogenaamde Farmer Field Schools opgericht waar groepen van ongeveer twintig mensen zich de technieken eigen maken. Het begint met het op een verantwoorde manier spuiten van de onkruidverdelgers,

daarna de gewassen planten in de niet-geploegde grond. Vervolgens worden de groenbemesters gezaaid die de bodem bedekken zodat het volgende seizoen geen of nauwelijks meer herbicide nodig is. Net als in de provincies Haut Uele, Ituri en Noord Kivu, wordt deze methode hier met open armen ontvangen. Het is zo’n verlichting van de werklast en een vermindering van de kosten, dat iedereen, mannen, vrouwen, zelfs mensen met een handicap, het graag willen toepassen!

Kwetsbare vrouwen

De afgelopen tijd ben ik mij aan het oriënteren op waar ik me kan inzetten in onze nieuwe omgeving. ZOA heeft een project voor spaar- en kredietgroepen voor kwetsbaren vrouwen. Het betreft weduwen of alleenstaande moeders. Anderen zijn tienermoeders of slachtoffer van seksueel geweld. Dat is vaak een reden voor een familie om een vrouw weg te sturen. Ze blijft daarna totaal geïsoleerd achter. De groepen zijn in vier verschillende dorpen in de bergen in het stroomgebied van de Luberizi.

In de week voor Pasen hebben we een bezoek gebracht aan dit gebied en overnacht in Lemera, een vroegere zendingspost van de Noorse kerken. We sliepen in de gastenkamers bij het ziekenhuis. Roelof heeft in een bergdorp zijn eerste Farmer Field school gestart en ik bracht een bezoek aan de vrouwengroepen in een ander dorp. Ik werd enthousiast ontvangen met liedjes en dansjes.

Ik kreeg het woord en heb in het kort het evangelie kunnen delen. Daarna met veel vrouwen gepraat over hun activiteiten in de groepen. De meeste vrouwen zijn enthousiast over hun groep. Het geeft hun een sociale structuur waarin ze zich veilig voelen.  Ook brengt het een beetje extra inkomen op. Voor sommigen is dat meer dan voor anderen. Ze kiezen als groep een van de volgende activiteiten:  oliebollen/brood bakken of zeep maken. Zeep maken lijkt de meest rendabele activiteit te zijn. Daarnaast heeft iedereen voor zich haar eigen handeltje, dat kan van alles zijn: houtskool, meel, groenten, en dergelijke verkopen. Alles met een minimale winstmarge. Elke week vergadert de groep, dan doen de vrouwen spaarinleg  en worden leningen verstrekt. Iedereen heeft een eigen schrift waarin alles nauwkeurig wordt bijgehouden. Er zijn vier monitrices in de dorpen die de groepen begeleiden. Vanuit ZOA Kamanyola is er een assistente die het project coördineert.

 

 

 

Bukavu en verder

Volgende stap

Bunia ligt nu achter ons. Op 13 maart bereikten we Bukavu per nachtboot. In de vroege ochtend voeren we de haven binnen. Vissersbootjes en andere boten dreven er rond in het de ochtendschemering, een sprookjesachtig tafereel. We waren welkom bij de projectmanager van ZOA in een van de appartementjes achter zijn woning. De eerste dagen voelden we ons een beetje toeristen. We maakten wandelingen en verkenden de stad Bukavu. Het is een prachtige stad, gebouwd tegen de steile oevers van het Kivumeer. Dat levert mooie doorkijkjes en schilderachtige plaatjes op. Er is ook een andere kant: armoede, bedelaars, straatvuil, overvolle markten, zakkenrollers en dergelijke, zoals in zo veel Afrikaanse steden.

Al gauw kwamen we in contact met de burgemeester van Bukavu. Dat is een oud-collega van Roelof uit 2008/9 toen hij het kantoor van ZOA had opgezet in DRCongo. De burgemeester nodigde ons zondag uit voor een kerkdienst in zijn kerk, de Vrije Methodisten. Een kerkdienst van 4 uren met een video optreden van het jeugdkoor.

20180318_104525
Jeugdkoor

De volgende dag konden we op audiëntie op het stadhuis in het kantoor van de burgemeester. Roelof gebruikte deze gelegenheid direct om de nieuwe landbouw aanpak (LandbouwRevolutie) uit te leggen. De burgemeester was heel enthousiast en had de lokale pers uitgenodigd. Er volgde een interview voor de radio en tv van Bukavu. Later brachten we een bezoek aan de inspecteur van landbouw van de provincie Zuid Kivu. Ook hij is heel enthousiast en er werden afspraken gemaakt voor een Conferentie in Bukavu  over de LandbouwRevolutie op het niveau van de provincie . De volgende dag was er een ontmoeting met 6 lokale organisaties en een organisatie van investeerders in de landbouw. Allemaal waren ze zeer geïnteresseerd in de LandbouwRevolutie. Ze willen allemaal graag getraind worden in de nieuwe methoden. Deze week zullen de eerste praktijktrainingen beginnen op een stuk land aan de rand van Bukavu.

Werk

Woensdag 21 maart kregen we goed nieuws: ZOA biedt Roelof een contract aan van 6 maanden als landbouwconsulent. Hij gaat dan werken in het landbouwprogramma in een projectgebied van ZOA. We zullen in de buurt van het project gaan wonen in het stadje Kamanyola in de vlakte van de rivier Ruzizi. Dit ligt in het grensgebied van Congo, Rwanda en Burundi. We hebben een huis gevonden waar we zo lang kunnen wonen. We hebben er zin in!

Goodbye Bunia

Goodbye Bunia

Our work at Samaritan’s Purse has come to a sudden end. For some months, the communication between Roelof and the management team in the US has been wobbly as he felt progressively more uncomfortable in the organisation. The feeling was mutual, as Roelof’s leadership style did not match expectation from the US team. Mid-February, a meeting with his manager escalated, which was the last straw that broke the camel’s back. Roelof was announced to leave on March 9th. These events took place whilst I was in Uganda on holiday with the children.

IMG-20180309-WA0029
Farewell of SP Bunia

As soon as I got back to Bunia we had to pack and say our goodbyes. Monday morning (12th March) we flew to Goma and from there we traveled by boat to Bukavu. This is where ZOA Congo’s country office is based and there is a possibility Roelof can get employment here. This past week he has had discussions with the local team and the management team in the Netherlands.

Displaced people

Unfortunately, the conflicts North of Bunia, near Djugu, are not over. It even seems to get worse as we hear stories of brutal murders in the villages. The people in Bunia are very alert and frightened. It seems like the attacks are happening closer and closer to the city. At night, gunshots are heard in the outskirts, but the center remains peaceful. The cause of the attacks is being heavily debated, but nobody knows for certain who is behind this horrible move. The leaders of the two local ethnic groups (Lendu and Hema) claim that there is no conflict between them currently.

Meanwhile the number of displaced people in Bunia, currently estimated at 50,000, grows steadily. About half of the people have been taken in by host families. The rest stay in makeshift camps around the city, of which the biggest camp is still based at the central hospital. Twice a day a meal is cooked for them, each person receiving about half a plate of food. This is nowhere near enough, and some are dying of hunger.

Thankfully there are private initiatives which alleviate the most urgent needs. Local churches collect clothes and money to help displaced people and many pray continuously. We have left this situation behind us, but the need remains. We join the churches in praying for an immediate end to the conflict in the Djugu.

 

 

Laatste ontwikkelingen

Vakantie

Eind februari hadden we vakantie samen met onze kinderen. We zijn allemaal naar Oeganda gereisd vanuit Nederland, Engeland en Congo. In Entebbe ontmoetten we elkaar. Heerlijk om elkaar na een half jaar of langer weer te zien. De eerste week gingen we met een veerboot van Entebbe naar een eiland in Lake Victoria. Een mooi tropisch eiland met prachtige vogels, tropisch bos en en witte stranden. Dit was zonder Roelof, Minke en Harry. Die kwamen 21 februari in Entebbe aan. Toen waren we helemaal compleet en zijn we naar Kibale forest gereisd in West Oeganda, dichtbij de grens met Congo. Daar hebben we vijf heerlijke dagen met mountainbike tochtjes gemaakt naar de kratermeren in de buurt, natuurwandelingen en een dag safari in het Queen’s Elizabeth National Park. Fantastisch wat een rijkdom aan wilde dieren en vogelsoorten!

Vertrek uit Bunia
Aan ons werk bij Samaritan’s Purse is plotseling een einde gekomen. De communicatie tussen het leiderschap in de VS en Roelof verliep al een aantal maanden erg stroef. Roelof kon zich steeds minder vinden in de stijl van de organisatie en voor de leiders in de VS voldeed Roelofs manier van leidinggeven niet aan de verwachtingen. Vorige week kwam het tot een volledige breuk. Het ontslag ging in op 9 maart.
Dit gebeurde allemaal terwijl ik in Oeganda was. De afgelopen week, terug in Bunia, stond in het teken van afscheid nemen en inpakken.  Maandagochtend zijn we per vliegtuig van Bunia naar Goma gegaan en de nacht daarop van Goma naar Bukavu per boot. In Bukavu staat het landenkantoor van ZOA in D.R. Congo. Er is een mogelijkheid dat Roelof daar in het landbouwprogramma aan de slag kan. Hij heeft hier deze week gesprekken met het management van ZOA in Bukavu en in Nederland.

Ontheemden

De conflicten ten noorden van Bunia, in de buurt van Djugu, zijn helaas nog niet voorbij. Integendeel, het lijkt eerder erger te worden. We horen voortdurend berichten van wrede moorden in de dorpen. De bevolking van Bunia is zeer alert en angstig. Het lijkt erop of de aanvallen steeds dichter bij de stad komen. ’s Nachts worden er af en toe geweerschoten gehoord in sommige buitenwijken. In de binnenstad blijft het wel rustig. Over de oorzaak van deze aanvallen wordt druk gespeculeerd maar in feite weet niemand echt wie de aanstichter is van de geweldplegingen. De leiders van de twee etnische groeperingen in het gebied (Lendu en Hema) hebben verklaard dat er geen sprake is van een etnisch conflict tussen hen.

Ondertussen groeit het aantal ontheemden gestaag. Naar schatting is hun aantal nu opgelopen tot ruim 50.000 waarvan ongeveer de helft is ondergebracht bij gastgezinnen en de rest is verdeeld over vier verschillende geïmproviseerde kampen in en rondom de stad. Het grootste kamp is nog steeds bij het centrale ziekenhuis. Er wordt twee keer per dag een maaltijd gekookt voor de ontheemden. Ze krijgen een half bordje vol per persoon. Dat is lang niet genoeg. Sommigen sterven daarom alsnog, van de honger.

Er zijn gelukkig particuliere intitiatieven waarmee de ergste nood wordt gelenigd. Ook de lokale kerken zamelen steeds kleding en geld in om de ontheemden te kunnen helpen. Er wordt ook voortdurend veel gebeden in alle kerken. We hebben deze situatie nu achter ons gelaten maar de nood blijft. Ons gebed is ook dat er heel snel een einde komt aan de conflicten in het gebied van Djugu.

Unrest in Bunia

Violence

Last week Monday we were startled by messages about violence in the Djugu area, about 70 km north of Bunia. Armed rebel groups went mad with swords and machetes, killing over 30 people.

situatiekaart conflicten Djugu
Places where the violence took place 

Houses are being destroyed by fires, forcing hundreds of people to flee in a panic. Some seek refuge in Bunia and arrive with nothing but the clothes they have on. Others have crossed lake Albert to find help in Uganda.

 

 

Displaced people

Some of them were taken in by family members or church host families whilst others gather around the central hospital. There is a huge number of children among them, some of whom are without parents or guardians. Last Tuesday there were around 600 displaced people at the hospital, but the crowd slowly reduces as more and more people find a host. It is estimated that the total number of displaced people in the city right now is around 10 000.

Roelof went to the hospital Tuesday, to check out the situation. The hospital pastor coordinates the situation and keeps track of the need and the numbers. Doctors without borders have taken responsibility for the medical need, whilst Samaritan’s Purse (SP) and local churches offer support. Roelof developed an agricultural credit system with SP in the Bunia region last year and received maize and beans as a reimbursement. Out of these reimbursements SP was able to donate two huge bags of maize and a bag of beans. The UN is doing research to map out the situation.

On Monday and Tuesday, Bunia was declared ‘Ville morte’ (dead city) which means all commercial activity was put on hold. Unknowingly, we went to work as usual, and were excited to deliver the first Safe Haven Project workshop, aimed at church leaders. On the way to work, I noticed the market was completely deserted, but thought nothing of it. I got suspicious when all shops remained closed in the afternoon. The safety department of SP had decided that Ruby (intern) and I would be safest outside of Bunia and had to evacuate that very moment.

We went to Nyankunde, where we stayed for two nights. There we had a special encounter with an Irish missionary, who has lived through many Congolese wars. She was shot in her shoulder two years ago by a rebel, which the government recognised by giving her a certificate of bravery.

All commercial activity was resumed on Wednesday, when we returned to Bunia. All week, displaced people came flooding into the city, now fleeing ahead of time, out of fear. These people are better prepared, and come with mattresses, bags, food, etc. I met two ladies on the side of the highway on Friday. They came from Mongwalu and looked completely worn down and covered in dust. ‘Have you got any family?’ None! ‘Food?’ Nothing! I gave them some money and consequently, other people stopped and gave money as well. I then prayed with them and referred them to the central hospital.

20180209_144424
Displaced women from Mongwalu

Generally, there is a lot of fear in Congo. The last war was in 2004, and very much alive in people’s memories. Nobody knows what will happen next. The churches are praying, and the local chiefs are calling for peace. We also pray this does not escalate any further and that all the displaced people are able to return to their home.

Onrust rondom Bunia

Geweld

De afgelopen week maandag werden we opgeschrikt door berichten over geweld in het gebied van Djugu, zo’n 70 km ten noorden van Bunia. situatiekaart conflicten DjuguGewapende groepen bandieten gingen daar tekeer met messen en zwaarden. Inmiddels zijn daarbij ongeveer dertig mensen gedood. Honderden huizen zijn in brand gestoken. Mensen zijn gevlucht in radeloze paniek met helemaal niets behalve de kleren die ze aanhadden. Heel veel mensen zochten hulp in Bunia. Anderen zijn het Albertmeer overgestoken naar Oeganda.

Ontheemden

Een aantal van hen kon worden opgevangen door familieleden of in gastgezinnen via kerken. Anderen verzamelden zich rondom het Centrale Ziekenhuis. Er is ook een groot aantal kinderen bij waarvan sommigen zonder begeleiding van ouders of familie. Bij het ziekenhuis waren dinsdag ruim 600 ontheemden.  Dat aantal is al weer afgenomen en de mensen zijn verplaatst naar gastgezinnen. Het totale aantal ontheemden dat momenteel in de stad is wordt geschat rond 10.000.

Roelof is dinsdag de situatie bij het ziekenhuis gaan bekijken. De ziekenhuispastor coördineert de situatie daar en inventariseert de aantallen en de noden. Artsen zonder Grenzen  heeft de medische zorg op zich genomen. Samaritan’s Purse (SP) en veel kerken doneren hulp. SP kon twee grote zakken mais en een zak bonen doneren, dat was een terugbetaling van mensen die hadden deelgenomen aan het landbouwkrediet systeem dat Roelof vorig jaar had ontwikkeld. De humanitaire afdeling van de VN brengt de situatie in kaart.

Maandag en dinsdag werd Bunia als “Ville morte” (dode stad) verklaard: alle commerciële activiteiten waren plat gelegd.  Nietsvermoedend waren we gewoon aan het werk gegaan. Die dag was de eerste workshop voor de kerkleiders in het project Safe Haven. Onderweg daarnaartoe had ik wel gezien dat de markt helemaal leeg was. Maar verder niet over nagedacht. Rond de middag werd het steeds duidelijker: alle winkels bleven dicht. De veiligheidsafdeling van SP had besloten dat de stagiaire Ruby en ik uit veiligheidsoverwegingen het beste een paar dagen Bunia konden verlaten. Zo zijn we die middag hals over kop naar Nyankunde vertrokken en hebben daar twee nachten geslapen. We hadden daar nog een bijzondere ontmoeting met een Ierse zendelinge die zelf ook heel wat heeft meegemaakt in de Congolese oorlogen en twee jaar geleden door een bandiet een kogel door haar schouder heeft gehad.  Daarvoor heeft ze van de Congolese overheid een bijzondere erkenning gekregen.

Op woensdag werden de activiteiten hervat en konden we naar huis terugkeren. De hele week blijven de ontheemden Bunia binnenstromen. Veel mensen vluchten nu uit angst, preventief. De laatsten zijn beter voorbereid, met matrassen, een tas en wat voedsel. Vrijdag kwam ik twee vrouwen tegen aan de kant van de hoofdweg. Ze kwamen uit Mongwalu. Zaten onder het stof en helemaal verreisd. Ik vroeg of ze familie hadden, niets! En eten? ook niet. Ik heb ze wat geld gegeven. Spontaan stopten er andere mensen die ook wat gaven. Ik heb met ze gebeden en ze naar het centrale ziekenhuis verwezen.

20180209_144424
Ontheemden uit Mongwalu, net aangekomen in Bunia

Er is een grote bezorgdheid en angst onder de bevolking. De laatste conflicten waren in 2004. Dat staat de meesten nog scherp in het geheugen gegrift. Men weet niet wat er gaat gebeuren. In de kerken wordt veel gebeden en door de lokale chefs wordt opgeroepen tot kalmte. Wij bidden ook dat de situatie niet verder escaleert, dat de hulpverlening goed op gang komt en dat mensen over niet al te lange tijd veilig terug kunnen keren naar hun woonplaats.

Nieuwe projecten

Evangelisatie

Deze maand zijn we begonnen met een evangelisatietraining voor het hele team van Samaritan’s Purse (SP) in Bunia. De trainingen worden gegeven door een echtpaar evangelisten van Campus Crusade for Christ. Een organisatie die al decennia werkt onder studenten over de hele wereld. De naam zegt het al: ze werken op campussen, of plekken waar veel studenten zijn. Bunia telt ten minste drie universiteiten en een aantal hogescholen. Studenten genoeg dus. Deze evangelisten trainen ons in een zeer eenvoudige evangelisatiemethode, genaamd de vier geestelijke wetten, aan de hand van een klein boekje. Twee keer per week brengen we het geleerde in praktijk.

Onder andere op de universiteiten maar ook gewoon op straat met verkopers, brommertaxichauffeurs enzovoort. We hebben dan 20 minuten de tijd om mensen aan te spreken. Het blijkt dat de mensen hier heel erg open staan voor een gesprek in het algemeen en voor het evangelie in het bijzonder.  Als je een gesprek begint met een persoon, komen er al gauw allerlei belangstellenden bij staan om te luisteren. Het is geweldig om te zien hoeveel mensen je  kunt bereiken en met hoeveel mensen je al kunt bidden in zo’n korte tijd. De contactgegevens de mensen die een keuze maken, worden vastgelegd en er wordt later contact opgenomen voor een vervolg gesprek en verder onderwijs of ze worden verwezen naar hun kerk, maar altijd onder begeleiding van degene die het contact heeft gelegd. Veel mensen zijn wel lid van een of andere kerk, maar vaak zijn ze niet echt actief met hun geloof bezig door allerlei omstandigheden.

Mimosa

Ondertussen ligt de mimosa te drogen op ons erf. Mimosa is een bodembedekker en groenbemester die via haar wortelknolletjes stikstof uit de bodem bindt. Het wordt gezaaid tijdens de periode van wieden. Hierdoor wordt de bodem verrijkt met stikstof en tegelijk bedekt zodat er veel minder onkruid meer groeit.  Onkruidverdelgers zijn dan niet meer nodig. Roelof is bezig veel mimosa zaad te verzamelen om het tijdens het komende seizoen op grote schaal te kunnen gebruiken. Dit doet hij en zijn teams op de akkers van de boeren en boerinnen die het afgelopen jaar zijn begonnen met de methode Zéro Labour. Ik heb hier al eerder over geschreven.

Als de planten droog zijn, wordt het zaad eruit geklopt en gewand. De wachten zijn hier druk mee. De schuur staat al vol met zakken Mimosa zaad. Het is echter nog geen tijd om te zaaien. We zitten nog in de droge tijd, ook al valt er af en toe een bui. Het water verdampt heel snel en de lucht voelt nog steeds droog. Ook is het nog steeds erg stoffig.

Safe Haven

Deze week zijn we begonnen met het selecteren van de vijf kerken voor het project Safe Haven. Met dit project gaan we samen met deze kerken ons inzetten voor de meest kwetsbare groepen in Bunia. Via de radio hadden we de kerken uitgenodigd om zich hier voor aan te melden. Meer dan tien kerken hadden zich aangemeld. Maar niet iedere kerk was geschikt. We zochten kerken die een goed draaiende basisschool hebben. De weeskinderen en straatkinderen die zullen worden opgenomen in pleeggezinnen, kunnen dan in deze scholen worden geplaatst. Samen met mijn collega die ook in dit programma werkt, ben ik bij allerlei kerken langs geweest om de plaatselijke situatie te bekijken: hoe groot is de school, functioneert het allemaal?

Ook wilden we graag dat de kerken geografisch goed over de stad verdeeld waren. Dan is de kans groter dat uit de hele stad kwetsbare mensen worden bereikt. Niet alleen de kinderen maar ook tienermoeders, prostituees en mensen die leven met HIV en AIDS. Het was een hele puzzel maar uiteindelijk hebben we vijf kerken kunnen kiezen die aan de criteria voldoen. We hebben een eerste oriënterende bijeenkomst gehad met de vertegenwoordigers van deze vijf kerken. Ik zie uit naar het vervolg.

 

Nieuw Jaar

Oud en nieuw

Het nieuwe jaar is begonnen, en hoe! Op oudejaarsnacht gonsde onze stad van de herrie. Feestende mensen? Ja heel veel feestende mensen maar zeker niet alleen in de kroegen; in alle kerken werden gebedswaken gehouden vanaf een uur of 10 in de avond tot aan de volgende ochtend 6 uur. Dit gaat samen met veel zang en dans en luide muziek. Als je bedenkt dat er in bijna iedere straat een kerk is dan kan het geluid flink oplopen. Zo werd het nieuwe jaar 2018 ingewijd. Geen vuurwerk maar gebed, zang en dans.

20171230_175541
Het bruidspaar

Geweldig toch? Wij zijn niet die hele nacht opgebleven hoor, niet eens tot middernacht en daarna proberen met oordopjes in te slapen…

Vlak voor oudjaar hadden wij nog een bijzonder feestje: Androzo, een van Roelofs landbouwmedewerkers en oude bekende uit Chyekele, trouwde op 30 december. Het was bijzonder om zijarjn bruiloft mee te kunnen maken.

En nu aan het werk

In de kerstvakantie waren we al bezig geweest met het voorbereiden van de activiteiten voor het nieuwe jaar. Er gaat dit jaar een nieuw project van Samaritan’s Purse (SP) van start in Bunia, genaamd Safe Haven. Dit project is om kerken te versterken die zich inzetten voor de meest kwetsbare groepen, zoals tienermoeders, prostituees, weeskinderen, kinderen die op straat leven en/of niet naar school gaan en mensen die leven met HIV/AIDS.  Vanaf 5 januari was het kantoor van SP weer open en ben ik daar ook als vrijwilliger aan het werk gegaan. De week daarop waren we druk met de planning en voorbereiding van dit project. Voor het hele jaar moesten de activiteiten worden gepland, contracten en afspraken gemaakt, de kerken worden ingelicht via de radio. Vanaf vandaag kunnen de kerken zich aanmelden voor dit project en daarna wordt een selectie gemaakt van de kerken die zich nu al inzetten voor kwetsbare groepen. Ik vind dit een mooi project en wil me er graag voor inzetten. Dit betekent in het begin veel planningsbijeenkomsten, overleg, afspraken maken en de geschikte mensen zoeken die het werk kunnen uitvoeren.

Andere programma’s waar ik mij voor wil gaan inzetten zijn “Licht, hoop en vrede” in de regio van Geti (ongeveer 70 km ten zuiden van Bunia). Dit is bedoeld om weer hoop en vrede te brengen in die streek waar veel onrust is door milities die burgers overvallen, beroven en verkrachten. En dan is er nog de evangelisatie, in feite is dit het belangrijkste programma van SP. In iedere project speelt dit wel een rol. Want altijd gaat het erom dat het goede nieuws van het Evangelie wordt bekend gemaakt aan de mensen.  Verder help ik Angelique bij haar HIV/AIDS werk. Ik heb haar al een paar keer eerder genoemd. Zij is bezig met het schrijven van nieuwe projecten en het helpen van mensen die leven met HIV/AIDS.

Ondertussen geef ik nog steeds Engels aan de universiteit Shalom van Bunia. Het zijn twee tot vier uren per week op woensdagochtend. Ik ben overgeplaatst naar een andere groep. De medische faculteit wilde dat ik Engels ging geven aan de medische studenten. Dus ik geef nu Engels aan tweedejaars medische studenten. Een heerlijk klein groepje van slechts tien studenten. Dat is heel prettig werken. Ik heb de eerste toets gegeven. Het resultaat viel niet tegen.

Chocola

In mijn vrije tijd  vind ik het leuk om dingen uit te proberen in de keuken. Ik heb een molen gekocht waarmee je koffiebonen kunt malen, pindakaas maken en chocola uit cacaobonen malen. Die cacaobonen kun je in hier in de buurt zeer voordelig kopen, voor minder dan een dollar per kilo. Het is de moeite waard om daar je eigen chocola mee te maken. Dat laatste heb ik pas gedaan na wat studie op het internet. Het is niet eens erg moeilijk. Het resultaat is een wat ruw soort chocola, maar het smaakt ons best.