Geweld
De afgelopen week maandag werden we opgeschrikt door berichten over geweld in het gebied van Djugu, zo’n 70 km ten noorden van Bunia.
Gewapende groepen bandieten gingen daar tekeer met messen en zwaarden. Inmiddels zijn daarbij ongeveer dertig mensen gedood. Honderden huizen zijn in brand gestoken. Mensen zijn gevlucht in radeloze paniek met helemaal niets behalve de kleren die ze aanhadden. Heel veel mensen zochten hulp in Bunia. Anderen zijn het Albertmeer overgestoken naar Oeganda.
Ontheemden
Een aantal van hen kon worden opgevangen door familieleden of in gastgezinnen via kerken. Anderen verzamelden zich rondom het Centrale Ziekenhuis. Er is ook een groot aantal kinderen bij waarvan sommigen zonder begeleiding van ouders of familie. Bij het ziekenhuis waren dinsdag ruim 600 ontheemden. Dat aantal is al weer afgenomen en de mensen zijn verplaatst naar gastgezinnen. Het totale aantal ontheemden dat momenteel in de stad is wordt geschat rond 10.000.
Roelof is dinsdag de situatie bij het ziekenhuis gaan bekijken. De ziekenhuispastor coördineert de situatie daar en inventariseert de aantallen en de noden. Artsen zonder Grenzen heeft de medische zorg op zich genomen. Samaritan’s Purse (SP) en veel kerken doneren hulp. SP kon twee grote zakken mais en een zak bonen doneren, dat was een terugbetaling van mensen die hadden deelgenomen aan het landbouwkrediet systeem dat Roelof vorig jaar had ontwikkeld. De humanitaire afdeling van de VN brengt de situatie in kaart.
Maandag en dinsdag werd Bunia als “Ville morte” (dode stad) verklaard: alle commerciële activiteiten waren plat gelegd. Nietsvermoedend waren we gewoon aan het werk gegaan. Die dag was de eerste workshop voor de kerkleiders in het project Safe Haven. Onderweg daarnaartoe had ik wel gezien dat de markt helemaal leeg was. Maar verder niet over nagedacht. Rond de middag werd het steeds duidelijker: alle winkels bleven dicht. De veiligheidsafdeling van SP had besloten dat de stagiaire Ruby en ik uit veiligheidsoverwegingen het beste een paar dagen Bunia konden verlaten. Zo zijn we die middag hals over kop naar Nyankunde vertrokken en hebben daar twee nachten geslapen. We hadden daar nog een bijzondere ontmoeting met een Ierse zendelinge die zelf ook heel wat heeft meegemaakt in de Congolese oorlogen en twee jaar geleden door een bandiet een kogel door haar schouder heeft gehad. Daarvoor heeft ze van de Congolese overheid een bijzondere erkenning gekregen.
Op woensdag werden de activiteiten hervat en konden we naar huis terugkeren. De hele week blijven de ontheemden Bunia binnenstromen. Veel mensen vluchten nu uit angst, preventief. De laatsten zijn beter voorbereid, met matrassen, een tas en wat voedsel. Vrijdag kwam ik twee vrouwen tegen aan de kant van de hoofdweg. Ze kwamen uit Mongwalu. Zaten onder het stof en helemaal verreisd. Ik vroeg of ze familie hadden, niets! En eten? ook niet. Ik heb ze wat geld gegeven. Spontaan stopten er andere mensen die ook wat gaven. Ik heb met ze gebeden en ze naar het centrale ziekenhuis verwezen.

Er is een grote bezorgdheid en angst onder de bevolking. De laatste conflicten waren in 2004. Dat staat de meesten nog scherp in het geheugen gegrift. Men weet niet wat er gaat gebeuren. In de kerken wordt veel gebeden en door de lokale chefs wordt opgeroepen tot kalmte. Wij bidden ook dat de situatie niet verder escaleert, dat de hulpverlening goed op gang komt en dat mensen over niet al te lange tijd veilig terug kunnen keren naar hun woonplaats.